Deus ex machina
Deus ex machina (Latijn: "god uit een machine") is een leenvertaling van het Griekse apo mêkhanês theos (ἀπὸ μηχανῆς θεός). Het meervoud is dei ex machina. Het is een benaming voor het verschijnsel dat een verhaal waarvan de plot blijkbaar vast is gelopen, plotseling toch wordt opgelost door iets dat schijnbaar vanuit het niets opeens aan komt zetten. Dat iets kan variëren van een nieuw personage, een nieuw wapen, of bijvoorbeeld een nieuwe superkracht die de protagonist plotseling blijkt te hebben.
De definitie van het Van Dale is "iem. die, of iets dat, op een beslissend ogenblik als 't ware uit het niets tevoorschijn komt en de oplossing brengt".
[bewerken] Grieks theater
De term vindt zijn oorsprong in het klassieke Griekse en Romeinse theater, waarin een schrijver een dergelijke situatie vaak oploste door letterlijk een god ten tonele te voeren die het verhaal tot een goed of kwaad einde bracht. Hierbij werd een goddelijk personage, vaak letterlijk van bovenaf op ingenieuze wijze met behulp van een '(toneel)machine', op het toneel neergelaten.
Euripides maakte gebruik van de techniek in Hippolytos, Iphigeneia in Tauris, Orestes, Helena, Andromache. Dei ex machina komen zelfs zo veelvuldig voor in zijn werken, dat vaak wordt gedacht dat hij de uitvinder van het verschijnsel is. Ook Sophokles in Philoktetes. In Vondels Gijsbrecht van Aemstel biedt de goddelijke boodschapper Aartsengel Rafaël een dergelijke oplossing.
[bewerken] Modern gebruik
De term is nog steeds in gebruik bij hedendaagse media, al gaat het hierin niet meer altijd om een god maar ook om andere zaken die plotseling opduiken in een verhaal om de oplossing te bieden. Ook in hedendaagse literaire werken en in films kiezen schrijvers er regelmatig voor een plot tot een einde te brengen via een onwaarschijnlijke gebeurtenis. Dit kan een dramaturgische ‘noodgreep’ zijn. Vaker wordt een dergelijke wending in het verhaal geboren uit de behoefte van de auteur de grenzen van logica en werkelijkheid te overschrijden.
Het zinnetje "En toen kwam er een olifant met een lange snuit, en die blies het verhaaltje uit" waarmee kinderverhaaltjes vaak eindigen is in zekere zin ook een Deus ex Machina.
In sommige vervolgverhalen en fictiereeksen worden bepaalde vaste personages steevast als deus ex machina ingezet om de goede afloop te waarborgen. Ze bieden steevast hulp wanneer de nood het hoogst is. Voorbeelden zijn: Superman, Lassie, Jerom, Kapitein Oliepul en Mega Mindy.
[bewerken] Kritiek
Het gebruik van een deus ex machina wordt doorgaans niet gewaardeerd door critici. Een veel gehoord argument is dat het zou getuigen van een gebrek aan creativiteit bij de schrijver of producer, en dat het de geloofwaardigheid van een verhaal aan zou tasten.
Reeds in de Griekse oudheid was dit het geval. Aristoteles bekritiseerde een dergelijke 'bovennatuurlijke ontknoping' voor een verhaal in zijn Poetica. Hij was van mening dat een plot juist moest worden afgerond via een dramatische oplossing uit het verhaal zelf, als gevolg van de voorafgaande actie. Dit weerhield een lange rij toneelschrijvers en librettisten er niet van een goddelijk personage uit de toneelhemel te laten zakken.