Dictys Cretensis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Op naam van Dictys Cretensis (Dictys van Kreta) is het Latijnse prozageschrift Ephemeris Belli Troiani (Dagboek van de Trojaanse Oorlog) in 6 boeken overgeleverd. De auteur doet het voorkomen alsof hij in het gevolg van de Kretenzische koning Idomeneus heeft deelgenomen aan de Trojaanse Oorlog aan de kant van de Grieken en als ooggetuige een dagboek heeft bijgehouden. De eerste 5 boeken gaan over de belegering en de inname van Troje, het 6e boek gaat over de thuiskomst van de Griekse helden.

De Latijnse versie waarin het werk is overgeleverd wordt voorafgegaan door een brief waarin iemand die zegt Lucius Septimius te heten, schrijft dat het werk van Dictys was teruggevonden op schrijfplankjes van lindehout in een graftombe in Knossos, overgeschreven in het Grieks en aangeboden aan keizer Nero. Lucius Septimius heeft daar een Latijnse vertaling van gemaakt, waarbij hij de boeken 1 t/m 5 volledig vertaalde en de volgende boeken samenvatte in één boek.

De Latijnse versie komt uit de vierde eeuw en gaat inderdaad terug op een Grieks voorbeeld waarvan rond het jaar 1900 fragmenten op papyrus zijn gevonden die stammen uit de vroege 3e eeuw n.Chr.

Dit zogenaamde ooggetuigenverslag van Dictys was samen met een soortgelijk werk van Dares Phrygius, die eveneens voorgaf in eigen persoon bij de Trojaanse Oorlog aanwezig te zijn geweest maar dan aan de Trojaanse kant, tijdens de Middeleeuwen de voornaamste bron voor de kennis van de Trojaanse Oorlog. De werken van Dictys en Dares waren dan ook de belangrijkste bronnen van de middeleeuwse Trojeromans.

Vertalingen[bewerken]