Demon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De afbeelding van een demon en een nar, als de munt wordt omgekeerd veranderen de beeltenissen in de paus en een kardinaal, spotmunt voor het Concilie van Trente, ca. 1580
De demon Baäl
Demon met een kop van een ram, Egypte
Een Japanse danser in een demonenkostuur en Oni-masker

Een demon (van het Griekse δαίμων (daimoon), 'godheid') wordt in het christendom gewoonlijk opgevat als een 'gevallen engel', 'duivel', of 'boze of onreine geest'. De studie van demonen heet demonologie.

Oorspronkelijk was daimon een neutraal Grieks woord voor een meestal goedaardige entiteit, een geestelijk wezen tussen de mensen en de goden in. Met de opkomst van het monotheïsme kreeg de term echter een uitgesproken negatieve lading, en werd synoniem met een (lagere) duivel.

Zie ook de lijst van demonen.

Griekse opvatting[bewerken]

Een daimon was in de Griekse opvatting meestal goedaardig. Met het woord werd aangeduid:[1]

  • een tot god geworden (verklaard) held
  • een goddelijke macht
  • een beschermengel
  • een intermediair tussen mensen en godheden

In Plato's dialoog Symposium (ca. 384 v.Chr.), beweert Socrates bijvoorbeeld dat alles wat tot het demonische behoort bestaat halverwege tussen het goddelijke en het sterfelijke. In Plato's visie van de schepping spelen demonen een grote rol: in de Timaeus creëert de "Demiourgos" het universum en de mindere goden, waarna hij het scheppen van stervelingen overlaat aan daemons.

De Timaeus stelt de daemon voor als een verheven voogd, een beschermende geest die verbonden is met de zuivere rede. Latere auteurs die over Socrates' daemon schrijven, verwijzen gewoonlijk ook naar de rol van spirituele begeleiding en hogere rede van de demon. Socrates' daemon is dus niet slecht, maar wordt de moreel controlerende rol toebedeeld van de innerlijke stem van zijn geweten. Een ander voorbeeld van de klassieke opvatting over de positieve eigenschappen van de demon vindt men in het Symposium, waarin Diotima over Eros zegt: "Hij is een grote geest of Daimon." Liefde wordt dus gezien als een intermediaire kracht tussen God en de mens.

Romeinse opvatting[bewerken]

De Romeinse daemon kon goedaardig zijn als agathadaemon, maar er kwamen nu ook kwaadaardige cacodaemonen bij. Deze daemonen werden aangeroepen door een magiër, waarbij deze hun om hulp vroeg of hen dwong bepaalde dingen voor hem te doen.

In het christendom[bewerken]

De term 'demon' zou vooral in het christendom een overwegend negatieve connotatie krijgen als een (uitsluitend) kwaadaardig wezen.

Bijbelse opvatting[bewerken]

In de Bijbel wordt verteld dat demonen onder leiding staan van satan of de duivel, die als een soort opperdemon kan worden beschouwd. Volgens de traditie waren zij eens engelen van God, maar onder aanvoering van satan (die voorheen een van Gods aartsengelen was) zijn zij God ontrouw geworden, en verworden tot boosaardige engelen (zie verder het artikel over Lucifer).

Verder kent de Bijbel bepaalde demonen een zekere boze macht over volken en landen toe, de zogeheten boze geesten in de hemelse gewesten, waarover de apostel Paulus in een van zijn brieven (Efeziërs hoofdstuk 6) spreekt en waarvan ook in het Bijbelboek Daniël (hoofdstuk 10) sprake is.
In de praktijk hield deze zienswijze in dat de christenen de vele goden uit de oudheid gelijkschakelden aan demonen.

In Lucas 8:22-39 (Jezus bezoekt het land der Gerasenen) wordt een demon door Jezus uit een bezeten man gedreven. Op de vraag hoe de demon heet, antwoordt deze: "Legioen". Dit wekt de indruk dat de man niet door slechts één demon bezeten was, maar door meerdere. Deze opvatting wordt versterkt doordat Jezus de demonen toestemming verleent in een kudde van 2000 varkens te varen.

Volgens het Nieuwe Testament heeft Jezus Christus als Zoon van God macht over demonen. Er wordt verhaald dat hij regelmatig demonen bij bezeten personen uitwierp, en dat ook de apostelen de macht kregen demonen bij bezeten mensen uit te drijven. Ook tegenwoordig kennen verschillende christelijke kerken nog een vorm van duiveluitdrijving, zoals bijvoorbeeld het Rooms-katholieke sacramentalie van het exorcisme. In sommige christelijke gemeenschappen, vooral van evangelicale snit, speelt het geloof in duivelse bezetenheid een belangrijke rol.

In het laatste Bijbelboek uit het Nieuwe Testament, de Openbaring, staat uiteengezet hoe het demonen uiteindelijk zal vergaan. Aan het slot van de zogeheten eindtijd zullen op de dag van het oordeel de demonen met satan, hun leider, en alle onrechtvaardige mensen, als eeuwige straf in een poel van vuur en zwavel worden geworpen.

In de islam[bewerken]

Het islamitische geloof kent eveneens demonen (een zogenaamde 'djinn'). In de islam staat de satan bekend onder de namen Sjejtan (of Shaitan) en Iblis. Volgens de moslimtraditie werd de satan opstandig toen hij van God voor Adam moest buigen ("Ik ben beter dan hij, want hij is geschapen uit aarde en ik uit vuur."), verhaald in soera Al-Hidjr. Hij zou weggezonden worden maar vroeg aan God respijt om de mensen te testen en hen van het geloof proberen af te keren. God stond hem dit toe. De satan wordt dus in de islam niet gezien als een tegenstander van God maar als een door God geschapen wezen en daarmee onder Gods controle. De Koran zegt dat goed en kwaad door God geschapen zijn.

In Indische religie[bewerken]

In hindumythologie komen eveneens wezens voor die geclassificeerd kunnen worden als demonen, waaronder Rakshasas (met hun vorst Ravana), Asuras (halfgoden), Vetalas en Pishachas. De oudste demonen zijn de Asura, welke zowel goedaardig als kwaadaardig kunnen zijn.

Demonen in het hindoeïsme zijn vaak verbonden met het karma van iemand. Een persoon met een zeer slecht karma kan na zijn dood een demon worden.[2]

Niet-religieuze opvatting[bewerken]

Soms wordt het woord ‘demon’ in een betekenis gebruikt die nauwelijks met religie of zelfs maar met bijgeloof te maken heeft. Bijvoorbeeld toen Pierre-Simon Laplace zich aan het begin van de 19e eeuw een voorstelling maakte van iets dat aan het begin van de 21e eeuw als een ‘universele supercomputer’ betiteld zou kunnen worden (het was door hem bedoeld als beeldspraak om het atheïstisch determinisme te definiëren), werd dit denkbeeldige voorwerp in christelijke kringen als de Demon van Laplace betiteld.

Ook het afgeleide woord ‘demoniseren’ wordt meestal in een niet-religieuze context gebruikt.

Demonen spelen vaak een rol in verhalen en fictie, vooral van het genre Fantasy. Een voorbeeld hiervan zijn de demonen in de spelserie Warcraft, die enkel uit zijn op chaos en vernietiging brengen over het heelal en daarbij de orde scheppende Titanen tegenwerken.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur

  • Camphausen, C. Rufus, 'Heksen en Heidenen, een lexicon over de geschiedenis, rituelen, symbolen en tradities van heksen, magiërs, sjamanen en tovenaars'. Uitg. Schors-Amsterdam, 2004, ISBN 9063785828

Van christelijke zijde:

Noten

  1. Bron:Rufus C. Camphausen- 'Heksen en Heidenen, een lexicon over de geschiedenis, rituelen, symbolen en tradities van heksen, magiërs, sjamanen en tovenaars'. Uitg. Schors-Amsterdam.
  2. VEDA - Vedas and Vedic Knowledge Online - Vedic Encyclopedia, Bhakti-yoga in vedas, Library