Digitale signaalprocessor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Digitale signaalprocessor-chip van Nintendo

Een digitale signaalprocessor (vaak afgekort tot DSP), is een microprocessor die speciaal ontworpen is voor het bewerken van (continue) digitale signalen. Voordat een analoog signaal bewerkt kan worden zal het signaal eerst door middel van een ADC (analoog-digitaalomzetter) omgezet moeten worden in een digitaal signaal. Dit digitale signaal wat bestaat uit allemaal enen en nullen wordt door een ingebakken programma bewerkt. Voordat het beluisterd kan worden moet het signaal door een DAC, digitaal-analoogomzetter, weer analoog gemaakt worden.

In principe wordt in een normale computerprocessor ook digitale getallen bewerkt. Het kenmerkende van een DSP is dat deze processor geoptimaliseerd is voor het bewerken van grote (continue) gegevensstromen zoals audio of video.

Als het analoge signaal bijvoorbeeld een audiosignaal is, kunnen van het audiosignaal de volgende eigenschappen worden bewerkt:

DSP's zijn onmisbaar bij de weergave van surroundgeluid[bron?].

Technische achtergrond[bewerken]

Veelvoorkomende bewerkingen in de signaalbewerking zijn FIR en IIR-filters, alsook FFT-berekeningen. Deze kunnen door deze processor zeer snel uitgevoerd worden dankzij een MAC-unit. (multiply accumulate) Deze maakt het mogelijk om een vermenigvuldiging en optelling in 1 klokcyclus uit te voeren.

Waar gewone processoren met de Von Neumann-architectuur het programma en data in hetzelfde geheugen opslaan, gebruikt de DSP de Harvard-architectuur. Dit wil zeggen dat het geheugen opgesplitst wordt naargelang de functie van de gegevens. Dit is zeer belangrijk bij het verwerken een continue signaalstroom, omdat de gegevens in verschillende cache-geheugens van de processor kunnen worden opgeslagen. Een programmasprong gaat de volledige cache dus niet leegmaken. Bij een traditionele processor moet hierdoor de data steeds terug in het cache geladen worden.