Dekofficier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een dekofficier (vroeger stuurman genoemd) is een gecertificieerd scheepsofficier in de dekdienst. Aan boord van een schip kan hij een zeereis plannen en de positie van het schip bepalen op elke plaats ter wereld. Hiervoor beheerst hij veel kennis over kustnavigatie en astronomie. Zijn dagelijkse taak bestaat uit het manoeuvreren van het schip, rekening houdend met plaatselijke zeegang en zeedeining, wind en de scheepsstabiliteit.

Overzicht[bewerken]

In de haven is er steeds een dekofficier op het dek van het schip dat de ladingsoverdracht controleert.

Op zee staat de dekofficier op de brug van het schip en is hij verantwoordelijk voor de navigatie en veiligheid van het schip. Het is mogelijk dat de kapitein of een dekofficier hoger in rang, deze verantwoordlijkheid tijdelijk overneemt. Hij moet ook 2 keer per dag wacht lopen op de brug en tijdens deze wacht moet hij ook de GMDSS luisterwacht uitvoeren.

Het is mogelijk dat er een aspirant of een cadet mee op de brug staat. Deze 2 personen zijn beide in opleiding om dekofficier te worden. De cadet heeft zijn studies nog niet voltooid, terwijl een aspirant reeds de nodige STCW-certificaten behaald heeft.

Verder zijn er nog andere verschillende matrozen op het schip die de dekofficier helpen bij het uitvoeren van zijn verantwoordelijkheden, namelijk de bootsman, volmatroos en lichtmatroos.

Belangrijkste plichten van de dekofficier[bewerken]

  1. Goede wacht lopen met een algemeen toezicht op het hele schip.
  2. Nagaan en noteren van alle activiteiten op de brug.
  3. De navigatietoestellen op hun werking nakijken.
  4. De goed voorbereidde Reisvoorbereiding volgen om aanvaring te voorkomen.
  5. Moet kunnen werken met de RADAR en ARPA.
  6. Moet kunnen werken met ECDIS.
  7. Moet vertrouwd zijn met de specifieke scheepssnelheid, draaicirkels en manoeuvreerbaarheid van het schip.
  8. Voortdurende GMDSS luisterwacht houden voor elk soort noodgeval of algemene internationale signalen.
  9. Uitvoeren, nakijken en voorbereiden van een veilige reisvoorbereiding.
  10. Leeft de voorgeschreven procedures over het overbrengen van de wacht na.
  11. Stelt op tijd vragen aan de kapitein indien er onzekerheid is.
  12. Vraagt de kapitein om hulp wanneer hulp nodig is.
  13. Volledig thuis zijn met alle veiligheidssytemen aan boord van het schip.
  14. Moet op de gepaste momenten de signalisatie-apparatuur gebruiken.
  15. Moet alle instrumenten ter voorkoming van pollutie en veiligheid volledig kunnen gebruiken.
  16. Mag nooit de brug tijdens zijn wacht onbemand laten.

Er zijn verschillende extra en aanvullende verplichtingen voor de dekofficier afhankelijk van zijn rang.

Bronnen, noten en/of referenties