Decembermoorden
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Decembermoorden is de gangbare term voor het op 8 december 1982 ombrengen van vijftien tegenstanders van het militaire regime in Suriname. In Suriname, en bij de Surinamers in Nederland, heeft deze gebeurtenis diepe sporen achtergelaten. De Nederlandse regering bevroor uit protest de ontwikkelingshulp aan Suriname.
Inhoud |
[bewerk] De moorden
De vijftien werden door militairen op het terrein van Fort Zeelandia in de hoofdstad Paramaribo doodgeschoten. De militairen stonden onder het bevel van de toenmalige legerleider Desi Bouterse. Onder de slachtoffers waren advocaten, journalisten en militairen. Sommigen waren kort daarvoor gearresteerd, anderen zaten al maanden gevangen. Een zestiende gearresteerde, de vakbondsleider Fred Derby, werd onverwacht vrijgelaten. Hij deed op 8 december 2000 verslag van zijn ervaringen.
De omstandigheden waaronder de vijftien personen omkwamen, zijn tot op heden nooit volkomen opgehelderd. De militaire leiding verklaarde dat de vijftien, van wie een deel in de nacht ervoor was gearresteerd, waren "neergeschoten op de vlucht". Andere lezingen spreken van martelingen, moord, standrechtelijke executies en van de aanwezigheid van Desi Bouterse zelf, hoewel deze ontkent persoonlijk bij deze gebeurtenissen aanwezig te zijn geweest. Wel heeft hij formele verantwoordelijkheid toegegeven.
[bewerk] Nasleep en juridisch proces
Het heeft vele jaren geduurd, voordat door de Surinaamse overheid de eerste officiële juridische stappen werden ondernomen om de zaak op te helderen. Na de moorden zijn de lichamen begraven zonder dat een lijkschouwing was verricht, en ook is er geen gerechtelijk onderzoek begonnen.
[bewerk] Verenigde Naties
In 1983 dienden de nabestaanden van acht van de slachtoffers verzoeken in bij het VN-Comité voor de Rechten van de Mens om een mening te geven: de executies waren in strijd met het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), en zij meenden dat hun binnen Suriname geen rechtsmiddelen meer ter beschikking stonden. Hoewel de Surinaamse regering er toen op aandrong het verzoek niet ontvankelijk te verklaren, heeft het Comité geoordeeld dat de 15 slachtoffers "op willekeurige wijze van het leven waren beroofd" in strijd met artikel 6 van het (IVBPR), en riep het Suriname op de moorden te onderzoeken en de verantwoordelijken te vervolgen.[1]
In 1984 bracht een Speciale Rapporteur van de Commissie voor de Mensenrechten van de VN, S. Amos Wako, een bezoek aan Suriname en Nederland in verband met de Decembermoorden. De Rapporteur concludeerde dat in de nacht van 8 op 9 december 1982 "standrechtelijke of willekeurige executies hadden plaatsgevonden", die "een traumatisch effect" hadden gehad op de Surinaamse bevolking.[2]
[bewerk] Verdeeldheid binnen Suriname
Het niet onderzoeken van de Decembermoorden heeft geleid tot verdeeldheid binnen Suriname: velen meenden dat een onafhankelijk onderzoek en de vervolging van de schuldigen,noodzakelijk waren om de situatie in Suriname te verbeteren. Anderen zagen het als een "afgesloten hoofdstuk" en vonden dat Suriname vooruit moest kijken.[2]
[bewerk] Gerechtelijk onderzoek
Op 1 november 2000, ruim een maand voor het aflopen van de verjaringstermijn, is alsnog een gerechtelijk vooronderzoek gestart, onder leiding van rechter-commissaris Albert Ramnewash. In december 2002 gaf Ramnewash opdracht tot lijkschouwing op de stoffelijke resten van de slachtoffers. Omdat Suriname niet over de benodigde expertise beschikte, werd het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) ingeschakeld. In augustus 2004 droeg het NFI de resultaten van het forensisch onderzoek over aan het Surinaamse onderzoeksteam.
Aanvankelijk werd verwacht dat Bouterse nog in 2004 in Suriname terecht zou moeten staan. Begin december 2004 was echter slechts het vooronderzoek afgerond. Rechter-commissaris Ramnewash droeg de resultaten over aan het Openbaar Ministerie, dat verplicht was de 34 verdachten in de zaak binnen enkele weken te laten weten of zij zullen worden vervolgd. Op 24 december 2004 kregen de verdachten een kennisgeving van vervolging.
Pas in 2007 bood Bouterse zijn excuses aan voor de moorden. Tegelijk pleitte hij voor amnestie voor de daders en hun medeplichtigen. Bouterse stelde slechts "politiek verantwoordelijk" te zijn voor de moorden; hij zou niet zelf aanwezig zijn geweest. In oktober 2007 werd uit verklaringen van twee ooggetuigen, onder wie een lijfwacht van Roy Horb, bekend dat Bouterse wel degelijk in Fort Zeelandia aanwezig was tijdens de moorden, en de slachtoffers kort voor hun dood in zijn kamer heeft ontvangen. Ook zouden de moorden al een maand eerder zijn voorbereid. Aanvankelijk zou het regime-Bouterse van plan zijn geweest om de tegenstanders op zee dood te schieten. Hiervan was vervolgens afgezien.
Op 30 november 2007 is het proces begonnen voor een krijgsraad in marinebasis Boxel te Domburg. Van de verdachten waren onder andere Marcel Zeeuw, Etienne Boerenveen en Arthy Gorré aanwezig. Hoofdverdachte Desi Bouterse liet verstek gaan. Zijn advocaat Irwin Kanhai betoogde dat zijn cliënt niet door een krijgsraad maar door een rechtbank zou moeten worden berecht.
[bewerk] De vijftien slachtoffers
- John Baboeram, advocaat
- Bram Behr, journalist
- Cyrill Daal, vakbondsleider
- Kenneth Gonçalves, advocaat
- Eddy Hoost, advocaat
- André Kamperveen, journalist, oud-minister
- Gerard Leckie, universitair docent
- Sugrim Oemrawsingh, universitair docent
- Lesley Rahman, journalist
- Surendre Rambocus, militair
- Harold Riedewald, advocaat
- Jiwansingh Sheombar, militair
- Jozef Slagveer, journalist
- Robby Sohansingh, zakenman
- Frank Wijngaarde, journalist (met Nederlandse nationaliteit)
[bewerk] De verdachten
Bij aanvang van het proces eind november 2007 was de lijst met verdachten teruggebracht tot de volgende 25 personen[3]:
[bewerk] Herdenkingen
De Decembermoorden worden jaarlijks op verschillende plaatsen herdacht, onder andere bij het Surinaams consulaat te Amsterdam. In de zuidmuur van de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam zit een plaquette met de namen van de vijftien slachtoffers.
[bewerk] Roman
Edgar Cairo schreef direct in de dagen volgend op de decembermoorden de roman De smaak van Sranan Libre. Er verscheen fragment van in Het parool, maar het boek zelf verscheen pas eind 2007 bij uitgeverij In de Knipscheer.
[bewerk] Referenties
- ^ Bijlage bij Communications Nos. 146/1983 and 148 - 154/1983 van het VN-comité voor de rechten van de mens, 4 april 1985
- ^ a b Rapport van de Speciale Rapporteur S. Amos Wako, Annex V, pag. 16 (documentnummer E/CN.4/1985/17)
- ^ NRC Nieuwsthema
[bewerk] Literatuur
- Sariman, Jan: De Decembermoorden in Suriname: verslag van een ooggetuige. Met een nawoord van Chin A Sen, Uitg. Het Wereldvenster, Bussum 1983. (ISBN 90-293-9435-8)
- Oltmans, Willem: Willem Oltmans in gesprek met Desi Bouterse, Uitg. Jan Mets, Amsterdam 1984.(ISBN 90-70509-5-6)
- Boerboom, Harmen en Joost Oranje: De 8-december-moorden. Slagschaduw over Suriname, Uitg. BZZToH, 's-Gravenhage 1992. (ISBN 90-6291-762-3)

