Dicynodontia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dicynodontia
Fossiel voorkomen: Laat-Perm tot Trias
Placerias hesternus, één van de laatste dicynodonten
Placerias hesternus, één van de laatste dicynodonten
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Onderklasse: Synapsida
Orde: Therapsida
Clade
Dicynodontia
Owen, 1859
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Dicynodontia zijn een groep van de Therapsida en omvatten een groot aantal uitgestorven plantenetende vormen uit het Laat-Perm en Trias. Aan het einde van het Trias stierf de groep grotendeels uit door de opkomst van de dinosauriërs.

Beschrijving[bewerken]

Dicynodontia waren plantenetende Therapsida die ruim zestig miljoen jaar (met de Australische dicynodont uit het Krijt erbij meer dan honderd miljoen jaar) op de wereld rondliepen. Ze evolueerden in tientallen verschillende soorten – in grootte variërend van een hedendaagse mol tot een neushoorn – die vrijwel allemaal in het bezit waren van een relatief grote kop, twee naar beneden gerichte slagtanden en een schildpadachtige bek. De voorpoten waren net als bij hagedissen gespreid, maar de achterpoten stonden net als bij zoogdieren recht onder het lichaam. Dicynodontia hadden een wereldwijde verspreiding en ongeveer 250 miljoen jaar geleden waren ze de meest voorkomende viervoeters op Aarde. Aan het einde van het Trias (±210 mjg) verdwenen ze, om plaats te maken voor de dinosauriërs.

Dicynodontia leefden langer dan gedacht[bewerken]

In 2003 meldden Australische paleontologen van de Monash University in Brisbane een 40 cm grote schedel van een dicynodont te hebben gevonden in de archieven van het Queensland Museum. De schedel is afkomstig uit 105 miljoen jaar oude gesteentes nabij Hughenden, Queensland. De dicynodont was waarschijnlijk twee meter lang en een meter hoog. Wellicht is het een afstammeling van Kannemeyeria, een geslacht dat tijdens het Vroeg-Trias in Australië heeft geleefd. De vondst betekent dat de Dicynodontia niet aan het einde van het Trias zijn uitgestorven, zoals altijd werd gedacht, maar dus veel langer hebben geleefd. Volgens de paleontologen wisten de Dicynodontia door geografische isolatie in Australië te overleven: in het Mesozoïcum lag Australië in een afgezonderde uithoek van het zuidelijke supercontinent Gondwana, zodat Dicynodontia er zonder veel bedreiging door andere diersoorten hebben voortgeleefd. Hetzelfde geldt overigens voor een groep krokodilachtige amfibieën, de Labyrintodontia. Ook deze groep werd verondersteld volledig te zijn uitgestorven aan het einde van het Trias, totdat fossielen van meerdere soorten uit het Vroeg-Krijt in Australië werden opgegraven. Eén van de gevonden soorten was de vijf meter lange Koolasuchus. Ook de dwergallosaurus bleek in Australië te overleven.

Indeling[bewerken]

Clade Dicynodontia