De witte slang (Grimm)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De witte slang is een sprookje, opgetekend door de gebroeders Grimm in Kinder- und Hausmärchen onder nummer KHM17. De oorspronkelijke naam is Die weiße Schlange.

Er is ook een Marokkaans sprookje met dezelfde naam, zie De witte slang.

Het verhaal uit Duitsland[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Lang geleden leefde er een koning die beroemd was om zijn wijsheid. Na de lunch laat hij elke dag een schaal naar zich brengen. Niemand weet wat erin zit en na een tijd wordt de dienaar zo nieuwsgierig dat hij de schaal meeneemt naar zijn kamer. Hij kijkt onder het deksel en ziet een witte slang en proeft hiervan. Zodra het zijn tong raakt, hoort hij stemmetjes en vreemd gefluister bij het raam. Hij merkt dat het de mussen zijn en ziet in dat hij nu de taal van de dieren kan verstaan. De koningin is diezelfde dag haar mooiste ring verloren en de verdenking valt op de dienaar. Als de dienaar de dief de volgende dag niet bij de koning brengt, zal hij zelf terechtgesteld worden. In de tuin ziet de dienaar eenden bij een stromend beekje, ze praten over een ingeslikte ring.

De dienaar pakt de eend en laat de kok het dier slachten, waarna de ring gevonden wordt. De koning wil zijn onrechtvaardigheid goedmaken en belooft zijn dienaar de hoogste erebaan aan het hof. Maar dit wordt afgeslagen en de dienaar vraagt een paard en reisgeld, want hij wil de wereld zien. Bij een vijver ziet de dienaar drie vissen die verstrikt zijn in een net, hij bevrijdt de dieren en ze beloven hem deze goede daad terug te betalen. Dan ziet de dienaar een mierenkoning en laat zijn paard omlopen, waarna ook de mierenkoning hem bedankt. De dienaar ziet een ravenpaar de kinderen het nest uit jagen en de man doodt zijn paard en laat de jonge raven ervan eten. De man loopt door en komt bij een grote stad waar hij hoort dat de koningsdochter een man zoekt. Er moet een levensgevaarlijke opdracht worden volbracht, voordat het huwelijk plaats kan vinden.

Een gouden ring wordt in de zee gegooid en de man moet deze opduiken. De drie vissen komen aangezwommen en in een schelp brengen ze de man de gouden ring. De man brengt de ring naar de koning, maar als de koningsdochter hoort dat hij van lagere komaf is moet hij nog een opdracht uitvoeren. Ze gooit tien zakken gierst in de tuin en hij moet elke korrel oprapen voor zonsopgang. De volgende ochtend blijkt al het gierst in de zakken te zitten, de mierenkoning heeft zijn volk 's nachts aan het werk gezet. Maar opnieuw eist de koningsdochter dat er een nieuwe proef zal moeten worden uitgevoerd en ze laat de man een appel van de boom des levens zoeken. De man gaat op weg en loopt door drie koninkrijken, waarna hij uitrust onder een boom. Dan valt er een gouden appel in zijn hand en drie raven vliegen naar hem toe. Ze zijn naar het einde van de wereld gevlogen omdat hij hen van de hongerdood heeft gered en de man brengt de appel naar de koningsdochter. Ze eten hem samen op en het hart van de koningsdochter wordt gevuld met liefde, waarna ze gelukkig een hoge leeftijd bereiken.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui