Diagonaalmatrix

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de lineaire algebra is een diagonaalmatrix een vierkante n×n-matrix, waarvan alle elementen buiten de hoofddiagonaal (↘) gelijk zijn aan nul. De diagonale elementen kunnen al of niet gelijk zijn aan nul.

De matrix D = (di,j) met n kolommen en rijen is diagonaal als:

d_{i,j} = 0 \mbox{ als } i \ne j  \qquad \forall i,j \in 
    \{1, 2, \ldots, n\}

Diagonaalmatrices worden volledig bepaald door de waarden van de elementen op de hoofddiagonaal. Een gebruikelijke schrijfwijze is

D = {\rm diag} (d_1, d_2, \dots, d_n)
= \begin{pmatrix}
  d_1 & 0 & \cdots & 0 \\ 
  0 & d_2 & \ddots & \vdots \\
  \vdots & \ddots & \ddots & 0 \\
  0 & \cdots & 0 & d_n
\end{pmatrix}\!.

De som van de elementen op de hoofdmatrix wordt spoor (symbool: S) genoemd en wordt bijgevolg gedefinieerd als:

S = \sum^n_{i=1} d_i = d_1 + d_2 + \cdots + d_n

[bewerken] Voorbeeld

De volgende matrix is een diagonaalmatrix:

\begin{bmatrix}
3 & 0 & 0  & 0\\
0 & 1/3 & 0  & 0\\
0 & 0 & -1 & 0\\
0 & 0 & 0  & 1/2 \\
\end{bmatrix}.

Men noteert de hoofddiagonaal ook wel als volgt : diag ( 3 ; 1/3 ; -1 ; 1/2 )

Merk op dat de inverse en de macht van een diagonaalmatrix eenvoudig te bepalen zijn: gewoon de diagonaalelementen resp. tot de macht -1 en n nemen.

De inverse van de matrix hierboven is dan:

\begin{bmatrix}
1/3 & 0 & 0  & 0\\
0 & 3 & 0  & 0\\
0 & 0 & -1 & 0\\
0 & 0 & 0  & 2 \\
\end{bmatrix},

en de n-de macht:

\begin{bmatrix}
3^n & 0 & 0  & 0\\
0 & 1/3^n & 0  & 0\\
0 & 0 & (-1)^n & 0\\
0 & 0 & 0  & 1/2^n \\
\end{bmatrix}.

De determinant van een dergelijke matrix is te bepalen door alle factoren in de diagonaal met elkaar te vermenigvuldigen. De determinant van de eerder genoemde matrix is dan:

3\times \tfrac 13 \times (-1)\times \tfrac 12 = -\tfrac 12 .
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen