Degrowth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pro-degrowthgraffiti op de July Column in het Place de la Bastille te Parijs tijdens een protest tegen het First Employment Contract, 28 maart 2006

Degrowth (Frans: décroissance,[1] Italiaans: decrescita) is een politieke en milieubeweging met anti-consumentistische en anti-kapitalistische ideeën.

Degrowth, letterlijk te vertalen als ontgroei, gaat verder in de lijn van de ‘grenzen aan de groei’ discussie uit de jaren zeventig en tachtig. Kern van de theorie is dat we boven onze stand leven en terug moeten in productie en consumptie om een milieucatastrofe af te wenden. Producten moeten zo veel mogelijk lokaal worden geproduceerd en geconsumeerd.

Voorvechters van degrowth benadrukken dat de huidige consumptiemaatschappij niet meer voort kan bestaan. De huidige economische crisis is veroorzaakt door de Kredietcrisis. Deze laat zien dat het huidige economische bestel gebaseerd is op continue groei ten koste van alles. Daarnaast laat de huidige klimaatverandering zien dat de mens tegen haar natuurlijke grenzen aanloopt.

Soorten degrowth[bewerken]

Er zijn verschillende soorten van degrowth namelijk degrowth in:[2]

Oorsprong[bewerken]

De beweging ontstond uit twijfel over de consequenties van de continu toenemende productiviteit en consumptie in de geïndustrialiseerde samenleving (of het nu een kapitalistische of socialistische betreft) vanwege:

Geschiedenis[bewerken]

Het debat over "grenzen aan de groei" is niet nieuw. De Engelse econoom Thomas Malthus voorspelde aan het eind van de achttiende eeuw, bij het begin van de industrialisering, dat de landbouwproductie de snel groeiende bevolking niet bij kon houden. De gemiddelde productie per hectare zou dalen doordat voedsel nu ook op minder vruchtbare bodem werd geproduceerd met hogere voedselprijzen en honger tot gevolg. Malthus' oplossing was het voeren van bevolkingspolitiek om te voorkomen dat er te veel mensen op de wereld zouden komen. De fout die hij maakte was dat hij de status quo doortrok naar de toekomst. Hij had buiten technologische vernieuwing gerekend. Door de baanbrekende uitvindingen van kunstmest door Justus von Liebig en de systematische plantenveredeling door Gregor Mendel ontstond er een landbouwrevolutie met een vermenigvuldiging van de voedselopbrengsten.

Vervolgens hebben meerdere schrijvers zich met dit probleem beziggehouden, maar in 1972 kwam de discussie in een stroomversnelling. In dat jaar presenteerde de Club van Rome haar rapport Grenzen aan de groei. Hierin stellen zij dat oneindige groei van productie en consumptie binnen een begrensd systeem niet mogelijk is. Als we op de deze manier blijven doorgaan zullen grondstoffen en voedsel opraken, met de ineenstorting van het huidige systeem tot gevolg. In het spoor van de Club van Rome volgde er een groot aantal publicaties met datzelfde thema. De belangrijkste zijn die van Ivan Illich, Tools for Conviviality uit 1973. Hierin formuleert hij de wet van de twee drempels. Voorbij de eerste drempel zijn ontwikkelingen positief en zorgt groei voor meer welzijn. Voorbij de tweede drempel slaat de ontwikkeling om en wordt meer groei antiproductief.

Uit 1973 stamt ook het boek Steady-State Economics van Herman Daly. Daly wil af van kwantitatieve groei, en bepleit een economie die zich wel nog ontwikkelt in kwalitatieve zin, maar in omvang niet meer groeit. Een andere belangrijke denker is de wiskundige Nicholas Georgescu-Roegen. Hij paste de tweede wet van thermodynamica toe op economie en bewees daarmee dat exponentiële groei op een begrensde planeet uitgesloten is.

Daarna verliezen de degrowthdenkers aan momentum. Pas aan het begin van de nieuwe eeuw komen er weer nieuwe publicaties, geïnspireerd door de economische crisis en de klimaatcrisis. Belangrijke publicaties zijn Farewell to Growth uit 2009 van Serge Latouche, die Prosperity Without Growth van Tim Jackson uit 2009, Abschied von Wachstumzwang uit 2010 van Reinhard Loske, politicus voor de Groenen in Duitsland en The End of Growth: Adapting to Our New Economic Reality uit 2011 van Richard Heinberg.

Latouche[bewerken]

Latouche is emeritus professor in de economie aan de universiteit van Parijs-Zuid. In zijn boek Farewell to Growth (2009) presenteert hij acht basisprincipes van degrowth namelijk re-evaluate, relocalize, reduce, reconceptualize, restructure, redistribute, re-use en recycle. Bij re-evaluate gaat het om herwaardering van waarden als altruïsme, vakmanschap en burgerschap, en niet alleen de hoeveelheid geld die je op de bankrekening hebt staan. Tweede punt is relocalize, productie moet weer lokaal worden en ook lokaal worden gefinancierd. Derde punt is reduce. Consumptie moet gereduceerd worden, de werktijd verkort zodat werk gelijkmatig verdeeld kan worden over de bevolking, het massatoerisme moet beperkt worden, vervuiling moet voorkomen worden en bij alles moet gebruikgemaakt worden van het voorzorgprincipe. Met het vierde begrip reconceptualize bedoeld Latouche dat begrippen als rijk en arm geherdefinieerd dienen te worden. Bij redistribute gaat het om een herverdeling van inkomsten en rijkdommen, niet alleen binnen een samenleving in een land maar ook tussen werelddelen. De laatste twee basisprincipes zijn re-use en recycle. Materialen moeten zo veel mogelijk worden hergebruikt in de oorspronkelijke staat. Als dat niet mogelijk is moeten alle materialen die niet composteerbaar zijn hergebruikt worden.

Jackson[bewerken]

Jackson is professor in Sustainable Development aan de universiteit van Surrey en economisch commissaris van de commissie voor duurzame ontwikkeling van de Engelse regering. In zijn boek Prosperity without Growth weet hij de verschillende stromingen die er zijn binnen de 'degrowthgemeenschap' te bundelen en samen te vatten tot een coherent verhaal. De voorstellen in zijn boek deelt hij op in drie categorieën: het vaststellen van grenzen, het aanpassen van het economische model en het veranderen van de sociale logica. Bij het vaststellen van de grenzen gaat het om het instellen van een grondstof- en emissieplafonds en maken van afdwingbare reductiedoelstellingen. Door het fiscale stelsel te vergroenen wordt vervuilen duurder en duurzame productie en consumptie goedkoper. Als hij spreekt over aanpassingen in het economisch model betekent dit de ontwikkeling van een ecologische macro-economie, investeren in werkgelegenheid, activa en infrastructuur, het bevorderen van financiële en fiscale voorzichtigheid en het herzien van de nationale rekeningen. Zo steunt Jackson Joseph Eugene Stiglitz en Amartya Sen in hun kritiek op het Bruto Binnenlands Product als maatstaf voor welvaart. Het veranderen van de sociale logica heeft betrekking op werktijdverkorting, aanpak van systeemgebonden ongelijkheid, het meten van mogelijkheden en ontplooiing, versterking van het sociaal kapitaal en het ontmantelen van de cultuur van consumentisme.

Kritiek[bewerken]

Als kritiek op de degrowthbeweging wordt gesteld dat haar ideeën goed klinken, maar zowel politiek als sociaal moeilijk te verwezenlijken zijn. De bewoners van de westerse wereld willen hun verworvenheden niet opgeven ten faveure van bewoners in het zuiden. Hierdoor zullen goedbedoelde ideeën niet geaccepteerd worden. Daarnaast blijft het onduidelijk waarop de 'degrowth' toegepast moet worden. Is dit de economie, de milieuvervuiling, de consumptie of het ruimtegebruik? Dit is niet heel specifiek verklaard.[bron?]

Zie ook[bewerken]

Bekende denkers op dit gebied[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referentie[bewerken]

  1. Institut d'études économiques et sociales pour la décroissance soutenable (2003).
  2. (en) Environment versus growth — A criticism of “degrowth” and a plea for “a-growth” Van Den Bergh (2010) Sciencedirect.com