Demeter (mythologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een buste van Demeter (kopie van Grieks origineel uit de 4e eeuw v.Chr., Museo Nazionale Romano).

Demeter (Oudgrieks: Δημήτηρ, Dêmếtêr) is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij was de dochter van Kronos en Rhea[1] en dus een zus van Zeus, Poseidon, Hades, Hera en Hestia. Demeter was de godin van de landbouw en de gewassen (op de eerste plaats van het graan), van de huiselijke haard en van burgerlijke orde, wet en huwelijk.

Oorsprong[bewerken]

Na haar geboorte deelde zij volgens de Griekse mythologie het lot van haar broers en zussen: zij werd door haar vader Kronos verslonden, maar net als de anderen in het leven teruggeroepen, toen Zeus zijn vader dwong de door hem verslonden kinderen weer uit te braken.[2]

De godin Demeter, letterlijk aangeroepen als goddelijke moeder, bezit alle karakteristieken van de oudere Cybele, een Frygische godin, die op haar beurt een reflectie was van de godin Kubaba uit de Hattische mythologie.

Demeter Pelasgis[bewerken]

De opvatting van Demeter als de moeder aarde behoort tot haar oorspronkelijk wezen. Ze is nauw verwant is met Gaia en Rhea Cybele, hoewel zij toch aan andere persoonlijkheid heeft. Men kan haar veilig voor een van de oudste, Pelasgische (het vóór-Helleense Griekenland) godheden van Griekenland houden. Vandaar haar bijnaam Pelasgis. Wat sommige schrijvers omtrent haar Egyptische oorsprong en omtrent haar identiteit met de Egyptische godin Isis hebben beweerd, schijnt onaannemelijk. Demeter was de zuster van Poseidon en de schoonzuster van Hera. Maar Demeter had stiekem een oogje op Zeus. Hera wist dit en deed er alles aan om haar te vernietigen.

Demeters werkingsgebied, epikleses en eredienst[bewerken]

Reliëf van Demeter in Pompeï verwijzend naar haar oeroude status van moedergodin en godin van de landbouw

Als godin van de aarde staat zij vooral in nauwere betrekking tot al wat met het leven en de beschaving van de mensen in verband staat. Zij is niet alleen in het algemeen de moeder van alle leven en alle werkzaamheid in de natuur, maar vooral van de planten die door de mensen tot hun eigen verbruik worden verbouwd. Voor het groeien en rijpen daarvan draagt zij zorg, voornamelijk voor het graan. Zo is zij de godin van de akkerbouw geworden, en toen ze dit eenmaal was, natuurlijk ook van al die bezigheden die in ruimere zin tot de akkerbouw kunnen gerekend worden, de boomkwekerij en de veeteelt.

De godin van de landbouw werd verder natuurlijk de beschermster van alles wat met de landbouw verband heeft. Zij ging door voor de uitvindster van alle gereedschappen die daarbij worden gebruikt. Ze leerde ook aan de mensen ploegen, zaaien, maaien, schoven binden, dorsen, malen en brood bakken, aldus de mythe van Triptolemos (zie hieronder).

Demeter Thesmophoros[bewerken]

Een hogere, zedelijke betekenis krijgt Demeter als de godin van de beschaving, die de mensen juist door de akkerbouw opheft van de lagere trap, waarop de jagers- en herdersvolken staan, die hun oorspronkelijke ruwheid en wildheid door wetten en zeden weet te temmen, die door de heilige instelling van de echt en door verordeningen, welke de burgers aan elkaar verbinden een onveranderlijke grondslag legt voor de instandhouding van de staat en van het maatschappelijk leven. Wat deze trek in haar wezen betreft, staat zij in nauw verband tot Dionysos, die bij uitnemendheid de god is, die aan het menselijk geslacht de beschaving heeft aangebracht en de zeden zachter gemaakt. Wijncultuur en het bereiden van wijn zijn even stellige kenmerken van een meer beschaafde toestand als de landbouw en het vervaardigen van brood. Van daar de nauwe samenhang van deze twee grote godheden van de beschaving en de mysteriën, waarin Dionysos-Iakchos als de zoon van Demeter en de mystische bruidegom van Kore-Persephone voorkomt. Als stichtster van de beschaving heet Demeter Thesmophoros, d. i. "de wettenbrengster" en het grote feest van de Thesmophoria vierde de zegenrijke werking van de godin op dit gebied.

Een verdere gevolgtrekking uit deze opvatting van het wezen van de godin is, dat zij, zoals we boven reeds vermeldden, een beschermster wordt van de echt, daar zonder het begrip van het huwelijk en het huisgezin een goed geordende staat niet kan worden gedacht, verder dat ook de volksvergaderingen onder haar bescherming staan, en dat de Heliasten (de rechtbank van gezworenen te Athene) behalve bij Zeus en bij Athena ook bij haar naam moesten zweren, dat zij rechtvaardig recht zouden spreken.

Offers[bewerken]

Als offergeschenken bracht men haar de voor het koren zo nadelige zwijnen, alsook runderen, vruchten, mede honing en honingraten. Daarenboven waren niet alleen alle vruchtbomen aan haar gewijd, maar ook de pijnboom en de olm en van de bloemen de hyacint en de papaver.

Feesten[bewerken]

Behalve de Eleusiniën en Thesmophoriën werden ter ere van Demeter nog verscheidene andere grote feesten gevierd, die meestal op de oogst betrekking hadden. De voornaamste plaatsen van haar verering waren behalve Eleusis Kreta, Delos, Arcadië, Attica, Klein-Azië en Sicilië.

De Dorische stammen wijdden zich voor het grootste gedeelte aan de dienst van Apollo en Artemis en daarom trad die van Demeter bij hen op de achtergrond, al schijnt het ook dat deze godin van oeroude, echt-Griekse oorsprong is.

De roof van Persephone en de Mysteriën van Eleusis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Mysteriën van Eleusis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Persephone was de dochter van Demeter en Zeus. Zij was de enige van haar kinderen, die in haar mythe een belangrijke rol speelt. Zij was namelijk opgegroeid tot een bekoorlijke jonge vrouw en moeder en dochter waren door een innige liefde met elkaar verbonden, toen haar geluk plotseling werd verstoord.

Demeter en Persephone begroeten een processie van de mysteriën (beschilderde terracotta votiefplaat, midden 4e eeuw v.Chr., Nationaal Archeologisch Museum van Athene).

De in de oudheid zeer bekende en talloze malen door dichters en kunstenaars behandelde mythe van de roof van Persephone (de Romeinen noemden haar Proserpina) verhaalt ons, hoe Zeus zonder medeweten van Demeter, hun schone dochter aan zijn sombere broer Hades, de koning van het duistere schimmenrijk, tot gemalin had beloofd. De latere sage, vooral de Romeinse, wees het aan koren vruchtbare eiland Sicilië aan als het oord, waar de roof van Persephone zou hebben plaats gehad in de nabijheid van de stad Enna. Doch door andere schrijvers wordt het toneel van die gebeurtenis nu eens verlegd naar de oevers van de Kephissos in het landschap Attica, dan weer naar Arcadië, of naar het Klein-Aziatische Nysa.

Toen nu de bekoorlijke maagd op zekere dag in de nabuurschap van de stad Enna, met de dochters van Okeanos speelde en zich vermaakte met het plukken van bloemen en het vlechten van kransen, zag zij een narcis van wonderbare schoonheid en verwijderde zich van haar gezellinnen om deze prachtige bloem te plukken. De narcis was volgens het geloof van de ouden, aan de goden van de dood geheiligd. Op het ogenblik dat zij zich naar de bloem vooroverbukte, opende zich plotseling de aarde, en uit de aldus ontstane kloof kwam de god van de schimmen, Aïdoneus of Hades, op een gouden, met vier zwarte paarden bespannen wagen gezeten, tevoorschijn. Deze greep Persephone en ontvoerde haar naar zijn rijk in weerwil van haar wanhopige tegenstand. De aarde sloot zich spoorloos achter haar met zulk een snelheid, dat de ontvoerde nauwelijks de tijd had, om de goden te hulp te roepen en dat zij was verdwenen, voor haar gezellinnen hadden bemerkt, wat er gebeurde. Haar angstkreet werd echter door haar moeder gehoord. Deze snelde toe, maar vond haar dochter niet. Toen rukte zij in wanhopige smart haar hoofdsieraad af, hulde zich in een donkere sluier, ontstak fakkels aan de gloeiende Etna en zocht, spijs en drank en het bad versmadend, negen dagen en negen nachten lang over de hele aarde naar haar verloren kind, terwijl zij de fakkels in de hand droeg om haar duistere weg te verlichten, totdat haar eindelijk op de tiende dag Helios (de zonnegod), die alles ziet en alles hoort, op haar aanhoudend smeken openbaarde wat er was gebeurd, en ook in welk een akelig verblijf, in welke duisternis de moeder niet eens vermocht door te dringen, haar geroofde dochter nu vertoefde. Door toorn en droefheid buiten zichzelf ontvluchtte zij het gezelschap van de goden van de Olympos, terwijl intussen alle vruchtbaarheid op de aarde ophield en een algemene hongersnood dreigde het menselijk geslacht te verdelgen. Zij droeg gedurende die tijd den naam van Deo, d. i. "de zoekende". Te vergeefs zond Zeus de ene bode na de andere op haar af om haar toorn te doen bedaren en haar te bewegen naar de Olympos terug te keren. Zij zwoer, dat zij niet eerder weer vruchten zou laten groeien, vóór haar dierbaar kind haar was teruggegeven. Toen moest Zeus er wel toe overgaan, om Hermes naar de onderwereld te zenden, teneinde Persephone naar het licht van de bovenwereld terug te voeren. Vol vreugde gehoorzaamde deze aan het bevel, dat zij van Zeus ontving. Maar bij het scheiden gaf Hades haar de pit van een granaatappel te eten: hierdoor was zij aan hem gebonden en kon zij niet voor altijd naar haar moeder terugkeren. In deze moeilijkheid werd echter voorzien door een overeenkomst, volgens welke Persephone gedurende twee derde van het jaar op de bovenwereld bij haar moeder zou vertoeven, maar de overige tijd in de onderwereld aan de zijde van haar sombere gemaal moest doorbrengen.

Afbeelding door Frederic Leighton (1896)

En zo stijgt zij dan ook elke jaar, als de lente begint, uit de diepte van de onderwereld tot innige vreugde van haar goddelijke moeder op naar de aarde, om in het laatst van de herfst weer af te dalen naar het onzichtbare rijk van de dood.

De zin van deze mythe is niet moeilijk te raden. Hij bevat een zinnebeeldige voorstelling van het schouwspel, dat zich jaarlijks vertoont, dat van de stervende en weer herlevende natuur. In de mysteriën van Eleusis werd dit regelmatig sterven en weer herleven van de natuur het zinnebeeld van het meer verheven begrip van de onsterfelijkheid van de ziel. Als Persephone, of zoals zij in die mysteriën heet, Korè, gedurende de wintermaanden in het rijk van Hades vertoeft, dan schijnt de natuur als het ware de rouw aan te nemen om de verloren dochter van Demeter. Maar ieder mensenleven deelt in het lot van Kore: het wordt de prooi van de koude, onverbiddelijke dood, doch slechts om eenmaal, evenals Kore, schoner en heerlijker weer op te staan.

Volgens historicus James Frazer zijn beide godinnen, namelijk moeder Demeter en dochter Persephone, oorspronkelijk personificaties van het koren, namelijk de rol die het in het voorjaar en in het najaar in de rurale samenleving heeft.[3]

In onmiddellijke samenhang met de schone en veelbetekenende mythe staat een andere, die op de stichting van de Eleusinische mysteriën betrekking heeft. Het lijden van Demeter moest namelijk tot zegen worden voor de mensheid. Toen de godin na het verlies van haar geliefde dochter, vertoornd op Zeus en alle Olympische goden rondzwierf, bezocht zij onder de gedaante van een arme oude vrouw de steden en de woningen van de mensen. Zo kwam zij ook in Eleusis, waar destijds Keleos heerste. In diepe treurigheid zette zij zich op een aan de weg liggende steen in de schaduw van een olijfboom neer bij de Parthenische bron, d. i. de "maagdenbron", hongerig en dorstig en aan goden en mensen wanhopend. Korte tijd daarna kwamen de prinsessen met blinkende kannen om vers water te putten en bemerkten de oude, armoedig geklede vrouw. De vier meisjes bestormden haar met vragen over haar afkomst, haar naam en het doel van haar reis. De godin antwoordde bescheiden, dat zij Deo heette en van Kreta kwam. Kallidike, de oudste van de meisjes, sprak haar troostende woorden toe en beloofde bij haar moeder Metaneira er op te zullen aandringen, dat deze haar tot opvoedster van haar, haar pas op rijpere leeftijd geboren, nog jeugdige zoon Demophon in dienst zou nemen. Weldra keerden de meisjes terug en voerden de wachtende oude met zich mee van de bron weg. Toen nu de godin de drempel van het paleis betrad, vervulde zij de poort tot aan de zoldering met een goddelijke glans en de koningin, van schrik ontzet, nodigde haar uit om te gaan zitten. Demeter wilde zich echter niet op de kunstig bewerkte zetel neerzetten, maar bleef in ootmoedige houding met neergeslagen ogen staan, totdat haar een dienstmaagd Iambe een eenvoudige stoel bracht, waarop de godin met een omsluierd gelaat ging zitten. Zij bleef echter zwijgen van droefheid, totdat het eindelijk aan Iambe gelukte, om door allerlei potsen de treurende godin aan het lachen te brengen en haar droefheid te verdrijven. Volgens een ander verhaal dwong haar een onbehoorlijk gebaar van een oude dienstmaagd Baubo het eerst een lach af. Zij wees echter de met wijn gevulde beker af en begeerde, in plaats daarvan, slechts een gerstendrank. De hartelijkheid, waarmee men haar ontving, noopte haar om langer te blijven, ofschoon zij zich niet bekend had gemaakt, en de post van opvoedster van de jongste zoon van het huis op zich te nemen. Uit dankbaarheid voor die goede ontvangst stortte zij over de koning zijn land en huis de rijkste zegeningen uit. Zij had het vooral goed met haar pleegzoon Demophon voor, daar zij hem de onsterfelijkheid wilde verlenen. Met dit doel zalfde zij hem overdag met ambrosia en legde hem 's nachts in de gloed van het vuur van de haard, om hem zo te reinigen en de onsterfelijkheid waardig te maken. Maar haar goede bedoelingen werden door de dwaasheid van Metaneira, de moeder van het kind, verijdeld. Deze bespiedde namelijk heimelijk, wat de godin deed, en toen zij zag, dat haar kind midden in de vlammen lag, uitte zij een luide kreet en stoorde zodoende het werk van Demeter. Deze openbaarde zich daarop in haar goddelijke gedaante en beval Keleos, haar in Eleusis een tempel te stichten, waar zijzelf hem de geheime plechtigheden aan haar dienst verbonden en de middelen, waardoor haar toorn verzoend kon worden, zou leren. Toen de tempel nu met hulp van de godin spoedig was voltooid, wijdde zij Keleos en ook andere vorsten van Eleusis, Triptolemos, Eumolpos en Diokles in de geheimen van haar eredienst in.

De mythe van Triptolemos[bewerken]

Demeter schenkt de knaap Triptolemos een graanhalm: symbool voor de mensheid die de landbouw leert. (reliëf, 5e eeuw v.Chr., Nationaal Archeologisch Museum van Athene).

Deze Triptolemos wordt door sommigen als de zoon van Keleos beschouwd, en nu eens voor dezelfde als Demophon gehouden, dan weer wordt van hem verhaald, dat Demeter na de onvoorzichtigheid van Metaneira haar gunst van Demophon op Triptolemos overdroeg. Zij leerde hem niet slechts het gebruik van de ploeg, maar schonk hem ook het zaad van de tarwe, en een met gevleugelde draken bespannen wagen, waarmee hij boven de oppervlakte van de aarde door de lucht zweefde om de vruchtdragende zaadkorrels uit te strooien en zo de taak te vervullen, die de godin hem had opgedragen om de landbouw alom te verspreiden. Haar gehoorzamende trok Triptolemos rond door de landen van de mensen, overal de zegeningen van de verheven godin verspreidend en de mensen tot een geordend samenleven in staten verenigend. Hij stuitte daarbij op allerlei tegenstand en had vele listige vervolgingen te verduren, b. v. van Karnabon, de koning van de Geten, die een van de draken, welke voor de wagen van Triptolemos waren gespannen, doodde, doch tot straf daarvoor door Demeter als slang onder de sterren werd geplaatst, en van Lynkos, de beheerser van de Scythen, die Triptolemos, toen deze in zijn land was gekomen, vriendelijk opnam, doch 's nachts hem heimelijk overviel en trachtte te doden, teneinde zichzelf de roem van de uitvinding van de akkerbouw te verschaffen. Tot straf werd hij door Demeter in een lynx veranderd. Op andere plaatsen wachtte hem een betere ontvangst. Koning Arkas in Arcadië nam met vreugde zijn geschenk aan en leerde van hem de landbouw en in Achaea liet koning Eumelos, d. i. "de aan schapen rijke" zijn herdersleven varen en stichtte met Triptolemos Aroa d. i. "de ploegstad", waar hij zich voortaan aan de landbouw wijdde.

Wat nu betreft de stichting van de reeds meermaals genoemde Eleusinische mysteriën, die in kleine en grote Eleusiniën werden onderscheiden, hieromtrent deelt de mythe nog het volgende mee: Toen Triptolemos na vele in dienst van Demeter ondernomen reizen tot zijn vader terugkeerde, wilde Keleos zijn zoon doden, uit vrees door hem te worden onttroond, doch de godin dwong hem van zijn bewind afstand te doen ten behoeve van zijn zoon, die daarop onder de bescherming van Demeter aldaar de Eleusinische mysteriën stichtte, een van de voornaamste godsdienstige feesten van Griekenland.

Relatie met goden en mensen[bewerken]

Daar het ontkiemen en de geleidelijke ontwikkeling van de planten afhankelijk is van allerlei invloeden, deels van de vochtigheid, die uit de diepte van de aarde opkomt, maar nog meer van de werkingen van de atmosfeer, van licht, lucht, warmte en regen, zo laat het zich gemakkelijk verklaren, dat Demeter in de haar betreffende mythen in een zeer nauw verband wordt gebracht met Poseidon, de god van de vochtigheid van de aarde en met de goden van de lichtgevende hemellichamen. Zo laat het zich verklaren, dat Demeter de geliefde van Poseidon wordt genoemd, en dat sommigen zelfs Persephone, d. i. de zich in het plantenleven openbarende groeikracht, als de vrucht dezer verbintenis beschouwen. Doch zo laat het zich ook verklaren, dat Demeter de gemalin heet van de in de hoogte zetelende Zeus, die de aarde met een zachte, bevruchtende regen bevochtigt. Deze laatste voorstelling heeft, naar het schijnt, de eerste allengs op de achtergrond gedrongen, daar, volgens het algemene volksgeloof van de Grieken, Persephone werd beschouwd als een dochter van Zeus en Demeter. Dat Demeter ook in nauw verband stond tot de god van het licht en de zon, Apollo, bewijst het aan beiden gemeenschappelijke feest van de Thargeliën, dat oorspronkelijk betrekking had op het rijp worden van de veldvruchten.

Behalve na de roof van Persephone heeft Demeter zich nog eens aan de omgang met de Olympische goden en aan haar gezegende werkkring op aarde onttrokken. Het was toen zij om de bestendige vervolgingen van Poseidon, die in liefde voor haar was ontstoken, te ontvluchten, de gedaante van een merrie aannam. De zeegod liet ondertussen niet af, veranderde zich in een hengst en verwekte bij haar het beroemde, vlugge paard Areion. Uit verdriet over een kroost, dat zo weinig op de moeder geleek, verborg Demeter zich een tijd lang zorgvuldig in een grot in Arkadië, alwaar zij slechts door de god Pan bij toeval werd ontdekt, toen hij op de jacht in de nabijheid van de grot kwam. Zij liet zich evenwel ditmaal gemakkelijker dan vroeger tevreden stellen. Zeus zond de Moiren af, die de beledigde godin naar de Olympos terugvoerden.

Ploutos met een cornucopia en Demeter met een scepter en ploeg (roodfigurige pelike, beschilderd door de "Orestes-schilder", 440-430 v.Chr.)

Nog heeft op Demeter als godin van de landbouw betrekking op de mythe van Iasion. Reeds Homeros en Hesiodos, de oudste Griekse dichters, maken daarvan gewag. Soms wordt deze Iasion een zoon van Zeus genoemd, soms ook van Minos, de koning van Kreta, op welk eiland hij dan het eerst de akkerbouw zou hebben ingevoerd. Demeter schonk hem haar liefde en baarde hem een zoon Ploutos, d. i. "de rijkdom". Zeus doodde deze echter, zo voegt Homeros eraan toe, met zijn bliksem.

De zin van deze mythe is duidelijk. Iasion zaait het koren in de aarde, waarmee hier Demeter wordt geïdentificeerd en de vrucht van hun verbintenis is Ploutus, d. i. de akkerbouw bevordert de welvaart van de mensen.

Degenen, die de godin versmaadden, vonden in haar steeds een vreselijke vijandin. Zo wilde Erysichthon, de zoon van Triopas, een Thessalisch vorst haar gaven niet aannemen, ja hij deed zelfs met twintig slaven een inval in een heilig bos van de godin en hieuw er de bomen om. De godin kwam tot hem onder de gedaante van een oude priesteres en maande hem aan om af te zien van zijn goddeloos plan. Doch hij liet zich niet storen of raden. Toen nam Demeter haar ware gedaante aan en strafte hem met een onverzadelijke honger. Hoe meer hij at, des te meer nam die honger toe, en weldra had hij al zijn rijkdommen verteerd en moest hij gaan bedelen langs de wegen van het vroeger door hem bestuurde land. Volgens een andere legende verkocht hij, toen hij zijn ganse vermogen had verteerd zijn dochter Mestra en trachtte met behulp van het zo verworven geld zijn honger te stillen. Deze Mestra kreeg echter van Poseidon de gave om allerlei gedaanten te kunnen aannemen. Zodra zij was verkocht, veranderde zij haar gedaante, ontvluchtte haar heer en keerde tot haar vader terug, die haar dan opnieuw verkocht. Doch ook dit baatte hem niets. Uiteindelijk werd Erysichthon door zijn steeds toenemende honger ertoe gedreven om de ledematen van zijn eigen lichaam te verteren.

Onder het heilige bos van Demeter hebben we in deze mythe niets anders te verstaan dan een graanveld. Door het niet eerbiedigen en verzorgen daarvan heeft Erysichthon de straf van de godin op zich geladen. Mestra, zijn dochter, is het voortbrengsel van zijn arbeid, dat telkens weer in nieuwe vorm tot hem komt, maar hem op den duur toch ook niet kan baten, zo de toorn der godin op hem blijft rusten.

Kinderen[bewerken]

Zij genoot de liefde van Zeus en baarde hem een dochter Persephone. Bovendien worden nog als uit haar gesproten Despoina en het paard Areion vermeld, die Poseidon bij haar verwekte.[4] Daarnaast baarde zij de zonen Ploutos en Philomelus door Iasion.[5] Ook heeft ze een zoon Dimitri genaamd. Hij behoort tot de halfgoden, omdat aangenomen wordt dat zij hem verwekte met een menselijke man. Volgens sommige bronnen was deze man Archimedes beter bekend dan de ontwerper.

Demeter in de beeldende kunsten[bewerken]

Standbeeld van Demeter op Zorgvlied in Amsterdam waarbij de korenaren duidelijk zichtbaar zijn

Wat de voorstelling betreft, die de Griekse kunstenaars aan Demeter gaven, moet worden vermeld dat haar gewone attributen korenaren zijn, die zij deels in de hand houdt, deels in een krans gevlochten op het hoofd draagt, verder papaver, een met bloemen gevulde mand, zoals bij haar mysteriën werd gebruikt en een voor haar nachtelijke omzwervingen nodige brandende fakkel. Evenals in haar eredienst de mythe van de roof van Persephone het middelpunt is geworden, waarom deze zich geheel bewoog, zo hebben ook de kunstenaars bij voorkeur bij hun voorstellingen minder oog gehad op de godin van de landbouw en de beschaving, maar er meer naar gestreefd om haar af te beelden als de moeder, die door de innigste banden van de reinste liefde met haar dochter was verbonden. Op de westelijke gevel van het Parthenon te Athene had de meesterhand van Phidias een groep gebeiteld, bestaande uit Demeter, Persephone en Iakchos. Daarvan is ongelukkigerwijze zeer weinig tot op onze tijd bewaard gebleven.

De beelden die nog over zijn tonen ons dat men haar over het algemeen dezelfde gestalte en hetzelfde voorkomen gaf als haar zus Hera. Haar gelaat was slechts iets breder en voller gevormd en had een zachtere, meer tedere uitdrukking die haar moederlijke liefde moest aanduiden.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Demeter.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Hesiodos, Theogonia 453, Apollodoros, I 1.4, Diodorus Siculus, V 68.1, Hyginus, Fabulae, et al.
  2. Hesiodos, Theogonia 452 &c., Apollodoros, I 2.1.
  3. James Frazer, The Golden Bough - A Study in Magic and Religion, p. 408
  4. Apollodoros, III 6.8, Pausanias, VIII 25.5, 37.6.
  5. Hyginus Astronomica 2.4