Dechargeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het dechargeren, kwijting of uitslaan van een persoon is het ontlasten van een persoon van een bepaalde verantwoordelijkheid, zijnde een takenpakket, functie, ambt of verplichtingen in het algemeen. Dit gebeurt nadat een persoon gechargeerd is voor deze bepaalde verantwoordelijkheid en deze naar tevredenheid heeft vervuld of wanneer verwacht wordt dat een andere persoon beter met de verantwoordelijkheid gechargeerd kan worden. Ook gebeurt het ter afsluiting van een boekjaar, wanneer de algemene vergadering de jaarcijfers heeft goedgekeurd. Hiermee accepteert de vergadering dat de bestuurders hun taak naar behoren hebben verricht en ontlasten hen van aansprakelijkheid voor hun bestuur over dat jaar.

Binnen rechtspersonen kunnen bestuursleden en commissieleden gedechargeerd worden. Dit gebeurt dan vaak op een algemene leden- of aandeelhoudersvergadering (AV). Tijdens de vergadering wordt de reden van decharge uitgelegd en kan de te dechargeren persoon verantwoording afleggen. De AV kan bezwaar maken tegen het dechargeren van iemand omdat zijn of haar taken niet, onvolledig of onbehoorlijk vervuld zijn.

Decharge dient om te voorkomen dat bestuurders tot in de lengte der jaren kunnen worden aangesproken. Dit zonder meer nalaten wordt daarom (ook in rechte) gezien als onredelijk; bovendien wordt bestuurder zijn in dat geval een zeer onaantrekkelijke taak en zal de rechtspersoon uiteindelijk niemand meer kunnen vinden die nog bestuurder wil zijn. Bovendien is het ongewenst dat een aandeelhouder (achterhouding van) decharge als oneigenlijk dwangmiddel kan gebruiken jegens bestuurders. Daarom is decharge gebruikelijk bij het aftreden van bestuurders en goedkeuren van de jaarstukken.

De werking van decharge is echter zeer gelimiteerd: de gechargeerde wordt slechts gekwijt van eventuele aansprakelijkheid jegens degene die de decharge verleent (meestal de rechtspersoon en diens aandeelhouders). Derden kunnen de gedechargeerde nog steeds aanspreken wanneer zij menen schade te hebben geleden door onbehoorlijke taakvervulling van de gedechargeerde. Men kan bij dergelijke derden denken aan investeerders of klanten die schade hebben geleden door betalingsonmacht van een rechtspersoon veroorzaakt door onbehoorlijke taakvervulling, of bestuurdersaansprakelijkheid in een faillissement. Ook zal men zich niet op een verleende decharge kunnen beroepen wanneer men gegevens heeft achtergehouden en de aansprakelijkheid voert uit informatie in deze achtergehouden gegevens voort. De decharge zal geen bescherming bieden tegen een vordering van dergelijke (derde) partijen.

Omdat het dechargeren wel eens gebeurt door een slag met de voorzittershamer wordt het dechargeren ook wel eens uitslaan genoemd.