De scheepsjongens van Bontekoe (boek)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het jeugdboek De scheepsjongens van Bontekoe is in 1924 geschreven door Johan Fabricius en is geïnspireerd door het eerste deel van het Journaal van Bontekoe. Het deel van de reis na de ontploffing bevat elementen uit het journaal maar wijkt wel sterk ervan af. De verdere reizen van Bontekoe na aankomst in Indië komen in het jeugdboek niet voor.
Inhoud |
[bewerken] Het verhaal
Hajo en Rolf nemen als scheepsjongens dienst op de Nieuw-Hoorn. Padde, Hajo's boezemvriend, wordt scheepsjongen tegen wil en dank doordat hij een dutje doet aan boord en niet merkt dat het schip wegvaart. De jongens vormen een hechte vriendschap die goed van pas komt omdat de "omes", oudere matrozen, hen graag mogen plagen. Vooral Padde is met zijn dikte en naïviteit een geliefd doelwit, maar ook Rolf, die kan lezen, wordt wel eens door de analfabete matrozen getreiterd. Padde wordt uiteindelijk botteliersmaat, het hulpje van de bottelier.
Padde veroorzaakt een brand door een brandende spaander in een vat brandewijn te laten vallen. De vloeistof vat vlam en uiteindelijk ontploft het schip. Zeventig van de ruim tweehonderd opvarenden overleven en varen in een jol naar Sumatra. Daar worden Padde, Hajo, Rolf en koksmaat Harmen gescheiden van hun maten door een inheemse stam die hen overvalt. De overgeblevenen vertrekken en de vier, die gevangen zijn genomen, worden door het inheemse meisje Dolimah bevrijd. De vier gaan op pad naar Bantam. Onderweg wordt Harmen gevangen genomen maar door de anderen bevrijd. Padde doodt een inheemse man die hem aanvalt. Ze ontmoeten Dolimah weer, die hun achterna gekomen is, bang voor haar stam omdat ze de vier heeft bevrijd. Na verloop van tijd gaat ze terug, 's nachts, zonder afscheid te nemen, om de jongens te behoeden voor het dilemma of ze haar terug moeten brengen of haar alleen terug laten gaan.
Ze komen veilig aan, ondanks de vijandigheid van de bevolking en de dichte jungle met zijn vele gevaren. Rolf gaat meevaren met zijn oom Bontekoe in Oost-Azië, Hajo, Padde en Harmen schepen zich in voor de terugreis naar Hoorn op de Nieuw-Zeeland; deze vertrekt op 8 maart 1620 en komt 28 december 1620 na een voorspoedige reis aan in Vlissingen. Met een jol komen ze in de buurt van Dordrecht, maar omdat het water vanaf daar dichtgevroren is gaan ze verder met een slee, getrokken door iemand op schaatsen. Het laatste stuk kunnen ze met een rijtuig meerijden. Hajo heeft naast zijn eigen loon het loon meegekregen voor scheepsjongen Lijsken, die aan scheurbuik is overleden. Samen met zijn moeder gaat Hajo het slechte nieuws vertellen aan Lijsken's moeder en het geld brengen.
[bewerken] Overeenkomsten met de werkelijkheid
- Bontekoe is schipper op het VOC-schip Nieuw Hoorn
- Koopman Rol is ook aan boord.
- Het schip vertrekt van Texel op 28 december 1618.
- Tot aan de ontploffing van het schip komt het reisverloop vrij nauwkeurig overeen: het schip komt langs eilanden voor de kust van Brazilië; het komt langs Kaap de Goede Hoop maar kan daar niet bevoorraden wegens het weer; men gaat aan land op Réunion en Madagaskar.
- Op 19 november 1619, bij Sumatra, veroorzaakt de botteliersmaat Kelemeyn per ongeluk dat het vuur van de verlichting de brandewijn aansteekt. Er wordt begonnen het buskruit overboord te zetten, maar het resterende buskruit ontploft uiteindelijk.
- Tot de ontploffing blijft Bontekoe op het schip, terwijl Rol al eerder in de boot overstapt. Bontekoe en de 15-jarige Harmen van Kniphuyzen overleven de explosie.
- Het aantal overlevenden is 46 in de boot en 26 in de schuit, bij elkaar dus 72. Van de hemden van de inzittenden werden zeilen genaaid.
- Na verloop van tijd stapt de bemanning van de ene boot over in de andere.
- Aan land gekomen gaat Bontekoe met vier mensen in een prauw een stukje de rivier op. Hier koopt Bontekoe een buffel. Hij gaat alleen terug, de vier zullen later komen met de buffel. Omdat de inheemsen in de aanval gaan, waarbij doden vallen, moet de boot overhaast vertrekken, de vier achterlatend.
[bewerken] Verschillen met de werkelijkheid
- De voornaam van Kelemeyn is Padde. Twee andere scheepsjongens zijn Peter Hajo en Rolf, een neef van Bontekoe.
- De vier achtergelaten mensen zijn Hajo, Rolf, Padde, en Harmen. Ze worden gevangen genomen, maar bevrijd door het inheemse meisje Dolimah, en gaan met een bootje naar het strand terug, en nadat ze gezien hebben dat de anderen vertrokken zijn gaan ze te voet verder. (In werkelijkheid zijn de vier waarschijnlijk vermoord.)
[bewerken] Standbeelden
In Hoorn staan op de kademuur bij de Hoofdtoren standbeelden van de drie scheepsjongens, turend over het water.
[bewerken] Strip
Eind jaren vijftig verscheen in Het Vrije Volk een stripversie gebaseerd op De scheepsjongens van Bontekoe. De tekeningen werden gemaakt door Piet Wijn en de tekst door Hans Jacobs.
[bewerken] Verfilming
In 2007 is het boek verfilmd. De film is geregisseerd door Steven de Jong. Opmerkelijk is dat de ongeveer 19-jarige Enkhuizer koksmaat Harmen, die in het boek een prominente rol vervult, in de filmversie wordt vertolkt door de ruim veertigjarige Thomas Acda. Op dit punt wijkt de film dus sterk af van het boek. Zie De scheepsjongens van Bontekoe (film).
[bewerken] Televisie
Eind jaren 60 werd het boek voor televisie voorgelezen in een lange serie afleveringen van een kwartier per avond, door de acteur Coen Flink.

