Diaken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Diakenen)
Ga naar: navigatie, zoeken

Het woord diaken komt van het Griekse woord diakonos (διακονος), dat dienaar betekent. De term komt al voor in de Bijbel: de vroegste christelijke gemeenten hadden diakens (diakenen).

Inhoud

Oorsprong [bewerken]

Het ambt van diaken is één van de gewijde ambten in de vroeg-christelijke Kerk. Het diakenambt is onder meer bedoeld om invulling te geven aan de christelijke barmhartigheid.

De instelling van het diaconaat staat in de Bijbel, in het boek der Handelingen van de Apostelen (hoofdstuk 6) beschreven. Omdat de hulp aan arme weduwen in de christengemeente in Jeruzalem niet goed verliep, en de apostelen daar zelf niet voldoende tijd voor hadden, besloot de christelijke gemeente, onder gebed tot God, zeven mannen te kiezen die de zorg voor de armen moesten vormgeven. Zij verzamelden middelen voor de armen en deelden die uit aan hen die dat nodig hadden. Dit is de eerste Schriftuurlijke vermelding van het diakenschap.

Als helpers van de bisschoppen van de vroege Kerk, ontvingen de mannen die uitgekozen waren om diaken te worden, de handoplegging. Deze ritus werd in de vroeg-christelijke Kerk gezien als een sacramentele handeling waaraan genade verbonden was.

Het diaconaat was niet uitsluitend gericht op de armenzorg en was niet in het laatst een functie die ook de Eucharistie en zielzorg betrof. Bovenal waren zij ook verkondigers van het Woord van het Evangelie. Vroege bronnen als de Didache en de H. Schrift zelf wijzen hierop.

Toen na het Schisma van 1054 de Katholieke Kerk zich wereldwijd verbreidde, is overal het diakenambt verspreid. Ook veel Nederlandse Protestantse Kerken, gemeentes en parochies kennen vandaag de dag nog steeds diakens (diakenen).

Katholieke Kerk en Oosters-Orthodoxie [bewerken]

Een diaken getooid met paramenten volgens de Latijnse rite. De band over de linkerarm (Manipel) wordt in de nieuwe misorde niet verplicht meer gedragen

Van oudsher was de wijding tot diaken de eerste van de drie hogere wijdingen in de Rooms-katholieke Kerk. De dalmatiek is het liturgisch gewaad dat specifiek voorzien is voor de diaken. Onder de dalmatiek draagt de diaken de stola schuin over zijn schouder.

Permanent diaken [bewerken]

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heeft opnieuw voorzien in een permanent ambt van diaken, voor jonge celibatairen en gehuwde mannen van rijpere leeftijd. Paragraaf 29 van de Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium handelt over deze hernieuwde vorm van diakenschap[1]. De niet-getrouwde kandidaat voor het permanente diakonaat neemt ook het celibaat op zich bij de diakenwijding.

De diaken is krachtens zijn wijding onder meer bevoegd om in de Mis het evangelie te lezen en te preken, in de catechese het geloof uit te leggen, het sacrament van de doop toe te dienen en als kerkelijke getuige op te treden bij een kerkelijk huwelijk. Ook kan een priester op de gewijde diaken een beroep doen om de H. Communie uit te delen.

In de Orthodoxe Kerk en Oosters-katholieke Kerken is het permanent diakenschap nooit verdwenen. Veel diakens kiezen ervoor om hun hele leven lang diaken te blijven. De liturgische en pastorale functies komen overeen met die in de Latijnse Kerk. Een diaken die ook monnik is wordt een hiërodiaken genoemd.

De gewaden van de Oosterse Kerken zijn de stichaar (dalmatiek), het orarion (diakenstola) en de epimanikia (manchetten). De epimanikia worden onder het stichaar gedragen, niet erboven zoals de priesters en bisschoppen doen.

Transeunt diaken [bewerken]

De diakenwijding als stap in de aanloop naar het priesterschap is altijd blijven bestaan, ook in het Westen. Iemand die diaken is in afwachting van zijn priesterwijding wordt sinds het Tweede Vaticaans Concilie veelal ‘transeunt diaken' (overgangsdiaken) genoemd. Het celibaat neemt de priesterkandidaat op zich bij de diakenwijding. Aan de diakenwijding ging voor diocesane diakens tot 1967 de wijding tot subdiaken vooraf, deze wijding is blijven bestaan in de traditionele broederschappen.

Protestantisme [bewerken]

In de protestantse kerken daarentegen is een diaken iemand die gaat over de kerkelijke armenzorg. Samen met de ouderlingen en predikant (ook wel dominee genoemd) vormen de diakenen het dagelijks bestuur (de kerkenraad) van de kerk. [2]

Diaconie [bewerken]

Het college van diakenen in een plaatselijke Protestantse kerk wordt wel de diaconie genoemd. De diaconie verleent zijn ondersteuning zo veel mogelijk anoniem: de gevers weten niet wie de giften zullen ontvangen. Een diaken heeft daarom ambtsgeheim, hierdoor wordt de privacy van de ontvangers gewaarborgd. Door de komst van de sociale zekerheid in West-Europa is het werkterrein van diakenen veranderd, omdat hierdoor het aantal behoeftigen sterk afnam. Daarom ziet de diaconie tegenwoordig in veel gevallen niet alleen een taak in de plaatselijke gemeenten, maar ook wereldwijd: het werelddiaconaat. Hierbij steunen diaconieën in rijke landen de sociale taken van kerken in armere landen.

Naast het inzamelen en verantwoord besteden ziet de diaconie ook vaak een taak in de bewustmaking van de leden van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Zie ook [bewerken]

Externe links [bewerken]

Bronnen