Delische Bond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Delische Bond, ook wel de Delisch Attische (of Attisch-Delische) Zeebond, is de moderne benaming die men geeft aan het bondgenootschap uit de Griekse Oudheid dat Athene met verschillende staten van de Egeïsche Zee sloot als tegenhanger voor de Peloponnesische Bond. In de oudheid heette de liga gewoon "Athene en zijn bondgenoten".

Voorgeschiedenis[bewerken]

Na afloop van de Perzische Oorlogen kwamen de staten die door de Perzische expansiepolitiek bedreigd waren, in 479 v.Chr. samen op Delos, en sloten er een militair samenwerkingsverbond met het doel onderlinge hulp te verstrekken tegen de dreiging van de Perzen. De conferentie was er gekomen op initiatief van de Atheense leiders Aristides en Kimon II.

Leiding en organisatie[bewerken]

Model voor de organisatie stond de Peloponnesische Bond onder leiding van Sparta. De leiding van de Delische Bond werd toevertrouwd aan Athene, omdat het de machtigste vloot bezat. Bij de aanvang werd overeengekomen dat het bondgenootschap niet tegen Sparta gericht was, en evenmin een machtsinstrument van Athene mocht zijn. De bond werd georganiseerd als een permanent genootschap, zowel defensief als offensief.

Het eiland Delos werd gekozen als centrum en zetel van de vergaderingen, waarbij Athene evenals de andere lidstaten (spoedig meer dan 150!) slechts één stem had. De lidstaten verplichtten zich ertoe schepen ter beschikking stellen ofwel een evenredige financiële bijdrage (Grieks φόρος) te leveren. Aldus vormde zich op Delos een heuse bondsschat.

Verdere evolutie[bewerken]

In de praktijk was de suprematie van Athene echter groter dan uit de aangegane verbintenissen en uit de clausules bleek. Nadat de Perzische dreiging nagenoeg opgehouden had te bestaan, werd de Delische Bond geleidelijk aan misbruikt als instrument voor de uitbouw van een Atheens imperium. De kleinere lidstaten bleef doorgaans geen andere keuze dan het machtige Athene in alles te volgen. Oppositie en afvalligheid werd niet geduld, en zelfs als verraad afgestraft. Toen Athene in 454 v.Chr. onder impuls van Pericles eenzijdig besloot om de bondsschat binnen haar eigen stadsmuren in veiligheid te brengen, werd het duidelijk dat de "supermacht" Athene de leiding had overgenomen. Jaarlijks werd er een contributie van 1.000 talenten geëist, lidstaten die zich hiertegen verzetten, verloren zelfs bij geringe verdenking hun zelfstandigheid. Athene kon het zich permitteren eenzijdig de bondsbijdrage te verhogen en de contributie aan te wenden voor eigen doeleinden (onder meer de realisatie van grootscheepse bouwwerken op de Acropolis, en andere infrastructuurwerken).

Dit arrogante imperialisme van Athene was de hoofdoorzaak van de Peloponnesische Oorlog, die in 404 v.Chr. eindigde met de volledige nederlaag van Athene, dat daarbij zijn controle over Delos verloor vanwege de opheffing van de Attisch-Delisch Bond. In 378 v.Chr. werd een tweede Delische Bond opgericht, maar die was lang niet zo belangrijk als de eerste.