Depressie (klinisch)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Klinische depressie
Verdriet. Lithografie van Vincent van Gogh uit 1883
Verdriet. Lithografie van Vincent van Gogh uit 1883
Coderingen
ICD-10 F32, F33
ICD-9 296
OMIM 608516
DiseasesDB 3589
MedlinePlus 003213
eMedicine med/532
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Depressie is een benaming voor een stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een verlies van levenslust of zware neerslachtigheid. In het dagelijkse spraakgebruik wordt de term 'depressief' gebruikt voor uiteenlopende gemoedstoestanden, variërend van een korte dip tot ernstige neerslachtigheid. Een klinische depressie beschrijft een combinatie van symptomen en is geen oorzaak of verklaring voor verlies van levenslust of zware neerslachtigheid. Behandelaars, verzekeraars en beleidsmakers spreken van een klinische depressie wanneer aan een aantal criteria wordt voldaan, zoals vastgelegd in diagnostische en statistische handboeken als het ICD-10 van de Wereldgezondheidsorganisatie, of het in Nederland en in de VS gehanteerde DSM-IV TR. Volgens deze indeling is niet iedere depressieve, sombere of verdrietige stemming een psychische aandoening.

Recidiverende depressieve stoornis[bewerken]

Een periode waarin zich depressieve symptomen voordoen, wordt een depressieve episode genoemd (zie hieronder voor de criteria). Als iemand vaker deze episoden heeft, spreekt men van een (recidiverende) depressieve stoornis. De kans op terugval na een eerste depressie is circa 30%. Na een tweede depressie neemt deze kans toe tot 75% en voor personen met drie depressies is de kans ongeveer 90% dat zij opnieuw met een depressie geconfronteerd zullen worden.[1] Ook is herstel van een depressieve episode vaak onvolledig, zogenaamde 'restsymptomen' blijven bestaan die de kans op terugval in een nieuwe depressieve episode verhogen. De eerste depressieve episode kan op alle leeftijden optreden en de duur kan variëren. Tegenwoordig wordt ook wel de naam unipolaire depressie gebruikt ter onderscheid van depressies bij bipolaire stoornissen. Oudere beschrijvingen als vitale depressie, melancholie of endogene depressie komen in grote lijnen overeen met de zwaardere vormen van depressieve stoornis.

Zelfmoordcijfers in de wereld

DSM-IV-criteria[bewerken]

Volgens de DSM-IV-TR-criteria[2] voor het diagnosticeren van een ernstige depressieve episode moeten één of twee van de volgende elementen aanwezig zijn:

A. Gedeprimeerde stemming (1) of verlies van belangstelling of genoegen (2).

Bij deze twee criteria moet worden uitgesloten dat ze zijn veroorzaakt door een lichamelijke aandoening of stemmingsincongruente wanen of hallucinaties. Het volstaat om één van deze symptomen te hebben indien het gepaard gaat met minstens vier van de volgende symptomen:
  • Gedeprimeerde stemming gedurende het grootste deel van de dag.
  • Duidelijke daling van belangstelling in aangename activiteiten.
  • Veranderende eetlust en duidelijke gewichtstoename of gewichtsverlies.
  • Verstoord slaappatroon of slapeloosheid of meer slapen dan normaal.
  • Veranderingen in activiteitenniveaus, rusteloosheid of zich beduidend langzamer bewegen dan normaal.
  • Vrijwel alle dagen vermoeidheid of energieverlies.
  • Gevoel van schuld, hulpeloosheid, bezorgdheid, en/of vrees.
  • Verminderde capaciteit om zich te concentreren of besluiten te nemen.
  • Suïcidale gedachten.

B. De symptomen voldoen niet aan de criteria voor een gemengde episode.

C. De symptomen veroorzaken klinisch significant lijden of belemmering in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke omstandigheden.

D. De symptomen zijn niet het gevolg van directe fysiologische effecten van middelengebruik (bijvoorbeeld drugs of medicatie) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld hypothyreoïdie).

E. De symptomen kunnen niet beter worden verklaard door rouw, bv. na het verlies van een geliefde persoon, de symptomen duren langer dan twee maanden of worden gekenmerkt door belemmering in het functioneren, preoccupatie met waardeloosheid, suïcidale gedachten, psychotische symptomen of psychomotorische retardatie.

Er kan onderscheid gemaakt worden in de ernst van een depressie aan de hand van het aantal symptomen, hierbij dient wel in ogenschouw te worden genomen dat de mate van lijdensdruk voor het grootste gedeelte de ernst van een depressie bepaalt.

In de literatuur wordt er van het volgende uitgegaan:

  • Symptoom depressie: Er wordt slechts voldaan aan een van de criteria van een depressie.
  • Syndroom depressie (Minor depression): Er wordt voldaan aan 2-4 symptomen.
  • Stoornis depressie (Major depression): Er wordt voldaan aan 4-9 symptomen.

Depressie bij kinderen[bewerken]

Depressie bij kinderen is minder eenvoudig vast te stellen; de symptomen bij kinderen omvatten:

  • Verlies van eetlust.
  • Problemen met slaap zoals nachtmerries.
  • Problemen met gedrag of duidelijk slechtere cijfers op school
  • Significante gedragsveranderingen; zich terugtrekken, lusteloosheid, agressiviteit.

Depressie bij ouderen[bewerken]

Een depressie bij ouderen uit zich in vele gevallen niet in somberheid, ouderen zijn niet gewend om deze term te gebruiken. In de meeste gevallen zullen ze aangeven een verlies aan belangstelling te ervaren. Ook zullen ouderen sneller lichamelijke klachten uiten.

Uitlokkende factoren[bewerken]

De uitlokkende factoren voor iemands depressie kunnen velerlei zijn. Persoonlijkheidsproblematiek, omgevingsfactoren (zoals een langdurige prikkel of combinatie van prikkels waar geen invloed op kan worden uitgeoefend) of verlies kunnen een rol spelen in de totstandkoming van depressie. Een bekende risicofactor voor het ontwikkelen van een depressie is hoog neuroticisme.[3] Ook kan de oorzaak lichamelijk van aard zijn. Vaak spelen meerdere omstandigheden een rol. Het is niet altijd eenvoudig om de psychische oorzaak of aanleiding van een depressie op te sporen. Is de aanleiding van een depressie wel direct te achterhalen, dan wordt dit wel een reactieve depressie genoemd.

In sommige gevallen ontwikkelen depressies zich uit andere psychische problemen. Rouwverwerking is bijvoorbeeld een normaal menselijk proces, maar bij sommige mensen herstelt de balans zich niet en kunnen depressieve symptomen ontstaan. Ook kunnen bij grote veranderingen in het leven aanpassingsproblemen gepaard gaan met depressie.

Wetenschappelijk crosscultureel onderzoek toont aan dat symptomen van depressie wereldwijd in alle culturen voorkomen. Dit kan suggereren dat een depressie aanvankelijk kan beginnen als een lichamelijke aandoening en dat patiënten hier na verloop van tijd een psychologische invulling aan kunnen geven. Lichaam en geest beïnvloeden elkaar echter in twee richtingen.

Verschillende wetenschappelijke studies hebben statistische verbanden tussen bepaalde pesticiden en depressie gevonden.[4][5] Dit verschijnsel is marginaal als oorzaak en wordt vooral in ontwikkelingslanden soms gevonden.

Differentiële diagnose[bewerken]

Voor diagnose is het van belang om na te gaan of naast depressieve episoden ook manie of hypomanie optreedt. In dat geval kan er sprake zijn van een vorm van bipolaire stoornis. Als er psychotische kenmerken zijn, moet worden gecontroleerd of is voldaan aan de criteria van schizoaffectieve stoornis.

Dysthyme stoornis[bewerken]

Naast recidiverende depressieve stoornis is er ook een vorm van depressie waarvan de symptomen minder sterk zijn, maar die soms jarenlang kunnen duren. Dit wordt dysthymie of dysthyme stoornis genoemd.

Lichamelijke aandoeningen en depressie[bewerken]

Bij een aantal lichamelijke aandoeningen kunnen depressieve verschijnselen optreden. Vaak is dit het geval bij ernstige of dodelijke aandoeningen, zoals kanker of aids. Neurologische aandoeningen (bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson), endocriene aandoeningen (bijvoorbeeld hypothyreoïdie), bepaalde virale aandoeningen enzovoort kunnen ook depressieve symptomen veroorzaken. Dergelijke stemmingsstoornissen hebben in de medische handboeken een afzonderlijke classificatie (zie stemmingsstoornis).

Affectvervlakking[bewerken]

Een van de ernstigste kenmerken van een depressie kan het optreden van affectvervlakking zijn. Dit houdt in dat de beleving van gevoelens gedeeltelijk of geheel verdwijnt. Dit is vergelijkbaar met het optreden van doofheid of blindheid. Het houdt namelijk in dat de intensiteit van gevoelens sterk vermindert; geen beleving meer van plezier, blijheid, genoegen, geluk. Maar bijvoorbeeld ook geen beleving van verdriet. Met het ontbreken van deze gevoelens verdwijnt ook de zin van het leven. Want er is dan niets meer dat werkelijke emotionele bevrediging tot gevolg kan hebben. Juist daarom vormen sombere stemming, maar ook verlies van plezier in dagelijkse activiteiten, de twee kernsymptomen van de depressie (zie DSM-IV-criteria hierboven). Beide verwijzen namelijk naar het probleem om zichzelf te motiveren om dingen te ondernemen.

Middelengebruik en depressie[bewerken]

Depressiviteit kan ook het gevolg zijn van gebruik of misbruik van bepaalde middelen, bijvoorbeeld drugs, geneesmiddelen of alcohol. Vaak is een diagnose moeilijk te stellen, omdat het gebruik van middelen ook voorkomt als 'zelfmedicatie' bij mensen die al depressieve verschijnselen hebben. Ook deze aandoeningen worden afzonderlijk geclassificeerd. Veelal moet dan eerst het middelengebruik, als probleem, aangepakt worden, alvorens de depressie kan worden behandeld.

Omgang[bewerken]

Depressiviteit is iets wat zich moeilijk laat beschrijven. Iemand ziet daarbij het leven somber in, en neurotransmitters in de hersenen spelen daarbij een rol. Waar andere mensen nog hoop hebben en positieve dingen zien, worden die niet gezien in de beleving van iemand die depressief is. Daarom heeft de omgeving soms zo weinig vat op iemand die depressief is, want diegene kan niet gedwongen worden om positieve dingen te zien. Beter is het om de problemen te bespreken en waar mogelijk op te lossen.

Een bijkomend probleem is dat de omgeving van een patiënt nog wel eens onbedoeld bijdraagt aan een verergering van de situatie. Een patiënt zal vaak uit zijn directe omgeving opmerkingen krijgen variërend van "stel je niet aan" tot "zet je er overheen" en "doe gewoon alsof er niets aan de hand is". Dergelijke opmerkingen kunnen om twee redenen gemaakt worden: ze kunnen bedoeld zijn als goedbedoelde adviezen en met de beste intenties gemaakt worden, of ze zijn bedoeld om de patiënt ertoe te bewegen niet over zijn aandoening te praten omdat de omgeving er niet mee geconfronteerd wenst te worden. Hoewel de achterliggende gedachten bij deze twee scenario's wezenlijk verschillen hebben ze wel hetzelfde effect: iemand die aan een depressie lijdt zal hierdoor de indruk krijgen dat zijn probleem niet serieus genomen wordt, met als gevolg dat zijn situatie eerder verergert dan verbetert.

Beeld[bewerken]

De patiënt verliest de werkelijkheid uit het oog, hij ziet het leven somber in, hij ziet de dingen niet zoals die over het algemeen worden gezien. Bij een lichamelijke ziekte blijft de patiënt in contact met de mensen om hem heen en heeft men begrip voor zijn ziekte. Iemand die aan een endogene depressie lijdt, is echter totaal alleen in zijn grote onmacht en hulpeloosheid. Het meest benauwende van deze depressie is de vertraagde werking van lichaam en geest, deze kan de vorm aannemen van een lichte inertie tot een stupor bij ernstige depressies, waarbij de patiënt ieder contact met de buitenwereld verliest. Ook de ademhaling, de bloedsomloop en de spijsvertering verlopen uiterst traag. De patiënt is zich daar doorgaans niet zelf van bewust en wordt door zijn omgeving niet begrepen. Zijn depressie is ook moeilijk te begrijpen. Medeleven, afleiding en troost baten doorgaans niet. Angstgevoelens, wanhoop en een gevoel van totale apathie wisselen elkaar af.

Het wordt voor de patiënt echter gevaarlijk als hij weer enigszins in staat is bewust te handelen, want dan bestaat er een groot gevaar voor zelfmoord. Daar kan hij weinig tegen doen. De neiging tot zelfmoord waar verschillende depressieve mensen onder lijden wordt vaak gefundeerd door een voor buitenstaanders (en ook voor de patiënt zelf) logische redenering. Belangrijk hierbij is te beseffen dat bij een depressief persoon de rationele processen in de hersenen op een bepaald punt niet meer in staat zijn als 'rem' te fungeren voor de emotionele processen. Vaak is dan ook duidelijk hoe patiënten proberen zelf een oplossing te bedenken, en vervolgens vaak ten einde raad zijn omdat elke logische ingreep op de depressie mislukt.

Behandelingen[bewerken]

Elke depressie is verschillend en vraagt dus een aparte aanpak. Er zijn diverse behandelmethodes voor depressie. De meest toegepaste behandelingen zijn cognitieve gedragstherapie en medicatie door middel van antidepressiva. De combinatie kan beter werken dan de twee apart. Na beëindiging van de cognitieve gedragstherapie, of na stoppen van de antidepressiva, bestaat de kans dat de depressie na verloop van tijd weer terugkeert. Recent onderzoek in het kader van terugvalpreventie heeft echter aangetoond dat een cognitieve training, gericht op cognities, dagdromen en fantaseren, bescherming kan bieden tegen een terugval bij depressie.[6]
Cognitieve gedragstherapie (CGT) leert depressieve patiënten dat hun gedachten vaak onrealistisch en disfunctioneel zijn. Onderdeel van de behandeling kan zijn: de patiënten zich actiever te laten gedragen en positiever te laten denken (minder piekeren en malen) om zo de neerwaartse spiraal van depressief terugtrekgedrag en sombere gedachten over zichzelf, de toekomst en de wereld te doorbreken. Deze behandeling is met name effectief gebleken bij niet-chronische depressies.

CGT vormt ook de basis voor bewezen effectieve online zelfhulp gericht op het behandelen van een lichte tot milde depressie.[7]

Er bestaan ook nieuwere behandelingen zoals mindfulness based cognitive therapy en acceptance and commitment therapy. Acceptance and commitment therapy is erkend als evidence-based behandeling voor depressie en mindfulness based cognitive therapie is erkend als evidence-based voor het voorkomen van terugval in depressie na minstens 3 depressieve episodes.[8][9]

Gedragsactivatie ('behavioral activation') is een specifieke therapievorm en is niet te verwarren met het louter activeren van patiënten. Onderzoek toont aan dat gedragsactivatie minstens even effectief is als medicatie voor matige en ernstige depressie en heel wat effectiever dan cognitieve therapie. Gedragsactivatie is dan ook erkend als evidence-based behandeling voor depressie.[10] Bovendien is er minder uitval dan bij medicatie.[11]

Bij milde en matige depressie blijken antidepressiva ook niet effectief te zijn, alleen bij ernstige depressies hebben deze stoffen zin.[12]

Als de oorzaak van de depressieve symptomen gelegen is in een lichamelijke aandoening of middelengebruik (denk bijvoorbeeld aan cocaïnegebruik), dan richt de behandeling zich in eerste instantie op het beïnvloeden van deze factoren.

Regelmatig intensief bewegen of sport is voor mensen met een depressie zeer gunstig. Het is bewezen dat hardlopen de hoeveelheid endorfinen in het lichaam verhoogt. Er zijn aanwijzingen dat endorfinen en andere van nature in het lichaam voorkomende opioiden een antidepressieve werking vertonen. Daarom zijn er ook behandelingen die zich specifiek op activering richten, zoals bijvoorbeeld de running therapy, een vorm van begeleid sporten voor mensen die lijden aan depressies. Het antidepressieve effect treedt onder andere op bij intensief hardlopen, fietsen en zwemmen. Intensief sporten betekent dat het moeilijk is om te spreken tijdens de desbetreffende activiteit vanwege de hijgende ademhaling. Hoe lang en hoe vaak sporten? Ideaal is 5 maal per week ongeveer 40 minuten of 3 maal per week ongeveer 1 uur. Rustig opbouwen van de hoeveelheid sport is aan te raden in verband met ontmoediging indien men niet aan z'n gestelde doelen kan voldoen. Overleg met de behandelaar is aan te bevelen.

Elektroconvulsietherapie (ECT) is in een aantal gevallen een effectieve behandeling van zware depressie[13], ook als deze gepaard gaat met psychotische symptomen zoals hallucinaties. ECT wordt vrijwel alleen gebruikt in situaties waarbij behandeling met antidepressiva en psychotherapie niet werkzaam zijn. ECT kan geheugenverlies veroorzaken en wordt mede hierom slechts gebruikt ter behandeling van de zwaarste gevallen.

Diepe hersenstimulatie is een experimentele behandelmethode voor ernstige, therapie-resistente depressie. In het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam en in het St. Elisabeth Ziekenhuis te Tilburg loopt op dit moment een onderzoek naar de effectiviteit van deze behandeling.[14]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voetnoten

  1. Depressie verandert hersenen permanent, NU.nl, 20 maart 2013
  2. DSM-IV-TR-criteria
  3. Ormel, J., Jeronimus, B. F., Kotov, M., Riese, H., Bos, E.H., Hankin, B. (2013). Neuroticism and common mental disorders: Meaning and utility of a complex relationship. Clinical psychology review 33 (5): 686-697 .
  4. Psychiatric disorders among Egyptian pesticide applicators and formulators.By Amr MM, Halim ZS, Moussa SS. In Environ Res. 1997;73(1-2):193-9. Link op PubMed
  5. Depression and pesticide exposures among private pesticide applicators enrolled in the Agricultural Health Study. By Beseler CL, Stallones L, Hoppin JA, Alavanja MC, Blair A, Keefe T, Kamel F. In: Environ Health Perspect. 2008 Dec; 116(12):1713-9.Link op PubMed
  6. C.L.H. Bockting e.a.: Long-term effects of preventive cognitive therapy in recurrent depression: a 5.5-year follow-up study. Journal of Clinical Psychiatry, 2009, 70, 1621-1628.
  7. RIVM, Loket Gezondleven
  8. NICE-richtlijnen voor depressie, met Mindfulness based cognitive therapy
  9. Erkenning van Acceptance and commitment therapy als evidence-based behandeling voor depressie
  10. Erkennning gedragsactivatie als evidence-based behandeling voor depressie
  11. Dimidjian, S., et al. (2006). Randomized Trial of Behavioral Activation, Cognitive Therapy, and Antidepressant Medication in the Acute Treatment of Adults With Major Depression. Journal of Consulting and Clinical Psychology 74: 658–670 . PMID:16881773. DOI:10.1037/0022-006X.74.4.658.
  12. (en) Fournier JC, DeRubeis RJ, Hollon SD, et al. Antidepressant drug effects and depression severity: a patient-level meta-analysis. (2010) JAMA 303:47-53. PMID 20051569. De auteurs waren in hun conclusie nogal duidelijk. Ze stelden dat de effectiviteit minimaal tot niet aanwezig is bij patienten met een matige tot milde depressie: The magnitude of benefit of antidepressant medication compared with placebo increases with severity of depression symptoms and may be minimal or nonexistent, on average, in patients with mild or moderate symptoms. For patients with very severe depression, the benefit of medications over placebo is substantial.
  13. McCall WV, Prudic J, Olfson M, Sackeim H (February 2006). Health-related quality of life following ECT in a large community sample. J Affect Disord 90 (2-3): 269–74 . PMID:16412519. DOI:10.1016/j.jad.2005.12.002.
  14. Onderzoek naar Diepe Hersenstimulatie bij depressie (AMC)

Literatuur

  • Trudy Dehue, De depressie-epidemie, Amsterdam (Uitgeverij Augustus) 2008