Dekbed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eenpersoonsbed met een dekbed (zonder dekbedovertrek) erop
Dekbed zonder hoes

Een dekbed is een variant op een deken. Het houdt een slapende warm en vereenvoudigt het opmaken van een bed. Een donzen dekbed is gevuld met dons. Er zijn ook dekbedden die met een ander isolerend materiaal zijn gevuld.

Geschiedenis[bewerken]

Dekbedden waren halverwege de 18e eeuw al bekend in Duitsland, maar kennelijk veel minder in Engeland. De in Londen opgegroeide reisschrijver Thomas Nugent klaagt dat schoon stro op veel plaatsen in Duitsland, vooral in Westfalen, het gebruikelijke beddengoed is, maar schrijft dan:

"Een ding is heel eigenaardig aan hen, dat zij zich niet bedekken met beddengoed, maar een verenbed boven en een ander onder leggen. Dat is aangenaam genoeg in de winter, maar ik kan niet begrijpen hoe zij in de zomer hun verenbedden over zich heen verdragen, zoals gangbaar is.[1]"
— Thomas Nugent, The Grand Tour 1749, vol II. p66[2]

Nugent omschrijft, bij gebrek aan betere bewoordingen, het dekbed dus als een soort tweede strozak (een voorloper van de matras) die op het lichaam gelegd wordt. Daarna haalt hij nog een Duitse anekdote aan over uit Frankrijk gevluchte hugenoten die menen bovenop elkaar te moeten slapen, omdat ze twee op elkaar liggende strozakken denken aan te treffen.[3]


Types[bewerken]

Veelvoorkomende types zijn:

  • Het direct gestikte dekbed, waarbij de bovenkant van de tijk op de onderkant is gestikt. Dit zijn meestal lichte (zomer)dekbedden.
  • Het stegdekbed, waarbij de bovenkant van de tijk niet op de onderkant is gestikt, maar boven- en onderkant via katoenbanen met elkaar verbonden zijn. De steggen worden geplaatst om het dons gelijkmatig over het hele dekbed te verdelen. Dit zijn meestal zwaardere (all year of winter-)dekbedden.
  • het vierseizoenen dekbed bestaat uit twee direct gestikte dekbedden met verschillend vulgewicht; het dunnere deel dien als zomerdekbed en het dikkere deel als voor- en najaarsdekbed. In de winter worden ze dan gekoppeld waardoor ze een winterdekbed vormen.

Tijk[bewerken]

De tijk dient als omhulsel voor het dons. Deze moet donsdicht zijn, opdat het dons niet naar buiten kan door de tijk en er ook niets in het dekbed kan dringen (bijvoorbeeld huidschilfers of stofmijt). Ook moet de tijk luchtig zijn en vocht goed opnemen en afgeven. Katoen is het meest geschikte materiaal voor tijken. De dichtheid van de draden per cm² is belangrijk als het om dichtheid gaat. De tijken worden aangeduid met Perkal (voor de standaard kwaliteiten) en Batist (voor de fijnere kwaliteiten).

Vulling[bewerken]

Tradtioneel is een dekbed gevuld met dons. Tussen het dons zit veel lucht, waardoor een donsdek licht en luchtig is, maar toch goed warmte vasthoudt. Een dekbed kan ook gevuld zijn met een ander isolerend materiaal zoals synthetisch materiaal, wol of katoen.

Dons[bewerken]

Normering
Oude benaming Euronormering
RAL 092 A2 DIN EN 12934
Pure dons 100 % dons
Licht vederige dons 90 % Dons en 10 % veren
Vederige dons 60 % Dons en 40 % veren
Halfdons 30 % Dons en 70 % veren
Kwartdons 15 % Dons en 85 % veren
Veren 100 % veren

Voor de vulling worden vaak dons en veren van ganzen of eenden gebruikt. Hoe hoger het aandeel dons is binnen de vulling, des te hoger is is de vulkracht en derhalve het isolatievermogen. Als bijzonder dons is het dons van de eidereend vermeldenswaardig. Deze donssoort staat bekend om de hoge warmte-isolatie. Isolatievermogen en ventilatievermogen zijn bij eiderdons nog hoger dan bij ganzendons.

Het winnen van dons is omstreden. "Levende pluk", het winnen van dons van ganzen die levend geplukt worden, is zeer omstreden. Of dieren tijdens de rui op juiste wijze geplukt worden, kan niet vastgesteld worden. Om deze reden zien veel handelsbedrijven en ateliers af van dons dat van levende pluk afkomstig is. Er is echter geen keurmerk voor.

Voor de verschillende verhoudingen van dons en veren was er vroeger de RAL 092 A2 normering. Deze is vervangen door de DIN EN 12934 normering.

Een donzen dekbed moet minsten 60% dons bevatten, anders is het een veren dekbed.

Ganzendons en ganzenveren zijn (binnen vergelijkbare kwaliteit) duurder dan eendendons en eendenveren. Om deze reden wordt ganzendons vaak aangevuld met eendendons. Bij pure ganzendons mag tot 10% eendendons gevoegd worden.

Hoewel qua houdbaarheid, vulkracht, isolatievermogen en ventilatievermogen niet minder dan witte dons, is grijze of bruine dons toch minder populair. Deze dons wordt dan vaak gebleekt, omdat witte dons mooier toont in een witte tijk.

Dekbedovertrek[bewerken]

Om een dekbed kan een dekbedovertrek worden gedaan dat gemakkelijk te wassen is. Dekbedhoezen bestaan in verschillende kwaliteiten en in verschillende dessins.

Houdbaarheid[bewerken]

De kwaliteit van het dons en de wijze waarop met het dekbed omgegaan wordt, hebben invloed op de levensduur van het dons. Een dekbed dat onderhouden wordt, kan tot wel 15 jaar goed blijven.

Hygiëne[bewerken]

Op een zonnige dag luchten en drogen in de buitenlucht is het beste voor een dekbed. Donzen dekbedden kunnen ook gewassen worden. Er dient dan veel water gebruikt te worden en goed gespoeld te worden. Drogen kan in de buitenlucht, wat echter veel tijd kost, of in de droogtrommel, net zo lang tot het dons geheel droog is.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Oorspronkelijke tekst: "There is one thing very particular to them, that they do not cover themselves with bed-clothes, but lay one feather-bed over, and another under. This is comfortable enough in winter, but how they can bear their feather-beds over them in summer, as is generally practised, I cannot conceive."
  2. zie (en) Google Books - The grand tour, Volume 2 Door Thomas Nugent; volgens de daar getoonde paginanummering staat het citaat op pagina 109, hoewel diverse elkaar mogelijk overschrijvende bronnen pagina 66 aangeven.
  3. Over het waarheidsgehalte van die anekdote laat Nugent zich niet uit. Mogelijk is het verhaaltje te vergelijken met een Belgenmop.