Diffuse intravasale stolling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Diffuse intravasale stolling
ICD-10 D65
ICD-9 286.6
DiseasesDB 3765
eMedicine med/577emerg/150
MeSH D004211
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Bij diffuse intravasale stolling (afgekort DIS) wordt de bloedstolling in de vaten (intravasculair) geactiveerd. Hierbij zet trombine fibrinogeen om tot fibrine waardoor fibrine draden vormt in de bloedvaten (microthrombi). Tijdens DIS is er een versnelde vorming en afbraak van fibrine. De microthrombi worden het meest frequent gevonden in de nieren, longen, milt, bijnieren, hart, hersenen en lever. De microthrombi kunnen zowel lokaal als wijdverspreid voorkomen. Door de activatie van de bloedstolling worden de stollingsfactoren verbruikt: dit kan leiden tot een bloedingsneiging. Deze intravasculaire afzetting van fibrine is een reactie van het lichaam op een ziekte of aandoening, maar is eigenlijk onjuist en kan voor veel schade zorgen.

De meest voorkomende oorzaken van DIS zijn complicaties bij de bevalling, infecties, maligniteiten en vasculaire schade. Het gevolg van DIS kunnen bloedingen of thrombotische complicaties zijn, zoals het afsterven van weefsels.

De diagnose wordt gesteld op een verhoogde D-dimeer uitslag, in combinatie met een verlaging van de bloedplaatjes en de stollingsfactoren (verlenging van de APTT en PT). De behandeling bestaat uit het wegnemen van de oorzaak. Bij bloedingen kan het nodig zijn om bloedplaatjes, fresh frozen plasma en fibrinogeen toe te dienen.