Dick Fosbury
| Dick Fosbury | ||||
| Afbeelding gewenst | ||||
| Volledige naam | Richard Douglas Fosbury | |||
| Geboortedatum | 6 maart 1947 | |||
| Geboorteplaats | Portland - Oregon | |||
| Lengte | 1,93 m | |||
| Gewicht | 83 kg | |||
| Sportieve informatie | ||||
| Discipline | hoogspringen | |||
| Trainer/coach | Bernie Wagner | |||
| Eerste titel | NCAA-kampioen hoogspringen 1968 | |||
| OS | 1968 | |||
| Extra | Olympisch recordhouder hoogspringen 1968-1976 | |||
|
||||
Richard Douglas (Dick) Fosbury (Portland - Oregon, 6 maart 1947) is een voormalige hoogspringer uit de Verenigde Staten, die als eerste een techniek populair maakte, waarbij de atleet na een gebogen aanloop ruggelings de lat passeert.
[bewerken] Biografie
Deze techniek, die nu bekend staat als de fosburyflop, veroorzaakte een revolutie binnen de hoogspringwereld. Fosbury introduceerde hem wereldwijd in 1968 tijdens de Olympische Zomerspelen in Mexico-Stad, waar hij met een sprong van 2,24 m een nieuw olympisch record vestigde en de gouden medaille won.
Fosbury was overigens niet de uitvinder van de nieuwe techniek. Reeds in 1912 gebruikte zijn landgenoot Clinton Larson een vergelijkbare sprongtechniek.
Fosbury startte als zestienjarige middelbare scholier met zijn experimenten met de nieuwe techniek. Hij vond de gangbare technieken van die tijd te gecompliceerd. In 1964 publiceerde een krant in Medford, Oregon een foto van een zeventienjarige jongeman, die met 1,91 het schoolrecord verbeterde. Het blad noemde de stijl 'flopping' en vergeleek Fosbury met een dolfijn. Fosbury’s techniek kwam trouwens min of meer toevallig tot stand, doordat hij een keer eerst met zijn schouder over de lat vloog, met zijn benen als laatste. Ook de boog in de aanloop, typerend voor flopspringers, kwam er niet na een wetenschappelijke studie, maar was het gevolg van een boom waar Fosbury tijdens zijn trainingen met een boogje omheen moest lopen.[1]
Als student aan de Oregon State University won hij in 1968 eerst de NCAA-titel, vervolgens de US Olympic trials en tenslotte de olympische titel. Na dit topjaar verloor Dick Fosbury, die nooit wereldrecordhouder werd, al gauw zijn belangstelling voor het springen, vooral omdat hij er geen zin in had om altijd onderweg te zijn. In 1973 deed hij als lid van de profploeg van Mike O'Hara nog eenmaal een poging tot een comeback, maar die had weinig succes
Het enthousiasme voor de door Fosbury ontwikkelde techniek kreeg, na de aanvankelijke scepsis binnen de hoogspringwereld, tenslotte zo’n vlucht, dat tegenwoordig vrijwel alle hedendaagse hoogspringers zich ervan bedienen. Fosbury zelf vond dit echter maar overdreven, getuige zijn uitspraak: “De techniek maakt maar tien procent van het resultaat uit; beslissend is de sprongkracht.”
Na zijn actieve sportcarrière leidde hij een teruggetrokken bestaan en woonde onder andere een tijd in Nederland. Hij haalde in 1972 een ingenieurstitel in civiele techniek en is mede-eigenaar van een ingenieursbedrijf in Ketchum (Idaho).
[bewerken] Titels
- Olympisch kampioen hoogspringen - 1968
- NCAA-kampioen hoogspringen - 1968, 1969
- NCAA-indoorkampioen hoogspringen - 1969
Bronnen, noten en/of referenties:
- Tissot van Patot, ir. P.C. (1968) De weg naar prestaties De Atletiekwereld nr 23/24: KNAU
- Lolkama, Drs. J. (1992) Triomf en tragiek van de Olympische Spelen - 1896 tot heden De Vrieseborch ISBN 90-6076-345-9
- Kluge, V. (1996) 100 Hoogtepunten van de Olympische Spelen Deltas ISBN 90-243-8102-9
- Hemert, W. van (1998) Fosbury-flop de 'klapschaats' van het hoogspringen. Atletiek nr. 1: KNAU
- ↑ Uit 100 Hoogtepunten van de Olympische Spelen door Volker Kluge (1996), bron: zie hierboven
- Externe links
- (en) IAAF-profiel voor Dick Fosbury
- (en) Artikel op www.olympic.org
| Olympisch kampioen | |
|---|---|
|
Atletiek: Hoogspringen mannen
1896 Ellery Clark · 1900 Irving Baxter · 1904 Samuel Jones · 1906 Cornelius Leahy · 1908 Harry Porter · 1912 Alma Richards · 1920 Richmond Landon · 1924 Harold Osborn · 1928 Robert King · 1932 Duncan McNaughton · 1936 Cornelius Johnson · 1948 John Winter · 1952 Walter Davis · 1956 Charles Dumas · 1960 Robert Sjavlakadze · 1964 Valeri Broemel · 1968 Dick Fosbury · 1972 Jüri Tarmak · 1976 Jacek Wszoła · 1980 Gerd Wessig · 1984 Dietmar Mögenburg · 1988 Gennadi Avdejenko · 1992 Javier Sotomayor · 1996 Charles Austin · 2000 Sergej Kljoegin · 2004 Stefan Holm · 2008 Andrej Silnov |
|