De wolf en de zeven geitjes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De wolf gaat een wit voetje halen
De wolf komt binnen
De wolf en de zeven geitjes, afgebeeld door Karl Fahringer in Märchen-Sammlung van Ludwig Bechstein
Het zevende geitje in de klok (in Ludwigsburg)

De wolf en de zeven geitjes is een sprookje in Kinder- und Hausmärchen opgetekend door de gebroeders Grimm, het kreeg als nummer KHM5.

Het verhaal[bewerken]

De moedergeit moet naar de markt (of naar het bos) om eten te halen en drukt haar zeven kinderen op het hart niemand binnen te laten tot zij terug is. Ze waarschuwt dat de wolf de geitjes op zal eten, als hij toch binnen komt en waarschuwt voor zijn rauwe stem en zwarte poot. Al snel komt de wolf bij het huisje aan, en klopt aan de deur en vraagt open te doen. De geitjes herkennen de rauwe stem en vertellen waarom ze hem niet geloven. De wolf gaat naar een koopman en koopt een stuk krijt; zijn stem wordt zacht nadat hij dit heeft opgegeten. Opnieuw klopt de wolf aan de deur, maar de geitjes zien zijn zwarte poot op de vensterbank.

De geitjes vertellen waarom ze hem niet geloven, waarna de wolf naar de bakker gaat. Hij vertelt dat hij zijn poot heeft gestoten en laat deeg op zijn poot smeren. Daarna gaat de wolf naar de molenaar en vraagt om meel op zijn poot te strooien. De molenaar heeft door dat de wolf iemand wil bedriegen en weigert daarom. De wolf dreigt dan de molenaar op te eten, de bange molenaar doet dan toch wat hij wil (want zo zijn mensen). Voor de derde keer gaat de wolf naar het huisje en klopt aan de deur, de geitjes zien de witte poot en doen open. Als ze merken dat het toch de wolf is, proberen ze zich nog te verstoppen.

Het eerste geitje springt onder de tafel, de tweede in bed, de derde in de haard, de vierde in de keuken, de vijfde in de kast, de zesde onder de waskom en het zevende, en jongste, geitje verstopt zich in de kast van de klok. De wolf vindt de geitjes en eet ze op, alleen het jongste geitje dat in de klok zit, vindt hij niet. De wolf gaat naar buiten en valt in slaap in de groene wei onder een boom. Niet lang daarna komt moeder-geit terug en ziet de deur wagenwijd open staan. Ze ziet de ravage in het huisje en zoekt haar kinderen, ze roept hun namen maar krijgt geen antwoord. Alleen bij de laatste naam antwoordt het jongste kind; ik zit in de kast van de klok.

Moeder-geit haalt haar jongste kind uit de klok en moet huilen om haar andere kinderen. Ze gaat met het geitje naar buiten en vindt de wolf bij de boom, ze ziet zijn grote buik bewegen. Ze laat het jongste geitje een schaar en naald en draad halen, ze knipt de pens open en haalt de geitjes er uit. Alle geitjes leven nog en ze dansen als een kleermaker die bruiloft viert. Moeder-geit laat haar kinderen stenen zoeken, en ze vult de maag van de wolf hiermee. Dan naait ze de buik dicht en als de wolf wakker wordt, heeft hij veel dorst en loopt naar de put om water te drinken. Als de wolf zich voorover buigt, valt hij door het gewicht van de stenen in de put en verdrinkt. De zeven geitjes zien dit en juichen: de wolf is dood. Van blijdschap maken ze met hun moeder een rondedans om de put.

Achtergronden bij het verhaal[bewerken]

  • Het laatste onderdeel lijkt veel op het einde van Roodkapje (KHM26).
  • Het verhaal komt uit de Mainstreek.
  • Het verhaal is erg oud en komt in vele versies voor, zie ook de fabels van Aesopus en La Fontaine.
  • De wolf liegt natuurlijk om binnen te komen en kan daarom worden vergeleken met Fenris uit de Noordse mythologie, zijn macht is de leugen. Hij wordt door de zwijgzame Widar overwonnen.
  • In enkele versies van het sprookje versteent de wolf, verstenen komt ook voor in De trouwe Johannes (KHM6), De twee gebroeders (KHM60) en Jorinde en Joringel (KHM69). Zie ook De Didibri-Draken.
  • De klok kan symbool staan voor een kloppend hart.
  • Zeven is in veel culturen een magisch getal, het komt voor in vele verhalen (zeven dwergen, zeven raven), ook bijvoorbeeld in de bijbel. Denk ook aan de zeven kleuren van de regenboog en de zeven planeten. Zie De wolf en de zeven geitjes (KHM5) en Sneeuwwitje (KHM53).
  • Net als Roodkapje (KHM26), De duivel met de drie gouden haren (KHM29) en De waternimf (KHM79) is dit een sprookje waarin kinderen gewaarschuwd worden voor gevaar.
  • Een put komt in meerdere sprookjes voor, zoals bij Vrouw Holle (KHM24).
  • Het sprookje heeft overeenkomsten met De wolf en de drie biggetjes.
  • Perchta - de stralende of de vrouw der beesten, godin van het naaien en weven (zij wordt vaak vergeleken met Vrouw Holle) - snijdt de buiken van ongehoorzame kinderen open en vult deze met stenen of stro. Dit gebeurt bijvoorbeeld als mensen geen vis en watergruwel eten op haar feestdag (maar ander voedsel).
  • Ook in Het bezoek van de winter Stallu moeten de kinderen zich verstoppen voor een monster als ze alleen thuis zijn.
  • Ook in Onderdeurtje is het de jongste (en zevende) die de demon kan verslaan. Dit door een ijzeren huisje, wat overeenkomsten heeft met het sterke huisje in De wolf en de drie biggetjes en Boer Bezems, boer Blaren en boer IJzer uit Antwerpen.
  • In een Nederlandse variant verstopt het jongste geitje zich in het broodkastje. Als moeder terug komt, gaat ze met het kleine geitje in een ander huis wonen. Er is ook een ander einde, waarbij ze de zes geitjes uit de buik van de wolf bevrijdt. Ze stopt hier stenen in en de wolf verdrinkt in een meer.[1]

Trivia[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Grimm, volledige uitgave vertaald door Ria van Hengel
  1. De magische vlucht, Nederlandse volksverhalen uit de collectie van het Meertens Instituut, Theo Meder, 2000, ISBN 90-351-2147-3

Assepoester · Berenpels · Bontepels · Broertje en zusje · Bruidskeuze · De anjer · De arme en de rijke · De arme jongen in het graf · De arme molenaarsknecht en het katje · De bijenkoningin · De boden van de dood · De boer en de duivel · De Bremer stadsmuzikanten · De broodkruimels op de tafel · De bruiloft van vrouw Vos · De dood als peet · De dood van het hennetje · De dorsvlegel uit de hemel · De drie broers · De drie gelukskinderen · De drie handwerksgezellen · De drie heelmeesters · De drie luiaards · De drie mannetjes in het bos · De drie slangenbladeren · De drie spinsters · De drie talen · De drie veren · De drie vogeltjes · De drie zwarte prinsessen · De duivel en zijn grootmoeder · De duivel met de drie gouden haren · De duur van het leven · De ganzenhoedster · De ganzenhoedster aan de bron · De gauwdief en zijn meester · De geest in de fles · De geschenken van het kleine volkje · De gestolen duit · De glazen doodskist · De goede ruil · De gouden gans · De gouden sleutel · De gouden vogel · De goudkinderen · De Grafheuvel · De groente-ezel · De haas en de egel · De hanenbalk · De hazelaar · De heldere zon brengt het aan het licht · De hemelse bruiloft · De hoefnagel · De hond en de mus · De huishouding · De ijzeren kachel · De jonge reus · De jood in de doornstruik · De kabouters · De kikkerkoning · De kleermaker in de hemel · De koning van de gouden berg · De koningszoon die nergens bang voor was · De korenaar · De kristallen bol · De laarzen van buffelleer · De luie spinster · De maan · De meesterdief · De mus en zijn vier kinderen · De ondankbare zoon · De oude bedelares · De oude grootvader en zijn kleinzoon · De oude Hildebrand · De oude Rinkrank · De oude Sultan · De oude vrouw in het bos · De peetoom · De raaf · De raap · De ransel, het hoedje en het hoorntje · De rattenvanger van Hamelen · De reus en de kleermaker · De roerdomp en de hop · De roetzwarte broer van de duivel · De roversbruidegom · De schol · De schrandere knecht · De sterrendaalders · De stukgedanste schoentjes · De trommelslager · De trouwe Johannes · De twaalf broeders · De twaalf jagers · De twaalf luie knechten · De twee gebroeders · De twee koningskinderen · De twee reisgezellen · De uil · De verstandige boerendochter · De verstandige lieden · De vier kunstvaardige broers · De volleerde jager · De vos en de ganzen · De vos en de kat · De vos en de moeder van zijn petekind · De vos en het paard · De ware bruid · De waternimf · De waternimf in de vijver · De witte slang · De witte en de zwarte bruid · De wolf en de mens · De wolf en de vos · De wolf en de zeven geitjes · De wonderlijke speelman · De zes dienaren · De zes zwanen · De zeven Zwaben · De zeven raven · De zingende springende leeuwerik · De zoete pap · Dokter Weetal · Doornroosje · Duimendik · Duimpje de wereld in · Eenoogje, tweeoogje en drieoogje · Eva's ongelijke kinderen · Frieder en Katherliesje · Gelukkige Hans · Hans en Grietje · Hans viert bruiloft · Hans-mijn-egel · Hazekebruid · Het aardmanneke · Het blauwe licht · Het boerke · Het boerke in de hemel · Het boshuis · Het dappere snijdertje · Het doodshemdje · Het eigenzinnige kind · Het ezeltje · Het gedierte van de Heer en de Duivel · Het gespuis · Het herdersjongetje · Het huishouden van kat en muis · Het kind van Maria · Het lammetje en het visje · Het leugensprookje uit Ditmar · Het mannetje dat jong gegloeid werd · Het meisje zonder handen · Het meiske van Brakel · Het mooie Katrinelletje en Pief Paf Poltrie · Het raadsel · Het snuggere snijdertje · Het sprookje van Luilekkerland · Het water des levens · Het winterkoninkje · Het winterkoninkje en de beer · Het zingende botje · IJzeren Hans · Jonkvrouw Maleen · Jorinde en Joringel · Klitten · Klosje, schietspoel en naald · Knappe Elsje · Knoest en zijn drie zonen · Koning Lijsterbaard · Lief en leed samen delen · Luie Hein · Luisje en Vlootje · Magere Liesje · Meester Priem · Meneer Korbes · Met z'n zessen de hele wereld rond · Op reis gaan · Raadselsprookje · Raponsje · Repelsteeltje · Roodkapje · Simeliberg · Slangensprookje · Slimme Grietje · Slimme Hans · Sneeuwwitje · Sneeuwwitje en Rozerood · Speelhans · Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen · Sterke Hans · Strohalm, kooltje vuur en boontje · Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak · Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand · Van de visser en zijn vrouw · Van de wachtelboom · Van het muisje, het vogeltje en de braadworst · Vleerkens vogel · Vogel Grijp · Vondevogel · Vrijer Roland · Vrolijke Frans · Vrouw Holle · Vrouw Trui