Denemarken-Noorwegen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|||||
|
|||||
| Kaart | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Kopenhagen | ||||
| Talen | Deens, Noors | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Monarchie | ||||
Denemarken-Noorwegen was de benaming voor de eenheidsstaat van Denemarken en Noorwegen van 1536 tot 1814.
Naast Denemarken en Noorwegen, die in personele unie onder de koning van Denemarken vielen, omvatte de staat ook Groenland, IJsland, de Faeröer en het Oostzee-eiland Saaremaa. Het hertogdom Sleeswijk-Holstein, dat ook geregeerd werd door de Deense koning, viel niet onder Denemarken-Noorwegen.
De staat werd gevormd na het uiteenvallen van de Kalmarunie (de verenigde koninkrijken van Denemarken, Noorwegen en Zweden) in 1523. In 1563 verklaarde Denemarken het koninkrijk Noorwegen tot een Deense provincie. De Noorse overzeese bezittingen Groenland, IJsland en de Faeröer werden Deens kroonbezit.
Denemarken was de dominante helft van de staat, die vanuit Kopenhagen geregeerd werd. In Noorwegen ging de middenklasse en elite een sterk verdeensd Noors spreken. Het Deens werd als schrijftaal gebruikt door de ambtenarij en ook kerkdiensten werden in het Deens gehouden. De Deens-Noorse spreektaal ontwikkelde zich later tot de Noorse schrijftaal Riksmål en het moderne Bokmål.
In 1814 werd Denemarken bij de Vrede van Kiel gedwongen om Noorwegen af te staan aan Zweden. Een poging van de Noren om zichzelf onafhankelijk te verklaren werd neergeslagen door Zweedse troepen. Noorwegen werd een koninkrijk in personele unie onder de koning van Zweden, tot het land in 1905 de onafhankelijkheid verkreeg.

