Soorten zinnen
Dit artikel geeft een overzicht van de soorten zinnen in de Nederlandse taal.
Inhoud |
Hoofdzin, bijzin en grammaticale functie[bewerken]
Niet alleen 'woorden, maar ook deelzinnen kunnen een functie binnen de (complete) zin vervullen. Een deelzin is algemeen geformuleerd een verzameling woorden waarin een finiete werkwoordsvorm (meestal een persoonsvorm) voorkomt, en die in de (complete) zin door één woord vervangen kan worden, althans, wanneer de deelzin zelf geen hoofdzin is, maar een bijzin(zie verderop). Voorbeelden:
- Ik weet dat hij ziek is (→ ik weet het).
- Hoewel hij ziek is, werkt hij door (→Toch werkt hij door).
In deze voorbeelden heeft het schuingedrukte zinsdeel de functie van lijdend voorwerp (1e zin) en bijwoordelijke bepaling (2e zin).
Onderscheid hoofd- en bijzin[bewerken]
Het begrip 'functie' kan gebruikt worden om de hoofdzin en de bijzin formeel te onderscheiden: binnen de volledige zin heeft de hoofdzin dan géén aparte grammaticale functie (en kan niet door één woord vervangen worden), terwijl dat wèl het geval is voor de bijzin (die kan allerlei functie hebben zoals die van bijwoordelijke bepaling). In bovengenoemde voorbeelden zijn 'ik weet' en 'werkt hij door' dus geen bijzinnen, maar hoofdzinnen.
Dit gebruik van de term hoofdzin wordt niet door alle taalkundigen erkend. Velen gebruiken de term voor de volledige zin, en bedienen zich van de uitdrukking matrix-zin om de deelzin-zonder-functie aan te duiden. Op deze bladzijden zullen wij echter onder hoofdzin en matrix-zin hetzelfde verstaan.
Hoe herken je een hoofd- of bijzin?[bewerken]
Een hoofdzin is het makkelijkst te herkennen aan het feit dat het onderwerp en de persoonsvorm altijd naast elkaar staan. In een bijzin is dit in de regel juist niet zo. Een voorbeeld:
Ik hoefde niet te weten dat je zo'n crimineel verleden had.
In 'Ik hoefde niet te weten' herkennen we een hoofdzin, omdat de persoonsvorm (hoefde) en het onderwerp (Ik) naast elkaar staan, en ook nog eens vooraan. 'je zo'n crimineel verleden had' Is de bijzin, omdat 'je' en 'had' gescheiden worden door 'zo'n crimineel verleden'.
Functies van bijzinnen[bewerken]
Afhankelijk van de functie die de bijzin in de zin vervult onderscheidt men:
- Zelfstandige bijzinnen:
- Onderwerp: wat hij zegt is waar
- Logisch onderwerp: het is jammer dat hij ziek is
- Naamwoordelijk deel van gezegde: het is niet wat jij denkt
- Lijdend voorwerp: ik weet wanneer hij komt
- Meewerkend voorwerp: ik geef wat hij voorstelt het voordeel van de twijfel
- Bijvoeglijke bijzinnen (beperkend en uitbreidend):
- Bijvoeglijke bepaling (beperkend): de man die daar loopt is mijn vriend (= beperkende relatieve (betrekkelijke) bijzin)
- Bijvoeglijke bepaling (uitbreidend): deze man, die niets vreest, is mijn vriend (= uitbreidende relatieve (betrekkelijke) bijzin)
- Bijvoeglijke bepaling ingeleid door voegwoord: ik heb de hoop dat het nog goed komt (= attributieve bijzin)
- Bijwoordelijke bijzinnen:
- Bijwoordelijke bepaling van tijd: ik vertrek wanneer hij komt (niet te verwarren met 'ik weet wanneer hij komt' hierboven)
- Bijwoordelijke bepaling van plaats: ik volg hem waar hij heen gaat
- Bijwoordelijke bepaling van richting: ik loop naar huis
- Bijwoordelijke bepaling van gesteldheid: de man is zeer gezond