Diasysteem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip diasysteem is zeer nauw verwant aan het begrip standaardtaal. Met een diasysteem wordt een geheel bedoeld van verschillende standaardvormen die tezamen genetisch één en dezelfde taal zijn. Voorbeelden hiervan zijn het Servo-Kroatische diasysteem dat het Bosnisch, Kroatisch, Montenegrijns en Servisch omvat, het Noors dat uiteenvalt in Nynorsk en Bokmål, en het Engels dat verschillende standaardvormen heeft, waarvan het Amerikaans Engels het meest gesproken wordt.

De term diasysteem wordt bij uitbreiding ook gebruikt voor verschillende dialecten die onderling zo goed verstaanbaar zijn dat ze als varianten van dezelfde taal kunnen worden beschouwd. In dit opzicht zijn bijvoorbeeld het Nedersaksisch en Limburgs - die als streektalen binnen Nederland zijn erkend - diasystemen. Beide kennen geen uniforme standaard, al is het voor het Limburgs enige tijd geleden wel een voorstel tot een Algemeen Geschreven Limburgs ingediend teneinde tot een standaardschrijftaal te komen voor het Limburgse diasysteem. Dit heeft echter weinig ingang gevonden.

Door de voormalige staat Tsjechoslowakije werden het grotendeels wederzijds verstaanbare Tsjechisch en Slowaaks beschouwd als dialecten van een gemeenschappelijke taal, het Tsjechoslowaaks. Voordien en nadien werden en worden deze als twee afzonderlijke talen beschouwd.

De grens tussen een diasysteem en diglossie is echter vaag. Zo werden tot voor kort onder andere het Afrikaans en Nederlands[1], het Corsicaans en Italiaans, het Portugees en Galicisch, en het Catalaans en Occitaans als verschillende vormen van dezelfde taal beschouwd.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Tot 1983, Afrikaans en Nederlands werden door de Zuid-Afrikaanse grondwet geacht als dezelfde taal beschouwd te worden.