Depositogarantiestelsel
Een depositogarantiestelsel biedt een bepaalde bescherming voor de tegoeden van de rekeninghouders als een bank failliet gaat. Alle lidstaten van de Europese Unie hebben op de een of andere manier een depositogarantiestelsel, om te voldoen aan Europese richtlijnen.[1]
Het Nederlandse depositogarantiestelsel is geregeld in de Wet op het financieel toezicht, welke op 1 januari 2007 van kracht werd, waarmee de Collectieve Garantieregeling (met een dekking van € 20.000) kwam te vervallen.
Inhoud |
[bewerken] Achtergrond
De reden dat het stelsel van toepassing is op banken is dat deze kunnen worden geconfronteerd met een snelle opname van tegoeden (bankrun). Het doel van het stelsel is hierbij tweeledig:
- het voorkomen dat een bankrun optreedt en
- het beschermen van houders met een relatief klein deposito indien een bank failleert.
[bewerken] Financiering
In beginsel betalen de andere banken gezamenlijk het stelsel.
Het depositogarantiestelsel is niet van toepassing op verzekeraars, dus het beschermt geen "spaartegoeden" in de vorm van kapitaalverzekeringen, lijfrenten, pensioenen, en dergelijke, omdat een situatie als bovengenoemd bij een verzekeraar niet in dezelfde mate kan optreden, aangezien bij verzekeraars meestal sprake is van langlopende wederzijdse verplichtingen. Het is wel van toepassing op tegoeden in het kader van banksparen.
[bewerken] Beschermde personen en instellingen
Het depositogarantiestelsel beschermt naast particulieren ook verenigingen, stichtingen en ondernemingen die een verkorte balans mogen publiceren, dat wil zeggen: die voldoen aan minstens twee van de drie volgende criteria[2][3]:
- het balanstotaal bedraagt minder dan € 4.400.000,
- de netto-omzet bedraagt niet meer dan € 8.800.000 per jaar,
- het gemiddeld aantal werknemers gedurende het boekjaar bedraagt minder dan 50.
Het stelsel beschermt ook Nederlanders en buitenlanders die bij een buitenlandse vestiging van een Nederlandse bank een tegoed hebben.[4]
[bewerken] Tegoeden
Het gaat om tegoeden op betaal- en spaarrekeningen, en die in de vorm van obligaties op naam. [5]
Achtergestelde deposito's vallen er in het algemeen niet onder; echter in het geval van DSB Bank heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven anders beslist: de achtergestelde deposito’s van DSB vallen er wel onder, omdat ze in enkele bijzondere gevallen buiten het geval van liquidatie van de bank vervroegd opeisbaar waren, en om die reden niet mochten worden beschouwd als behorend tot het garantievermogen van de bank. Dit wordt niet anders indien de bank bij het aanbieden van de deposito's de klanten erop gewezen heeft dat ze niet onder het depositogarantiestelsel zouden vallen, en ook niet door het feit dat De Nederlandsche Bank ze destijds gekwalificeerd heeft als lager aanvullend (“Lower Tier 2”) vermogen.[6][7]
Schulden (van de klant) worden zoveel mogelijk verrekend met deze tegoeden. Resteert een tegoed dan wordt de vergoeding daarop gebaseerd.
[bewerken] Rente
Afgaande op het geval Icesave gaat het ook om de rente opgebouwd tot het moment waarop de bank niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen, ook al was die nog niet bijgeschreven. Er wordt geen rente vergoed vanaf dat moment tot het moment van uitkering.
[bewerken] Dekking
Sinds het in werking treden van de Wet op het financieel toezicht (1 januari 2007) is de bescherming als volgt geregeld:
- Tot oktober 2008:
- De eerste € 20.000 was voor 100% gegarandeerd,
- de volgende € 20.000 voor 90%;
- effectief betekent dit bij een tegoed boven € 40.000 dat € 38.000 was gegarandeerd.
- Met ingang van oktober 2008 (tijdelijk):
Deze bedragen gelden per (rechts)persoon, voor alle bankrekeningen tezamen die iemand bij de betreffende bank heeft. Als men zijn spaargeld spreidt over meerdere banken om per bank niet boven het gegarandeerde maximum uit te komen kan men bij fusie van banken hier toch boven komen. Dit knelt vooral als het geld niet vrij opneembaar is.
[bewerken] Procedure
Wanneer een in Nederland gevestigde bank failliet gaat, zal De Nederlandsche Bank via de grote dagbladen rekeninghouders oproepen een verzoek tot terugbetalen in te dienen. Dit moeten de rekeninghouders binnen vijf maanden na publicatie doen, anders zijn ze te laat. Binnen drie maanden na de aanmelding krijgen de rekeninghouders in principe hun geld terug bij banken die volledig onder het Nederlandse garantiestelsel vallen.[10]
[bewerken] Financiële instellingen
De regeling is van toepassing als een onderneming is opgenomen in het register "Kredietinstellingen en financiële instellingen" dat uit hoofde van de Wft door De Nederlandsche Bank wordt bijgehouden.[11]
Onder het Nederlandse depositogarantiestelsel vallen in Nederland gevestigde instellingen in dit register waarbij onder "Financiële dienst" één van de volgende formuleringen staat:
- 'Uitoefenen van het bedrijf van bank met beleggingsdiensten (2:13 lid 1)'
- 'Uitoefenen van het bedrijf van bank of elektronisch geldinstelling (2:12 lid 1)'
- 'Kredietinstelling aangesloten bij centrale kredietinstelling (3:111)' - Dit betreft voornamelijk of uitsluitend lokale Rabobanken.
Indien in dit register is vermeld dat een (Nederlandse) bank een vergunning heeft op grond van artikel 2:11 van de Wft, dan is het depositogarantiestelsel in beginsel van toepassing op deze bank. Heeft een rekeninghouder een betaal- of spaarrekening bij een Nederlands bijkantoor van een bank die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) of bij een bank die is gevestigd in een land buiten de EER, dan is het Nederlandse garantiestelsel niet van toepassing maar het garantiestelsel van de lidstaat waar die bank is gevestigd. Binnen de Europese Economische Ruimte is het minimale garantiebedrag € 50.000. Lidstaten kunnen deze grens individueel verhogen tot € 100.000.[8]
[bewerken] Kritiek
Onder andere de Rabobank heeft kritiek op het stelsel, aangezien hierdoor banken die een hoge spaarrente aanbieden de daarbij horende risico's afwentelen op andere banken en hun klanten. Ook bestaat het gevaar dat het faillissement van een grote bank de andere banken zoveel kost dat sommige daarvan ook failliet gaan. Een van de voorgestelde remedies is de oprichting van een fonds waaraan banken of hun klanten moeten bijdragen, en wel meer naarmate de kredietwaardigheid van de bank lager is.
[bewerken] Faillissementen van banken
Sinds 1945:
- DSB Bank (2009) - Depositogarantiestelsel (€ 100.000)
- Landsbanki/Icesave (2008; IJslandse spaargeldgarantie, met aanvullende Nederlandse garantie); (€ 100.000, waarvan een deel verhaald wordt op IJsland)
- Indover Bank (2008) - Depositogarantiestelsel (€ 40.000 / € 38.000)
- Van der Hoop Bankiers (2005) - Collectieve Garantieregeling (€ 20.000)
- Amsterdam-American Bank (1982) - Collectieve Garantieregeling
- Tilburgsche Hypotheekbank (1981) - Collectieve Garantieregeling
- Teixeira de Mattos (bank) (1966) - nog geen garantieregeling
[bewerken] Beschermingsfonds in België
In België is een soortgelijke regeling van toepassing. Deze regeling wordt uitgevoerd door het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten.[12]