Demissionair

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Demissionair is een beginsel in het Nederlandse staatsrecht en heeft betrekking op de uitvoerende macht. Demissionair is een synoniem voor ontslagnemend en duidt op de toestand waarin deze macht zich bevindt nadat zij haar ontslag heeft ingediend bij het staatshoofd.

Een minister als individueel lid, of een regering als collectiviteit is demissionair indien deze niet langer het vertrouwen geniet van een meerderheid van de wetgevende macht en als gevolg hiervan haar ontslag heeft ingediend. Het gevolg hiervan is dat deze regering enkel nog de lopende zaken mag afhandelen en geen omstreden zaken mag behandelen.

Het vestigen van het vertrouwen[bewerken]

Bij de formatie van een nieuw kabinet wordt altijd gecontroleerd of het kabinet voldoende vertrouwen van de Tweede Kamer zal hebben. Dat blijkt dan uit het feit dat er een regeerakkoord wordt gesloten door fracties die samen een meerderheid hebben. Als zo'n meerderheid niet te vinden is, moet er in ieder geval een meerderheid zijn die het kabinet gedoogt. In 1939 formeerde Colijn zijn vijfde kabinet, omdat Koningin Wilhelmina groot vertrouwen in hem had, maar de Tweede Kamer dacht er anders over: bij zijn eerste optreden werd het kabinet al naar huis gestuurd. Sindsdien is zo'n eigenzinnig optreden van het staatshoofd niet meer voorgekomen.

Verlies van het vertrouwen[bewerken]

Is een kabinet eenmaal aangetreden, dan wordt aangenomen dat het hele kabinet het vertrouwen van de Tweede Kamer heeft, tot het tegendeel blijkt. Het tegendeel kan blijken bij een conflict tussen het kabinet (of een minister) en de Kamer. Bijvoorbeeld: een kamerlid dient een motie in, het kabinet ontraadt de motie en geeft aan dat deze motie een vertrouwenskwestie is, maar de Kamer neemt de motie toch aan. Of: een minister heeft een wetsvoorstel ingediend, in de Kamer blijkt dat een meerderheid het voorstel wil afwijzen, de minister geeft aan dat afwijzing van het voorstel een vertrouwenskwestie is, maar de Kamer verwerpt het voorstel toch. In al dit soort gevallen kan de kabinetscrisis worden afgewend als een van beide partijen inbindt. Men kan er ook voor kiezen een zogenaamd rompkabinet te vormen. Het opzeggen van het vertrouwen is vormvrij. In 2002 bleek dat het eerste Kabinet Balkenende niet meer het vertrouwen van de Kamer had, omdat de fractievoorzitters van CDA en VVD, Maxime Verhagen en Gerrit Zalm, dat aan de Kamer meldden tijdens de regeling van werkzaamheden. Een kabinet zal ook aftreden als de ministers het onderling niet meer eens zijn over het kabinetsbeleid. Dit deed zich het laatst voor bij Kabinet-Balkenende IV in 2010.

Aftreden of demissionair aanblijven[bewerken]

Als een minister het vertrouwen van de Kamer verliest, moet hij zijn ontslag aanbieden aan de koning. Soms zal hij het ontslag aannemen, namelijk als het duidelijk is dat er snel een opvolger kan worden gevonden. Dan is de minister echt afgetreden. Is een opvolger niet zo eenvoudig te vinden, dan zal hij de demissionaire minister vragen om de lopende zaken waar te nemen en zolang in functie te blijven.

Kabinetscrisis = nieuwe verkiezingen[bewerken]

Als een heel kabinet aftreedt en het niet mogelijk is het kabinet weer te repareren, moeten er altijd nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer komen. Dit gaat samen met een besluit tot ontbinding van de Tweede Kamer. Het formeren van een nieuw kabinet is namelijk een zo belangrijke beslissing dat die niet genomen kan worden zonder een nieuw mandaat van de kiezers.

Aftreden van het kabinet bij verkiezingen[bewerken]

Een kabinet wordt ook demissionair door reguliere verkiezingen (na vier jaar). Op de dag voor de verkiezingen biedt de minister-president het ontslag van zijn hele kabinet aan aan de Koning. Het gaat er dan niet zozeer om dat het kabinet het vertrouwen van de Kamer verliest, maar dat er een compleet nieuwe Kamer wordt gekozen. Na de verkiezingen moet er een nieuw kabinet worden geformeerd.

Verhouding met de Eerste Kamer[bewerken]

Ook in de Eerste Kamer heeft de vertrouwensregel gelding, zij het dat er in de Eerste kamer vaak terughoudend mee wordt omgegaan.[1][2]

Wat mag een demissionair kabinet?[bewerken]

De vraag is nu of een demissionair kabinet minder mag doen dan een kabinet dat dat niet is. Duidelijk is dat een demissionair kabinet meestal minder kan: er is geen politieke steun meer voor het kabinet.

Zuiver juridisch is een demissionair kabinet volledig bevoegd: het kan wetsvoorstellen indienen, besluiten nemen, Nederland in het buitenland vertegenwoordigen. Wel is er een algemeen idee dat zo'n kabinet zich moet beperken tot spoedeisende zaken en onderwerpen die politiek niet controversieel zijn. Controversiële onderwerpen, zo is het idee, moet het kabinet maar overlaten aan een volgend kabinet dat weer het vertrouwen heeft van de Tweede Kamer: "Je moet niet over je graf heen willen regeren".

Het is omstreden of dit idee nu berust op gewoonterecht, of dat het alleen gaat om politiek fatsoen. Bovendien is de norm vaag: wat is controversieel? Is iets controversieel als de grootste oppositiepartij er anders over denkt dan de regering?

In de praktijk wordt vooral gekeken welke partijen na de verkiezingen wel eens zouden kunnen gaan regeren: met die partijen wordt vooral rekening gehouden. Na de ontijdige val van het eerste kabinet-Balkenende in 2002 beperkte het kabinet het begrip "controversieel" heel sterk: als een voorstel genoeg steun kreeg in de Tweede Kamer, vond het kabinet het voorstel niet controversieel. Dit had er waarschijnlijk mee te maken dat de regeringspartijen CDA en VVD vastbesloten waren na de verkiezingen door te regeren. Men zag dus niet zoveel reden om rekening te houden met de oppositie.

Over dit onderwerp:

  • I. C. van der Vlies, 'Vertrouwen in het staatsrecht', Nederlands Juristenblad 2002, blz. 1977.
  • J.J. Vis, 'Demissionair en quasi-demissionair', Nederlands Juristenblad 2003, blz. 12-16.

Ongeschreven staatsrecht[bewerken]

De vertrouwensregel is nergens in de Grondwet terug te vinden, het is zogeheten ongeschreven staatsrecht, gewoonterecht. Maar daar is het niet minder bindend om.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. C.A.J.M. Kortmann, 'De vertrouwensregel geldt ook in relatie tot de Eerste Kamer', NRC Handelsblad 5 februari 1987.
  2. Het proefschrift van mr. Fred de Vries 'De staatsrechtelijke positie van de Eerste Kamer' (handelseditie uitgegeven mei 2000) verdedigt de stelling dat de vertrouwensregel ook geldt ten aanzien van de Eerste Kamer. In gelijke zin D.J. Elzinga & R. de Lange, Van der Pot/Donner. Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Deventer: Kluwer 2006, p. 646-647.