De stomme van Kampen
De stomme van Kampen is een boek van de Nederlandse schrijfster Thea Beckman uit 1992.
Het verhaal [bewerken]
Het hoofdpersonage in De stomme van Kampen is de dove Hendrick Avercamp. Hendrick is de eerste zoon van Barend Averkamp. Na 3 jaar merken Beatrix (de moeder van Hendrick) en Barend dat hun zoon doof is. Beatrix voorkomt dat Hendrick "achterlijk" blijft en leert hem schrijven en rekenen.
Maar Hendrick interesseert zich meer voor tekenen (hij tekent graag de schaatsende mensen op het ijs), en op zijn 13e gaat hij in de leer bij een oude schilder: De Kladde. Een aantal jaren later breekt de pest uit, en overlijdt De Kladde. Ook vader Barend en broer Rutger, die altijd een afkeer had van Hendrick, overlijden. Beatrix vraagt aan Hendricks oom in Amsterdam of hij geen schilder kan vinden die hem verder wil onderwijzen. Hij komt terecht bij de Vlaamse schilder David Vinckboons. Hij raakt bevriend met Cabel (Arent Arentz), die graag het Hollandse landschap tekent. Ze zijn het niet eens met de Vlaamse manier (zo moeten ze schilderen). Daarom gaan ze naar Pieter Isaacz. Daar mogen ze schilderen zoals ze zelf willen. Hendrick wordt beroemd, maar vooral over zijn 'Winters'. Als een echte meester in de schilderkunst keert hij terug naar Kampen waar hij uiteindelijk in 1634 sterft.
Thematiek [bewerken]
Wat Thea Beckman probeerde aan te geven in dit boek is dat ook mensen met beperkingen een zeer waardevol talent kunnen hebben.