Deus ex machina
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Deus ex machina (Latijn: "god uit een machine") is een leenvertaling van het Griekse apo mêkhanês theos (από μηχανής θέος). Het meervoud is dei ex machina.
Het is de aanduiding voor het verschijnsel uit het klassieke Griekse en Romeinse theater, waarmee een einde werd gebracht aan een hopeloos vastgelopen situatie waarvoor de schrijver kennelijk zelf geen andere oplossing wist. Hierbij werd op ingenieuze wijze (vaak letterlijk) een god van bovenaf op het toneel neergelaten, die vervolgens de situatie tot een goed (of kwaad) einde bracht. Met name Euripides (Iphigeneia in Tauris) maakte gebruik van deze techniek, maar ook bijvoorbeeld Sophokles in Philoktetes.
De term wordt in deze zin nog steeds gebruikt, al gaat het dan niet meer om een god. In literaire werken en in films komt het nog regelmatig voor dat een vastgelopen plot tot een einde wordt gebracht via een onwaarschijnlijke of onlogische gebeurtenis. De definitie van het Van Dale woordenboek is "iem. die of iets dat op een beslissend ogenblik als 't ware uit het niets tevoorschijn komt en de oplossing brengt".[1]
Het zinnetje "En toen kwam er een olifant met een lange snuit, en die blies het verhaaltje uit" waarmee zelfverzonnen kinderverhaaltjes vaak eindigen is in zekere zin ook een Deus ex Machina.

