Diftong

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een tweeklank of diftong is een klinker waarvan de kwaliteit gedurende de articulatie verandert. Men kan ook zeggen dat een diftong een combinatie is van twee opeenvolgende klinkers binnen een lettergreep. Van deze twee klinkers of is er één doorgaans een halfklinker - dat wil zeggen een klinkerachtige klank die ook eigenschappen van een medeklinker heeft, met name j-, of een sjwa. De andere is een volle klinker.

Tweeklanken of diftongen staan in tegenstelling tot enkelvoudige klinkers of monoftongen. De overgang van een monoftong naar een diftong wordt diftongering genoemd. Een uit drie fonematische posities gevormd foneem wordt een triftong genoemd.

Tweeklanken vallen in twee typen uiteen, uitgaande van de klemtoon binnen de combinatie. Ligt de klemtoon op het eerste element, dan is er sprake van een dalende of neergaande tweeklank. De eerste plaats wordt bij zulke tweeklanken ingenomen door de volle klinker. De drie tweeklanken van het Standaardnederlands zijn alle drie dalende tweeklanken. Ze worden doorgaans gespeld als au/ou, ij/ei en ui*. Het tweede element is in deze tweeklanken een halfklinker (j- en w-achtige klanken). Omgekeerd is er sprake van een stijgende of opgaande tweeklank als het tweede element de nadruk heeft en een volle klinker is.

Het hedendaagse Standaardnederlands is relatief arm aan tweeklanken: drie tweeklanken worden in het overgrote deel van het taalgebied gerealiseerd. Regionaal komen er meer voor. Er zijn ook talen zonder tweeklanken, zoals het Spaans, en talen met meer dan tien tweeklanken, zoals het Fries en het Fins.

* Merk op dat er in het Nederlands ook enkelvoudige klinkers zijn die met twee verschillende lettertekens worden geschreven (oe, eu, ie) en dat de tweeklanken ij en au een alternatieve spelling kennen (resp. ei en ou). Deze spellingsverschijnselen maken het aantal daadwerkelijke tweeklanken niet groter dan het is: drie .

Tweeklanken in het Nederlands[bewerken]

Het Nederlands kent de volgende fonematische diftongen:

  • 'au' als in pauze of 'ou' als in koud
beginpositie als/ɑ/ bij a in kat (in Vlaanderen als /ɔ/ bij o in het Franse woord decor), eindpositie als /u/ bij oe in koe
  • 'ij' als in tijd of 'ei' als in eigen
beginpositie als /ɛ/ bij e in pet (of in sommige streken in Nederland als /ɑ/ bij a in kat), eindpositie als /i/ bij ie in kies of als /j/ bij j in jas
  • 'ui' als in tuin
beginpositie als /œ/ bij œu in het Franse woord œuvre, eindpositie als /y/ bij uu in fuut.
  • 'ee' in been
beginpositie /e/ bij ee, eindpositie als /j/ bij j in jas (enkel in Nederland)
  • 'oo' in hoop
beginpositie /o/ bij oo, eindpositie als /u/ bij oe in koe (enkel in Nederland)
  • 'eu' in leuk
beginpositie /ø/ bij 'eu', eindpositie als /y/ bij uu in fuut (enkel in Nederland)

Voor een /r/ (tong-r) of /ʀ/ (huig-r) en bij sommige sprekers voor een /ɫ/ ("donkere" l) worden bijna alle klinkers in (Noord-)Nederland tot een tweeklank ('heel' wordt /heəl/ 'hee-ul', 'veel' wordt /veəl/ 'vee-ul', de eindpositie is dan die van /ə/ de stomme 'e' (sjwa) in de tweede lettergreep van vader.

Kenmerkend voor het Poldernederlands is de uitspraak van de als ij of ei geschreven klank als /æj/ of /aj/ 'aaj'. Deze diftong geldt voor sommigen als minder beschaafd.

Bij vervoeging of verbuiging kan een dalende tweeklank overgaan in een stijgende. Dit verschijnsel wordt breking genoemd en is bijvoorbeeld waar te nemen in het Fries en het Limburgs.