Diftongering
Diftongering is een klankverandering waarbij een monoftong verandert in een diftong. Diftongering is het tegenovergestelde van monoftongering en tevens een vorm van breking.
Diftongering gebeurt vooral met lange klinkers, dus in open lettergrepen, en kenmerkt de geschiedenis van heel veel talen.
Voorbeelden [bewerken]
Diftongering heeft tot op zekere hoogte een rol gespeeld in de geschiedenis van het Nederlands, hoewel niet zoveel als monoftongering. Zo gaat de ui-klanken in veel open lettergrepen terug op een eerdere ö of ǔ + j (bijvoorbeeld Χlǔ-ja → lui).[1]
In het Duitse taalgebied begon de Vroegnieuwhoogduitse diftongering (î, û, iu → ei, au, eu/äu; min niuwez hus, "mijn nieuwe huis" → mein neues Haus) rond de 12e eeuw in het zuidoosten van het Duitse taalgebied, het huidige Karinthië en Stiermarken. Van daaruit verspreidde de klankverschuiving zich over de rest van Duitsland en Oostenrijk. Alleen het Nederduits en Alemannisch hebben de diftongering niet overgenomen.
In het Tsjechisch en bepaalde varianten van het Pools (de Podhale-dialecten) heeft diftongering van o of u tot ou aan het begin of in het midden van woorden plaatsgehad.
De zogeheten "Sittardse diftongering" is het belangrijkste kenmerk dat het Sittards onderscheidt van andere Limburgse dialecten.[2]
Bronnen, noten en/of referenties
|