Diaconie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De diaconie, ook wel gespeld als diakonie, is in protestantse Kerken het college van diakenen in een plaatselijke kerk.

Bij de protestanten is een diaken gekozen lid van de kerkenraad met als taak het verzorgen van hulp aan behoeftigen. In de rooms-katholieke Kerk is een diaken echter een gewijd man met enige bevoegdheden van een priester, hij is werkzaam in een parochie.

De letterlijke betekenis van diaconie is het zich dienstbaar opstellen, hulp bieden aan allen die dit nodig hebben. Eeuwenlang werden de taken van de diaconie gevormd door de zeven werken van barmhartigheid.

Inhoud

Diaconie in de protestantse Kerken [bewerken]

Deze diaconie helpt kerkleden en anderen die hulpbehoevend zijn. De diaconie krijgt een bepaald gedeelte van het budget van de kerk toegewezen. Daarnaast is doorgaans regelmatig een collecte tijdens de kerkdienst bestemd voor de diaconie. De diaconie zorgt waar nodig voor financiële ondersteuning. In het verleden richtte ze armenhuizen in voor mensen die buiten hun schuld dakloos waren. Ze speelde ook een rol bij het oprichten van protestantse ziekenhuizen. Tegenwoordig doen de meeste diaconieën regelmatig giften aan hulpverleningsorganisaties. De diaconie is verantwoording verschuldigd aan de kerkenraad.

Diaconie in de rooms-katholieke Kerk [bewerken]

In de Katholieke Kerk wordt de zorg aan hulpbehoevenden meestal niet langer waargenomen door de gewijde diakens. Het liefdadigheidswerk in de plaatselijke parochies, dat lang vooral in handen was van vrouwelijke en mannelijke kloosterorden, is aan het eind van de 20e eeuw voor een belangrijk deel overgenomen door leken. De gewijde diakens zijn in opdracht van de bisschoppen steeds vaker verantwoordelijk voor de viering van de eucharistie, de overige sacramenten en de prediking.

Algemeen [bewerken]

Iedere gedoopte wordt geacht dienstbaar te worden aan anderen, binnen de kerk wordt dit diaconie genoemd. In de normale wereld komen termen voor als solidariteit en dienstverlening. Diaconie is zowel katholiek als protestants.

Vroeger richtte de hulp zich op zieken, armen, wezen en weduwen binnen Nederland, ook in de Armenwet van 1854 staat hulp door kerken en particulieren centraal. De Algemene bijstandswet van 1965 maakt hier een einde aan. In plaats van afhankelijk te zijn van liefdadigheid had iedereen vanaf die tijd het recht op bijstand. Door de verzuiling van de Nederlandse maatschappij richten de meeste organisaties zich op hun eigen doelgroepen. Na de ontzuiling zijn de meeste organisaties of gefuseerd of zich gaan openstellen voor iedereen.

Tegenwoordig richt de diaconie zich vooral op ontwikkelingssamenwerking, het milieu, vluchtelingenhulp en hulp aan ex-gedetineerden. Doordat de overheid steeds meer zich terugtrekt uit de verzorgingstaat komen er steeds meer doelgroepen voor de diaconie: psychiatrisch patiënten, verslaafden, prostituees en dak- en thuislozen.

De inkomsten voor diaconie komen veelal voort uit de giften van de parochianen en gemeenteleden welke worden geschonken tijdens de kerkdiensten, de collecte.

Uitdrukkingen [bewerken]

  • Aan de diaconie vervallen: kerkelijke bedeling nodig krijgen.
  • Er is hier veel diaconie: er zijn veel niet-betalenden onder het publiek.

Zie ook [bewerken]