Derek Prince

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Peter Derek Vaughan Prince (Bangalore, India, 14 augustus 1915 - Jeruzalem, 24 september 2003) was een Britse filosoof, theoloog, evangelist en voorganger.

Bij leven was hij een internationaal Bijbelleraar; hij genoot en geniet vooral bekendheid in de pinksterbeweging en de charismatische beweging. Speerpunten van zijn geestelijke werk, die medio jaren zestig een aanvang nam, waren bevrijding van demonen, gebedsgenezing, discipelschap, de toekomst van Israël en gebed voor overheden en naties.

Levensloop[bewerken]

Zijn opleiding kreeg hij aan twee van Engelands meest vooraanstaande onderwijsinstellingen: Eton College en de Universiteit van Cambridge. Op 24-jarige leeftijd werd hij docent op het King's College en doceerde daar klassieke en moderne filosofie.

In de Tweede Wereldoorlog moest hij als Brits staatsburger in militaire dienst en werd gelegerd in Noord-Afrika. Als ‘filosofisch studiemateriaal’ nam hij een Bijbel mee die hij in enkele maanden doorwerkte. Als gevolg hiervan werd hij christen.

Toen hij later in het toenmalige mandaatgebied Palestina was gestationeerd ontmoette hij Lydia Christensen. Deze runde een kindertehuis in Ramallah. Zij adopteerde acht kinderen. Ondanks een leeftijdsverschil van 25 jaar trouwde Prince met haar. De eerste jaren van hun huwelijk bleven zij daar wonen. Het gezin vluchtte echter naar Groot-Brittannië tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1948.

In Groot-Brittannië leidde Prince een pinkstergemeente. Hij sprak veel op Speaker's Corner in Hyde Park, Londen. In 1957 vertrok Prince samen met zijn vrouw naar Kenia om daar leiding te geven aan een Bijbelschool. Prince claimde in dat land gebruikt te zijn als instrument bij het opwekken van twee doden.

In 1962 vertrokken de Princes naar Canada, om vervolgens betrokken te zijn bij verschillende kerken in de Verenigde Staten. In die tijd won Prince aan bekendheid als Bijbelleraar binnen de Charismatische beweging en pinksterbeweging. Tijdens deze periode was ook de zogeheten Tweede Golf van de Heilige Geest aan de gang. Prince viel op door zijn systematische manier van onderwijs, iets waaraan grote behoefte bestond binnen de Pinksterbeweging.

Shepherding Movement[bewerken]

In 1968 verhuizen de Princes naar Fort Lauderdale, Florida, en in de beginjaren '70 werkt hij nauw samen met de andere bekende Bijbelleraren Don Basham, Ern Baxter, Bob Mumford en Charles Simpson. Zij kwamen bekend te staan als de Fort Lauderdale Five. De groep leerde dat elk christen een leider/mentor boven zich moest hebben. Dit werd gebracht in het beeld van schapen en hun herder. Hierdoor kwam de beweging ook wel bekend te staan als de Shepherding Movement. De beweging kon echter rekenen op veel kritiek, omdat veel 'herders' hun autoriteit zouden misbruiken. De beweging werd veroordeeld door een groot aantal prominenten binnen de Pinksterbeweging, waaronder Pat Robertson en Kathryn Kuhlman.

In deze tijd overleed ook Lydia, de vrouw van Prince. Toen Prince in 1978 wilde trouwen met Ruth Baker kreeg hij aanvankelijk geen toestemming van zijn 'collega-herders'. Uiteindelijk gaven zij toch hun akkoord en Prince trouwde opnieuw in 1978. In 1983 nam Prince afstand van de beweging en stelde dat hij nooit helemaal precies wist wat er gaande was, vanwege zijn drukke reisschema en zijn verdriet als gevolg van de dood van zijn vrouw.

Laatste jaren[bewerken]

Prince woonde sinds 1981 in Jeruzalem, van waaruit hij de hele wereld rondreisde om op massabijeenkomsten te preken en te genezen. Hij schreef meer dan veertig boeken, en cassettes en videobanden van zijn preken en radiopraatjes gingen de hele wereld over. In december 1998 overleed zijn tweede vrouw Ruth Baker. Een paar jaar daarna in 2003 overleed hij zelf.

Theologie[bewerken]

Als Pinksterchristen geloofde Prince in de aanwezigheid van 'geestelijke' krachten. Hij geloofde dat gezondheids- en psychische problemen een demonische oorzaak zouden kunnen hebben. Hij geloofde dat ook christenen bezeten kunnen zijn door demonen, een mening die door een groot gedeelte van de Pinksterbeweging niet gedeeld wordt.

Prince geloofde ook dat het ontstaan van de staat Israël een vervulling was van Bijbelse profetieën en dat de ineenstorting van het Britse rijk veroorzaakt was, doordat het Israël bij zijn ontstaan in 1948 niet voldoende gesteund zou hebben en onder andere de beloftes uit de zogenaamde Balfour declaration niet was nagekomen. Prince zag de islam als een door demonen geïnspireerd geloof en sprak kort voor zijn dood de gedachte uit dat Groot-Brittannië wel eens een moslimland zou kunnen worden.

Literatuur[bewerken]

Prince schreef meer dan veertig boeken. In 2005 verscheen een biografie over Prince van de hand van de Amerikaanse schrijver Stephan Mansfield.

Externe links[bewerken]