Dijk (waterkering)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Primaire waterkering bij het Markermeer. Links het Markermeer, rechts de Oostvaardersplassen
Basaltblokken ter bescherming van het dijklichaam
Oude wierdijk van Wieringen. De steile helling werd in vroeger eeuwen voldoende veilig geacht

Een dijk is een door mensen aangelegde waterkering, die het achterliggende land beschermt tegen overstromingen. Van oudsher worden dijken niet alleen gebruikt als bescherming tegen hoog water maar ook voor andere functies zoals hulpmiddel bij irrigatie en transport.

Er zijn meerdere soorten dijken. Ze zijn grofweg onder te verdelen in zeewaterkerende, rivierwaterkerende en binnenwaterkerende lijnvormige landschapselementen.[1]

Rivierdijken hebben soms een afdeklaag van zand zodat ze tevens gebruikt kunnen worden als weg.

Geschiedenis[bewerken]

Vermoedelijk werden de eerste dijken aangelegd in Soemerië tussen de Eufraat en Tigris en Egypte langs de Nijl, enkele millennia voor Christus. Ook in Amerika en China vond ver voor het begin van de moderne jaartelling al dijkenbouw plaats.

In Mesopotamië ontstonden stelsels van dijken en kanalen waardoor het mogelijk werd om over te gaan op een productievere vorm van landbouw, irrigatielandbouw. Daarnaast werden dijken gebruikt om in de lente het smeltwater van de rivieren buiten de steden te houden. De dijken bestonden uit lage aarde wallen.[2]

3000 jaar geleden is de landbouw in Egypte tot stand gekomen. De landbouw vond plaats in de delta's van de Nijl. Ook de Egyptenaren gebruikten al gedurende de eerste dynastie irrigatiesystemen voor landbouw. De dijken werden gebruikt om de bassins waar het water voor de akkerbouw in werd opgeslagen, van elkaar te scheiden.[3]

In het oude China werd tijdens de Zhou-dynastie de overstromingsvlakte van de Gele Rivier gecultiveerd met dijken en drainage. Zo was men ook beter beschermd tegen overstromingen.[4] De velden en terrassen hervormden niet alleen het landschap op grote schaal, maar net als bij de andere beschavingen ook de maatschappij. De constructiewerkzaamheden waren zeer kapitaalintensief en vereisten een grote mate van collectieve sociale organisatie. Dit stimuleerde een gecentraliseerd gezag met hiërarchische maatschappelijke verhoudingen, door Wittfogel de hydraulische samenleving genoemd.

Ondanks grote geografische en culturele verschillen zijn er opmerkelijke overeenkomsten met de beschavingen die later ontstonden in Amerika. De Azteken leefden in Mexico tussen 1200 en 1521 in het huidige Mexico. In de Vallei van Mexico lagen twee zoetwatermeren waarvan het water gebruikt werd voor de landbouw. Om te zorgen dat het water in de meren niet besmet raakte door zout water, werden dijken gebouwd. Dankzij de dijken konden de meren geschikt blijven voor de landbouw. De dijken maakten onderdeel uit van het irrigatiesysteem dat gebruikt werd voor de landbouw. Naast dijken bouwden de Azteken ook aquaducten om het water naar de akkers te transporteren.[5]

Nederlanden[bewerken]

Zo'n 2000 jaar geleden bestond de kust van Nederland en België uit een brede duinenrij die hier en daar onderbroken werd door zeegaten waardoor rivierwater in zee uitstroomde. Achter de duinenrij lag een met kreken dooraderd schorren- en slikkenlandschap dat uit natte klei of veen bestond. Al voor de Romeinse tijd hebben mensen sommige van deze gebieden, bijvoorbeeld in Friesland, in gebruik genomen door terpen en eenvoudige dijkjes aan te leggen.

De Romeinen begonnen met de aanleg van dijken en dammen om de loop van sommige rivieren te veranderen zodat ze beter bruikbaar werden voor vervoer per schip. Met afwateringskanalen werden op sommige plaatsen gebieden ontwaterd en geschikt gemaakt voor landbouw. Na het vertrek van de Romeinen uit de Lage Landen zijn deze waterbouwkundige werken in verval geraakt. Natuurlijke processen maakten dat het schorren- en slikkenlandschap zich kon herstellen.[6]

In de zevende eeuw werd een begin gemaakt met het aanleggen van dijken ter bescherming tegen de zee. Rond het jaar 1000 maakte men in het rivierengebied van de Nederlanden een aanvang met de aanleg van dijken om de loop van rivieren te beheersen. Het gebied dat in de twee eeuwen daarna bedijkt werd, wordt wel "Oudland" genoemd. Het hier aanwezige veen klonk door ontwatering zoveel in dat er soms reliëfinversie optrad; de zandbodems van de getijdekreken kwamen dan uiteindelijk hoger te liggen dan het omringende maaiveld. Het gebied dat na circa 1200 werd bedijkt wordt "Nieuwland" genoemd. Dit waren kwelders waar het veen al verdwenen was en waar slechts geringe inklinking optrad. In het rivierengebied vond veel van de bedijking plaats in het kader van de Grote Ontginning. In het jaar 1014 werd de kust getroffen door een stormvloed waarna men met name in Zeeland en Friesland begon met de aanleg van zeedijken. Omstreeks de twaalfde eeuw kwam het waterbeheertoezicht en de controle op het onderhoud van dijken en andere waterwerken in handen van heemraden, aanzienlijke burgers die het waterbeheer van verschillende gebieden op elkaar afstemden. Later kwamen hier waterschappen of hoogheemraaadschappen uit voort.

In de twaalfde eeuw werd ook duidelijk dat dijkenbouw gevolgen had voor het landschap. Zo begon het Zwin dicht te slibben door de bedijking. In 1250 was de Westfriese Omringdijk aangelegd die ten noorden van Alkmaar een groot gebied moest beschermen tegen het opdringende water van de Zuiderzee. In 1277 was het landschap dusdanig veranderd door menselijke invloeden dat de duinen niet meer voldoende bescherming boden, wat tot het ontstaan van een nieuw type dijk leidde: de zeedijk.[6] In dat jaar brak de dijk bij Jansum en Wilgum door waardoor de Dollard ontstond. In dezelfde periode werden in de zuidelijke en noordelijke Nederlanden steeds meer rivieren bedijkt om ervoor te zorgen dat de stroom niet meer ver buiten zijn oevers zou treden.

Sint–Elizabethsvloed in 1421, ~1490-1495, Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen.
De strijd tegen het water was een moeizaam en taai gevecht, mede omdat de effecten van de ingrepen niet altijd ingeschat konden worden. Bedijking van kwelder- en kustveengebieden zorgde ervoor dat tijdens stormen het zeewater niet meer over de kwelders kon uitstromen. Hierdoor steeg de stormvloedhoogte, waardoor de kans op dijkdoorbraken toenam. Deze vonden dan ook veelvuldig plaats.

In het jaar 1404 waren er dijkdoorbraken die Zeeland en Vlaanderen treffen en in West-Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen zorgden voor een landverlies van 3000 hectare. De graaf van Vlaanderen gaf opdracht tot aanleg van de Graaf Jansdijk die nog steeds bestaat. Om het werk aan de dijken en sluizen te coördineren, werden in Vlaanderen wateringen opgericht die als voorbeeld dienden voor de waterschappen en heemraadschappen in Holland en Friesland. Door dit alles veranderde de sociale en economische structuur en daarmee heeft het grote invloed gehad op de geschiedenis, onder meer door de collectiviteit die noodzakelijk was bij de bescherming van het in gebruik genomen land tegen het water. Dit heeft voor een mentaliteit en bestuurvorm gezorgd die, met de de geografisch gunstige ligging aan zee en waterwegen, heeft bijgedragen aan het latere succes van de Nederlandse handel. In 1440 begon men in Noord-Holland met het stutten van dijken met houten planken ter versteviging. Een dijk bleef zo beter op zijn plaats en brak minder snel door. Deze dijken werden in de Kop van Noord-Holland Holzungen genoemd.

In de zestiende eeuw begon men steeds vaker zeedijken op door dijkval bedreigde plaatsen te voorzien van een extra inlaagdijk. Ook werden meer afdekmaterialen gebruikt om dijken te verbeteren. In het jaar 1555 brak de laatste dijk rond de stad Reimerswaal waardoor het water tot aan de stadsmuren kwam te staan. In 1570 was er voor de derde maal een allerheiligenvloed, deze veroorzaakte massale dijkdoorbraken met vele honderden doden en tienduizenden daklozen. In Friesland worden de dijken onder leiding van de Spaanse krijgsoverste Caspar de Robles hersteld.

In de Zuidelijke- en Noordelijke Nederlanden werden in kader van belegeringen en ter bescherming in de Tachtigjarige Oorlog regelmatig dijken doorgestoken. In het jaar 1574 gebeurde dit rond de stad leiden tijdens het Leidens ontzet. Het doorsteken van de dijken had bij zoet rivierwater als bijeffect dat het land vruchtbaarder werd door depositie van sedimenten. Zeewater daarentegen zorgde voor jaren van gedwongen braaklegging. Gedurende het Twaalfjarig Bestand werd in West Zeeuws-Vlaanderen veel land opnieuw bedijkt om de vruchtbare grond opnieuw in gebruik te kunnen nemen voor de landbouw. 17.500 hectare werd zo opnieuw gewonnen, gelijk aan 60% van de totale oppervlakte van West Zeeuws-Vlaanderen. Het bedijken stopte noodgedwongen toen in 1621 de oorlog hervat werd.[7] In 1675 brak de Westfriese Omringdijk, dat was de laatste maal dat in de kop van Noord-Holland een ernstige overstroming plaats vond. In de eerste helft van de achttiende eeuw bleek in de Noordelijke Nederlanden de houten dijkbeschoeiing door de paalworm zodanig aangetast dat deze overal vervangen moest worden de stortsteen. In de achttiende en negentiende eeuw werd de techniek om zeedijken te versterken met matten verder verbeterd.[8]

Op 3 oktober 1944 hebben de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog de dijken bij Walcheren doorgestoken om zo de stad onder water te zetten. In het jaar 1953 zijn in het zuidwesten van Nederland veel dijken doorgebroken. Deze gebeurtenis wordt ook wel de watersnoodramp genoemd. Naar aanleiding van deze grootschalige overstroming is het Deltaplan opgesteld en zijn de deltawerken in Zeeland en Zuid-Holland aangelegd. De veiligheidsnormen voor de dijken zijn in Nederland bijgesteld en sindsdien wordt er meer aandacht besteed aan het dijkonderhoud.[9]

In Vlaanderen was er in 1976 een watersnoodramp doordat de Schelde uit zijn oevers trad. De Rand van de stad Antwerpen en de provincie West-Vlaanderen kwamen onder water te staan. Om te voorkomen dat de Schelde nog eens buiten haar overs zou treden heeft de Belgische overheid het Sigmaplan ontwikkeld. Het Sigmaplan moet ervoor zorgen dat de Scheldedijken opgewassen zijn tegen stormvloeden.[10]

Opbouw en aanleg dijken[bewerken]

Voordat een dijk aangelegd kan worden dient er eerst aan grondverzet gedaan te worden omdat de dijk anders zijn functie niet optimaal kan vervullen omdat de ondergrond niet voldoende waterdicht is of te slap is om het gewicht van de dijk te ondersteunen. Na het grondverzet wordt er indien nodig een laag klei vermengd met zand gestort om de ondergrond voldoende waterdicht te maken. Daarna kan de dijk aangelegd worden. Eerst wordt de kern aangelegd en vervolgens wordt deze afgedekt met bekleding om de dijk voldoende stevigheid te geven.[11]

Een dwarsdoorsnede van een zeedijk

Een dijk is opgebouwd uit meerdere delen. De binnenteen (ook wel hiel genoemd) en buitenteen zijn de onderranden van de dijk. De buitenteen ligt buitendijks en de binnenteen binnendijks. De kruin is het hoogste gedeelte van de dijk.[12] De kruinhoogte wordt bepaald aan de hand van het overstromingsrisico en de breedte bedraagt minimaal 3 meter.[13] Het buitentalud is een schuin aflopend deel tussen de buitenteen en de kruin. Het buitentalud geeft stevigheid aan de dijk zodat de dijk niet doorbreekt. Het binnentalud is een schuin gedeelte tussen de binnenberm en de kruin. Dit gedeelte dient samen met de buitenberm golfslag die over de dijk heen slaat op te vangen.[14] De doorstroom van het water kan de buitenberm verzwakken. Het risico dat golven de buitenberm aantasten is gering met uitzondering van erosie.[15] De binnenberm van de dijk ligt tussen de buitenberm en de hiel en is een schuin aflopend talud. De binnenberm geeft extra stevigheid aan een dijk. Rivierdijken hebben in de meeste gevallen geen binnenberm omdat deze minder druk van de golven hoeven te verdragen. De binnenkant van de dijk wordt kern genoemd. Deze kan bestaan uit veen, klei of zand.

Onder de dijk ligt een zogeheten onderzeese oever die de dijk moet beschermen tegen golfoverslag. Deze oever is gemaakt van kunststofmatten of van een slecht waterdoorlatende grondsoort. De onderwaterkade ligt onder de waterspiegel en is ervoor bedoel om de golven te breken. Deze kade kan van zand gemaakt zijn maar wordt meestal gemaakt van kunstmatige materialen. De punten waar de golven de dijk raken zijn vaak extra beschermd met afdekmateriaal.[16]

In een dijk kan een coupure (dijkgat) worden aangebracht. Een dijkgat is een opening die in een is aangebracht. Dit kan verschillende reden hebben. Een reden kan zijn dat het verkeer doorgang krijgt. Een coupure kan bij dreigend hoog water met schotbalken worden afgesloten: tussen twee rijen planken wordt klei gestort zodat de opening in de dijk tijdelijk gesloten is.

Een dijk heeft onder de waterspiegel een aantal onderdelen die de dijk beschermen tegen erosie en de golven breken

Het gebied wat tussen het water en de dijk ligt wordt buitendijks gebied genoemd. Dit gebied wordt niet beschermd door de dijk. In Nederland bedraagt dit ongeveer 2.2% van het grondoppervlak. Buitendijkse gebieden worden gebruikt voor de afvoer en berging van water. Tegenwoordig worden er in het buitendijkse gebied tevens huizen gebouwd en er wordt gerecreëerd. De meeste overheden stellen beperkingen aan het bouwen buitendijks. De waterafvoer mag bijvoorbeeld niet belemmerd worden. Er mag ook niet gebouwd worden in gebieden waarvan het waterpeil verhoogd kan gaan worden. Mensen die buitendijks wonen dragen in Nederland zelf het risico voor overstroming.

Op een dijk zelf wordt bekleding aangebracht. Deze bekleding kan natuurlijk zijn in de vorm van gras maar ook uit kunststmatige materialen bestaan. Dijken worden bekleed om meerdere redenen maar de belangrijkste functie van het bekleden is het tegengaan van erosie door golfoverslag. Bovendien vergroot het de waterdichtheid. Daarnaast zorgt de bekleding van een dijk ervoor dat deze gebruikt kan worden voor overige functies en kan het een beperking in het onderhoud opleveren. Ook kan de bekleding een rol spelen in de esthetische waardering van een dijk, zoals de inpassing in het landschap. Dijken die niet intensief gebruikt/belast worden, worden in de meeste gevallen bekleed met gras.

Wanneer gras niet genoeg bescherming biedt wordt er gebruikgemaakt van andere materialen zoals doorlaatstenen, puin, asfalt, gabions en speciale kunststof matten. De keuze van het materiaal hangt af van het overstromingsrisico en het soort dijk. Daarnaast spelen de kosten en het uiterlijk een rol in de bepaling van het afdekmateriaal. Wanneer één materiaal niet voldoende functievervulling geeft kan er een combinatie van materialen gebruikt worden om de dijk aan de functie te laten voldoen.[17]

Bij dijken worden soms vijvers gegraven. Deze vijversystemen worden onder ander in China gebruikt voor de landbouw. De belasting op de dijken wordt door deze vijvers lager omdat de rivier meer ruimte krijgt. In deze vijvers wordt er aan aquacultuur gedaan en de vijvers kunnen gebruikt worden voor de irrigatie van gewassen in de bergen. Deze constructies liggen meestal buitendijks.[18]

Dijkversterking[bewerken]

Wanneer een dijk niet voldoende stevigheid heeft om de druk van het water te weerstaan dan kan deze door civiel technische ingrepen verstevigd worden. Er zijn meerdere manieren om een dijk te verstevigen. De methode hangt af van de druk die het water op de dijk uitoefent, het overstromingsrisico, het budget, de effecten op het milieu en de beschikbare ruimte. Een oude methode is het aanbrengen van een binnenberm zoals bij een zeedijk. Daarnaast kan een dijk verstevigd worden of er kan een ander materiaal gebruikt worden voor de afdeklaag. Bij het verbreden wordt er van meerdere materialen gebruikgemaakt zoals kleikorrels, schuimbeton, Polystyreen schuim, en flugzand.

Een methode die gebruikt wordt voor het versterken van een dijk is het aanleggen van een steunberm. Deze steunberm bestaat uit kunstmatige materialen zoals cement en beton. Bij slappe gronden kan er echter bodemdaling optreden vanwege het gewicht van de steunberm.[19]

Damwanden
Dijken kunnen versterkt worden met behulp van een damwand. De damwand zorgt ervoor dat de dijk meer waterdicht wordt. Een damwand wordt in sommige gevallen in combinatie met een afdichtsysteem geplaatst. De damwand zorgt tevens dat de dijk stabieler is. Het buitentalud en de kruin worden stabieler wat als gevolg heeft dat de grondwaterstand in de dijk daalt waardoor het binnentalud steviger wordt. Damwanden worden in sommige gevallen gebruikt om te zorgen dat een dijk verhoogd kan worden en een damwand kan dienen als stabilisator wanneer er werkzaamheden in de nabije omgeving plaats vinden.[20]

Geotextiel
Een methode die gebruikt wordt om een dijk te verstevigen is door de dijk te wapenen met Geotextiel. Deze methode wordt gebruikt wanneer de ondergrond niet stevig genoeg is om de dijk te dragen of wanneer objecten ervoor zorgen dat het binnentalud niet onder de juiste hoek kan worden aangelegd. De hoek waaronder het talud staat is dan te scherp.[19]

Versterken met cement
Een dijk kan versterkt worden door het toevoegen van cement aan de kern van de dijk. Dit kan zowel bij kernen bestaand uit klei als bij kernen bestaand uit zand. De kern wordt dan vermengd met cement waardoor de dijk steviger wordt en de dijk wordt dan minder water doorlatend. Het cement kan echter wel gaan uitlopen na verloop van tijd.[19]

Inspuiten van Zand-garen
Dijken kunnen versterkt worden door het inspuiten van zand-garen tijdens de aanleg van het binnentalud. Dit zand-zandgaren vormt sinusvormige draden. Deze draden veranderen door de uitgeoefende druk in een pakket van kunststof korrels. Deze methode heeft als voordeel dat er schuine taluds gecreëerd kunnen. Het nadeel van deze methode is dat er geen nieuw stuk aan de dijk gebouwd kan worden en het kunststof is gevoelig voor olie en chemicaliën. Wanneer de hellingshoek minder dan 60 graden is kan de dijk bekleed worden met gras.[19]

Kwelscherm
Onder een dijk stroomt water wat ook wel een kwelstroom genoemd wordt. Dit kwel kan een dijk instabiel maken wanneer er te veel kwel onder de dijk weg stroomt. Dit kwelwater kan afgevoerd worden door middel van afwatersloten die binnendijks liggen. Om kwelstromen in dijken te verminderen kunnen kwelschermen geplaatst worden. Bij een gemiddeld of laag waterpeil in een rivier ondervinden dijken geen problemen door de kwelstroom, bij hoog water is de kwelstroom intensiever. Afhankelijk van het type dijk en de ondergrond worden er verschillende type kwelschermen gebruikt. Er kunnen stalen damwanden in de dijk geplaatst worden en cementinjecties vermengd met klei gegeven worden om de kwelstroom te verminderen. Daarnaast kan er kunststof folie in de dijk geplaatst worden en kan er een kleilaag aangelegd worden.[21]

Tijdelijk verhogen
Een voorbeeld om de dijk te versterken zijn de maatregelen die de gemeente Oostende (aan de Belgische kust) heeft getroffen. In dit voorbeeld heeft Oostende op strategische plaatsen aanpassingen gedaan op de dijk om, indien er zich noodweer voordoet, de dijk te verhogen met 30 centimeter. Dit betreft een lokale ingreep, die op korte termijn gerealiseerd kan worden en die de huidige en toekomstige veiligheid van de zeewering kunnen vergroten. Het brandweercorps onderhoud de dijk en zorgt voor de civiel technische aanpassingen die nodig zijn om de dijk met 30 centimeter te kunnen verhogen.

Mixed-in-place
Deze methode wordt gebruikt in Scandinavië en Japan. In Nederland is de methode voor het eerst in 2009 in gebruik genomen. De methode zorgt voor bodemverbetering wat de kans dat het binnentalud instort kleiner wordt. Bij deze methode wordt de grond vermengd met cement in plaats van dat het cement als een blok in de dijk wordt aangebracht. Er kan echter bodemvervorming optreden wanneer het cement met het zand en de klei in de dijk vermengt wordt.[22]

Vetiver gras
Deze methode maakt gebruik van grassen die in blokken op dijken geplant worden. Vetiver gras (Chrysopogon zizanioides) is een grassoort die alleen groeit in tropische en subtropische klimaten waardoor het alleen in deze districten gebruikt kan worden als methode tegen erosie. In Noord-Europa is de methode dus niet toepasbaar. Vetiver gras wordt gebruikt bij de versteviging van rivierdijken. Voor zeedijken is het niet toepasbaar omdat het gras slechts voor kortere tijden zout water kan verdragen. De grassoort wordt vaak gebruikt in combinatie met de grassoort Cyperus rotundus. Vetiver beschermt daarnaast tegen golfoverslag. Wanneer een dijk met vetiver beplant wordt kan deze een stijging van het waterpeil van 90 centimeter opvangen.

Doordat vetiver wortelt tot een diepte van 6 meter en vormt een wortelnet in de dijk zelf. Deze wortels houden de grond vast en hebben een soortgelijke werken als wanneer zandgaren ingespoten wordt in een dijk. Doordat de wortels een web vormen wordt tevens de dijk minder water doorlatend. De grassoort houd golfoverslag tegen doordat het gras wanneer het dicht op elkaar geplant is het water afremt waardoor de golf geen schade kan aanrichten aan het achterland.[23]

Onderhoud[bewerken]

Dijken moeten onderhouden worden om hun functie te kunnen blijven vervullen. Dijken die bedekt zijn met gras dienen gemaaid te worden om te zorgen dat de dijk zijn functie kan vervullen. Wanneer een dijk niet gemaaid wordt kunnen ongewenste zaailingen zich vestigen op de dijk wat schade kan opleveren door de wortels. Het maaien kan zowel machinaal, als door middel van beweiding gebeuren. Voor de kwaliteit van de vegetatie is het belangrijk dat het maaisel wordt afgevoerd.[24]

Bij dijken moet de bekleding vervangen worden om de zoveel tijd afhankelijk van het soort bekleding en de belasting die de dijk te verduren heeft. Wanneer de bekleding te veel beschadigd kan er makkelijker water doorheen stromen. Daarnaast moeten de taluds van een dijk hersteld worden om te zorgen dat deze niet te vlak worden. Dijken worden in de meeste landen geïnspecteerd op de functionaliteit.

Om te controleren of een dijk onderhoud behoeft worden er controles uitgevoerd. Bij een dijkinspectie kunnen verschillende parameters zoals waterspanning, temperatuur en vochtgehalte gemeten worden. Hoe een inspectie verloopt verschilt per land. In het testcentrum de ijkdijk zijn toekomstige methode getest die gebruikt kunnen worden De mechanische eigenschappen en afwijkingen in een dijk kunnen bijvoorbeeld met de hulp van Micro-elektromechanische systemen (MEMS) opgespoord worden. Met behulp van infrarood camera's kunnen bewegingen in een dijk zoals kwelstromen en fauna worden gedetecteerd aan de hand van het temperatuurverschil. Een andere methode om bij een dijkinspectie afwijkingen te kunnen meten met behulp van glasvezelkabels. Wanneer er iets in de dijk veranderd veranderen de impulsen die door de glasvezelkabel loopt en kan dit waargenomen worden. Daarnaast kunnen dijken geïnspecteerd worden met behulp van een laser. Deze laser maakt een tekening van de dijk waardoor afwijkingen in de dijk zoals gaten van de muskusrat opgespoord kunnen worden. Daarnaast kan een dijk geïnspecteerd worden door sensoren aan te brengen in een dijk. Deze sensoren kunnen dingen zoals het vochtgehalte en de temperatuur van een dijk meten.[25]

Aftakeling van dijken[bewerken]

Een schematische weergave van het erosieproces bij dijken.

Als golven tegen een dijk slaan treed er gemakkelijk erosie op. Door erosie kan een dijk instabiel worden en kan er verzakking optreden. Ook zal de afdeklaag zijn functie verliezen. Erosie begint sluipenderwijs. Golfslag al dan niet gemengd met sediment en puin slaat tegen de dijkbekleding waardoor scheuren ontstaan die de constructie ondermijnen. Er ontstaan holtes die de aanzet zijn voor verdere erosie. De ondermijning neemt hierdoor toe. Bij erosie van de afdeklaag ontstaat er een poel met water. Dit water zal infiltreren in het dijklichaam. Indien als gevolg van ondermijning en infiltratie de dijk zijn stevigheid verliest vinden er verzakkingen plaats waardoor golfoverslag op treedt. De dijk zal vervolgens op een geërodeerde plek doorbreken.

De plaats waar de eerste erosie ontstaat, valt in veel gevallen samen met de plek waar de impact van de golven het grootst is. Met behulp van een formule kan men beredeneren waar als eerst erosie op een dijk optreedt.

\frac{d_\mathrm{klap}}{h_s} = \tan \alpha * \min \{0.42 \sqrt{S_{op}} -0.9 ; 6.5\}

Dklap is de diept waar de golf het eerste neerkomt onder de gemiddelde waterspiegel. Hs is de hoogte die de golf heeft wanneer de teen (onderste deel buitentalud) geraakt wordt. α is de hellingshoek van het talud van de dijk. Sop is de snelheid van de golf.

Er bestaat een verband tussen de lengte van de erosieplek en de hoeveelheid materiaal van de dijk (Erosievolume) die erodeert. Met behulp van een formule kan de hoeveelheid weggeslagen materiaal berekend worden.[26]

Vanuit de dijk kan erosie optreden door kwelstromen die door de dijk lopen. Het verhang in de dijk kan een waterdruk opleveren die erosie veroorzaakt. Dit wordt in de waterbouwkunde piping genoemd. Wanneer de waterstromen erosie horizontaal door de dijk heen veroorzaken ontstaan er kanaaltjes waar steeds meer water doorheen loopt. De aanwezigheid van holen van dieren, slecht afdekmateriaal, hetrogeen materiaal en de aanwezigheid van boomwortels kunnen erosie van binnenuit versnellen.

Erosie kan ook ontstaan door snel stromend water dat onder de waterspiegel stukken dijk weg neemt. Het talud van de dijk wordt hierdoor instabieler. Wanneer er veel materiaal weggeslagen is kan dijkval ontstaan. Deze vorm van erosie is afhankelijk van de stroomsnelheid van het water of plaatselijke verstoringen in de waterstromen en de stevigheid van het afdekmateriaal van de dijk.

In perioden van droogte kan dijkverschuiving optreden. Als dijken uitdrogen worden ze instabiel. Het water zorgt niet meer voor de adhesie waardoor de bodemstructuur intact blijft. Wanneer een dijk zo verdroogt dat hij zijn stevigheid verliest kan hij wegschuiven. Dijkbreuk door verschuiving is vooral een risico bij veendijken. Een ander probleem is de bodemdaling die ontstaat door inklinking of activiteiten als zout- en gaswinning. Door de bodemdaling zal het grondwater lager komen te liggen waardoor een dijk of kade kan uitdrogen. Geforceerde kunstmatige bodemdaling kan voor aardtrillingen zorgen die scheuren in een dijk veroorzaken.

Wanneer een dijk doorbreekt ontstaat er een kolk of wiel. Zo'n doorbraakgat wordt diep in de bodem uitgesleten door het water dat met kracht door de bres in de dijk stroomt. Als ze buitendijks liggen verlanden ze door de afzet van fluviatiel sediment of door sediment afgezet door de zee. Kolken die binnendijks liggen verlanden minder snel, het verlandingsproces komt doorgaans pas opgang als de waterdiepte minder dan twee meter is.[27]

Neveneffecten van dijken op de omgeving[bewerken]

Dijken hebben invloed op de levenloze natuur, zoals de morfologie, hydrologie en microklimaat en op de levende natuur, zoals vegetatiepatronen en fauna. Sommige van deze effecten zijn positief en andere negatief.

Biodiversiteit[bewerken]

Dijken kunnen naast een technische functie ook een ecologische functie hebben omdat dijken voor de juiste omstandigheden voor bepaalde soorten flora zorgen. Doordat de vochtigheid van de bodem op een dijk varieert is er een grote biodiversiteit wanneer een dijk ecologisch beheerd wordt. Op de helling kan een microklimaat ontstaan waardoor warmte minnende soorten zich er kunnen vestigen. Een specifiek microklimaat op dijken dat gunstig is voor de biodiversiteit ontstaat ook wanneer er bomen op een dijk geplant worden.[28] Na verloop van tijd kan de dijkvegetatie uitbreiden naar het binnenland en buitendijks. Dit zorgt dan voor een groter habitat voor bepaalde soorten fauna.[29] Onderzoek aan rivierdijken in Nederland wijst uit dat door dijkversterking en andere aanpassingen zoals de wijze van beheer de diversiteit van de dijkvegetatie achteruit gaat. Ook het aanpassen van de rivierloop is debet aan een afname van de biodiversiteit.[30]

In Taiwan is er onderzoek gedaan naar de effecten van constructies die voor een dijk aangelegd worden om golven te breken. Voor vissen bieden deze constructies vaak een goede schuil- en nestplaats. Dijken waar deze constructies geplaatst zijn vertonen een toename aan onderwaterleven. In snelstromende rivieren kunnen vissen er schuilen om wegspoelen te voorkomen.[31] Op zeedijken kan diverse fauna een plek vinden zoals vogels, zeehonden, schelpdieren en overig waterleven.[32]

Dijken liggen boven maaiveldhoogte wat een barricade voor bepaalde diersoorten vormt. Zo kan paling hinder ondervinden wanneer een dijk de doorgang versperd. Soms krijgen deze dieren hulp van vrijwilligers die ze over de dijk gezetten. Een meer fundamentele oplossing is de aanleg van vistrappen zodat de paling en andere vissen zelfstandig over de dijk kunnen komen. Dit levert minder verstoring op voor flora en fauna en verkleint de kans op predatie omdat de dieren minder lang in hetzelfde stuk water hoeven te verblijven.[33]

Doordat zeedijken soms grote hoeveelheden water op een bepaalde plaats in zee brengen verandert daar de samenstelling van het water. De hoeveelheid zoet water is er in de zomer hoger dan in de winter. Dit heeft invloed op de fytoplankton en macrofauna in het water. Ook afsluiting van een stuk water van de zee heeft invloed, de groei van de fytoplankton neemt daardoor af.[34]

Dijkaanleg of versterking kan dus zowel positieve als negatieve effecten hebben op de biodiversiteit. Enerzijds kunnen dijken een barrière vormen voor bepaalde soorten terwijl anderzijds een functie als ecologische verbindingszone soms tot de mogelijkheden behoort.

Hydrologie en bodem[bewerken]

Dijken beïnvloeden de waterstand binnen- en buitendijks. Door de aanleg ervan worden overstromingen verminderd, gebieden worden als het ware ontwaterd en lopen het gevaar te verdrogen. Watergangen die de omgeving nat hielden vervullen die functie na bedijking in veel mindere mate. Dit heeft tot geval dat bijvoorbeeld moeraslanden die beschermd zijn volgens de Ramsar-conventie verdwijnen. Wanneer dijkaanleg de ontwatering van moerassen tot gevolg heeft is dit in strijd met het verdrag.[35]

Naast invloed op de waterstand hebben dijken ook invloed op de hoeveelheid stikstof die in de vorm van nitraat aanwezig is in water en bodem. Wanneer een rivier buiten zijn oevers treedt of de zee het land overstroomt zullen nitraten in de bodem filtreren. Na de aanleg van een dijk zal bij een overstroming een kleinere oppervlakte worden verrijkt met nitraten, maar in hogere concentraties dan in de natuurlijke situatie.[36]

Dijken zijn van invloed op het bodemleven door onder andere het hogere vochtgehalte van de grond en de kwelstromen. Daarnaast varieert de samenstelling van het dijklichaam meestal ten opzichte van het plaatselijke bodemtype.

Langs de rivier Wisconsin in de Verenigde Staten is er onderzoek gedaan naar de chemische samenstelling van de bodem langs rivierdelen met een dijk en stukken rivier zonder dijk. De + staat voor hoogste concentratie, 0 voor de waarde die ertussenin zit en - voor de laagste waarde. Bij = zijn de waarden gelijk.

Factor Grond binnen de dijk Grond buiten de dijk Gebied dijk
kaliumionen - + 0
calciumionen + 0 -
magnesiumionen 0 - +
stikstofionen = + =
pH = - =
organisch materiaal - + 0
vochtgehalte = + =

Veranderingen in de bodemsamenstelling kunnen zorgen voor meer bodemactiviteit en voor hogere concentraties van microben. De hoeveelheid microben in een dijk is groter dan in het gebied er naast. Concentraties microben liggen voor het merendeel van de soorten het laagst in niet omdijkte gebieden.[37]

Rivierdijken hebben invloed op de rivierbodem. Zo kan na verloop van tijd de rivierbodem hoger komen te liggen. Het effect hangt af van de samenstelling van de rivierbedding, de stroomsnelheid van de rivier en de hoeveelheid sediment die de rivier vervoert.

Landschap[bewerken]

Door de bouw van dijken zijn er bijzondere landschappen ontstaan. De aanleg van rivierdijken leidde tot uiterwaarden, wielen, tichelgaten en strangen. Oude dijken die geen functie meer hebben als waterkering worden vaak gezien als karakteristieke en cultuur-historisch belangrijke landschapselementen. Dat geldt ook voor een deel van de landschappen die mede door dijken zijn ontstaan, zoals rivierstranden, kommen, polders en droogmakerijen. Moderne zeedijken en rivierdijken worden doorgaans minder gewaardeerd. Uit een onderzoek van Alterra bleek dat Nederlanders dergelijke dijken wat belevingswaarde betreft niet hoger achten dan een afvalberg.[38]

Dijken in Nederland[bewerken]

Binnen Nederland zijn bestuurlijk gezien twee typen dijken: de primaire waterkeringen, en regionale waterkeringen die veelal secundaire waterkeringen worden genoemd. De primaire waterkeringen beschermen tegen het buitenwater, het water dat oncontroleerbaar kan stijgen zoals op zee, de grote rivieren, het Markermeer en het IJsselmeer. De regionale waterkeringen beschermen tegen het binnenwater in meren, boezems en kanalen. In het westen van Nederland zijn dit veelal boezemkaden. Onder de regionale keringen vallen ook slaperdijken. De veenkade van Wilnis is een voorbeeld van een regionale waterkering.

Soms fungeren dijken als onderdeel van een ecologische hoofdstructuur: zij vormen corridors voor fauna of fauna.[39]

Soorten dijken in Nederland[bewerken]

Er zijn meerdere soorten dijken. Elk soort dijk heeft andere voor- en nadelen. Niet elke dijk heeft dan ook dezelfde functie. Enkele verschillende dijksoorten die in gebruikt worden zijn:

Naar functie:

  • Rivierdijk: Rivierdijken bieden bescherming tegen rivierwater. De hellingshoek van het binnentalud is 1:3 en een Een rivierdijk moet maximaal 10 l/s per strekkende meter aan overslag kunnen verdragen.[40]
    • Winterdijk/bandijk: Een winterdijk is een rivierdijk die bij hoge afvoeren overstroming van omliggende gebieden voorkomt en de rivier in het stroomprofiel houdt.
    • Zomerdijk: Een zomerdijk is de dijk langs een rivier die bij lage afvoeren de rivier in het stroomprofiel houdt, hierbij geholpen door kribben.
  • Zeedijk: Deze bestaat uit een kern van zand of klei en dient bescherming te bieden tegen zeewater. Zeedijken moeten veel druk kunnen weerstaan en de regio's waar zeedijken geplaatst worden hebben vaak een groot overstromingsrisico. De hellingshoek van het binnentalud is 1:2.5. In Nederland hoeft een rivierdijk minder liter water per seconde tegen de kunnen houden dan een zeedijk.
  • Ringdijk: Een dijk die om een droogmakerij ligt.

Naar bouwwijze:

  • Veendijk: Een veendijk is een regionale waterkering die vooral uit veen bestaat. Veendijken zijn gevoelig voor verdroging.
  • Wierdijk: Dijken opgebouwd uit gestapeld en tussen palen vastgelegd biologisch materiaal, voornamelijk zeegras, werden vanaf de veertiende eeuw aangelegd omdat ze beter tegen hoogwater bestand waren dan de oudere dijken uit plaggen.

Wanneer welke dijk gebruikt wordt hangt af van de functie die de dijk moet vervullen en van van de omgeving. In Nederland zijn veel veenkades aangelegd omdat die grondsoort daar veelvuldig voorkomt.

Onderhoud in Nederland[bewerken]

In Nederland is de beheerder van een dijk verantwoordelijk van het onderhoud en moet de beheerder zorgen dat de dijk aan de wettelijke eisen voldoet. De overheid kan eisen stellen aan het onderhoud, de vorm en de manier van aanleg van een waterkering. Wanneer een waterkering in meerdere gemeentes of provincies ligt kunnen de gedeputeerde staten het onderhoud toewijzen aan een van de organen. Normaliter onderhouden de waterschappen de dijken.

Dijken die van boeren waren dienden door de boeren zelf onderhouden te worden. De hoeveelheid dijk die een boer in Nederland moest onderhouden werd vastgesteld aan de hand van het oppervlak van zijn land. De boeren deden dit onderhoud gezamenlijk. Dit leidde tot de vorming van de waterschappen. Tegenwoordig worden de dijken onderhouden door de waterschappen, Rijkswaterstaat of een andere overheid. De meeste dijken worden eens in de paar jaar of eens per jaar gecontroleerd afhankelijk van het overstromingsrisico.

Bepaalde dijken worden bewaakt met behulp van automatisme systemen. Dijken met een verhoogd risico die in gebieden met een hoog economisch belang liggen worden bewaakt. In Nederland wordt aan de hand van gegevens van het KNMI een prognose gemaakt van gebieden waar het waterpeil kan stijgen door middel van regen of smeltwater.[41]

Samenwerking met België[bewerken]

Bij primaire waterkeringen waar zowel België als Nederland belang bij hebben wordt er samengewerkt bij het dijkonderhoud en de verzwaring van dijken. De voornaamste samenwerking vind plaats op het gebied van de Scheldekeringen.[42]

Dijken in België[bewerken]

In België is de brandweer verantwoordelijk voor het onderhoud en de aanleg van dijken. Bij overstromingen is de brandweer verantwoordelijk voor de afvoer van het water. Ook in België worden dijken geïnspecteerd. De dijken hebben verschillende eigenaren.[43]

Dijken in Brits-Columbia[bewerken]

In Brits-Columbia wijkt de definitie van dijk af. Volgens de dike maintaince act valt alles wat gebruikt wordt ter voorkoming van overstromingen onder de categorie dijk, dus ook dammen, sluizen, afvoerpijpen en constructies voor drainage. In Canada is de gouverneur van een district verantwoordlelijk voor het onderhoud en de aanleg van dijken. Een uitzondering hierop zijn dijken die in privaat bezit zijn, de eigenaar is dan verantwoordelijk voor het dijkonderhoud. De dijken worden geïnspecteerd door een dijkinspecteur. De dijkinspecteur kan aanwijzingen geven aan de dijkbeheerder/eigenaar dat de dijk gerepareerd moet worden.[44]

Zie ook[bewerken]

Bronvermelding en noten[bewerken]

Bronnen

Referenties en noten

  1. kaartje van het ministerie van infrastructuur en milieu op de site van Cultuurhistorisch beheer
  2. Somerville (2010), Great empires of the past. Empires of Ancient Mesopotamia, Shoreline Publishing Group
  3. Mays (2010), Ancient water technologies, Springer
  4. Yinke (2011), Ancient Chinese inventions, Unniversity Cambridge Press: New York
  5. Keeth & Haynes (2004) A history of Latin America: Volume one ancient america to 1910, Wadsworth Cencage learning
  6. a b Slabbinck, B., Dewolf, A., Desnijder, N. & Lauwaert, J. (2012). De kust van nature: 1500 tot 2100. Referatenbundel studiedag Oostende, 13 november 2012, VLIZ Special Publication 62 – Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ): Oostende, België. 24p.
  7. Cruyningen, P.J. van (2001). Waterbeheer, landbouw en samenleving in West-Zeeuws-Vlaanderen in de 17de en 18de eeuw, Jaarboek voor Ecologische Geschiedenis 2001: 57-66; Academia Press
  8. Vleesschouwer (2012). De waterkering: zeedijken en vooroevers, Vrije Universiteit van Amsterdam
  9. http://www.deltawerken.com/Na-de-Deltawerken/128.html Deltawerken.com opgeroepen op 16-5-2013
  10. http://www.sigmaplan.be/nl/sigmaplan/hoe-is-het-sigmaplan-ontstaan opgeroepen op 16 juni 2013
  11. De bouw van een dijk, Sigmaplan, opgeroepen op 16 juli 2013
  12. Kruinhoogte, wshd.nl opgeroepen op 9 mei 2013
  13. Een veilige kust, Zeewering en Kustbeheer, opgeroepen op 9 mei 2013 (PDF)
  14. Galema et al. (2006). Golfoverslag en sterkte binnentalud van dijken
  15. M.B. Groot a, H. den Adel Stoutjesdijk a, C.J. van Westenbrugge (1995). Risk of dike failure due to flow slides, Yournal: Coastal enginering, volume 26, Elsevier
  16. Zeedijken, Ecomare, opgeroepen op 23-5-2013
  17. Ministerie van verkeer en waterstaat, (2007) Leidraad rivieren bijlage 8, Den Haag
  18. C.P. Lo (1996). Environmental impact on the development of Agricultural technology in China: the case of the dike-pond ('jitang') system of integrated agriculture-aquaculture in the Zhujiang Delta of China, Journal: Agriculture Ecosystems & Environment, volume 60, Elsevier
  19. a b c d technische adviescommissie voor de waterkeringen, (1994), Handreiking Constructief ontwerpen: Onderzoek en berekening naar het constructief ontwerp van de dijkversterking, Drukkerij Modern: Bennekom
  20. Archelor RSP, stalen damwanden bij hoogwaterkeringen en kanaaldijken
  21. Flórián, (1981), Beperking van kwel bij dijken middels kwelschermen, TU Delft: Delft
  22. Bos et al (2011). Mixed-in-Place: leren van praktijkproef Lekdijk, waterhuishouding & waterbouw
  23. Irene Maaskant (2005). Toepassingsmogelijkheden van vetiver gras en Cyperus rotundus op dijken: Afstudeerverslag, TU Delft
  24. http://www.zodenaandedijk.com/dijkbeheer.html opgeroepen op 19-05-2013
  25. stowa (2010). Een overzicht van meettechnieken: inspectie van waterkeringen, Amersfoort
  26. Breteler, Kapel, Kruske, Maurik, Kaste (2012),Erosie van een dijk na bezwijken van de steenzetting door golven: SBW reststerkte; analyse Deltagootproeven, Deltares
  27. http://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/doorbraakgaten Geologie van Nederland.nl Opgeroepen op 13-05-2013
  28. Meerburg & Korevaar Ecologisch beheer van de publieke ruimte: mogelijkheden voor natuur technisch, dijk, slootkant en wegbermbeheer toegespitst op de Hoekse waard, Alterra
  29. hood (2003). Indirect Environmental Effects of DikesChannels: Thinking Outside of the Dike and Monitoring on Estuarine Tidal for Habitat Restoration, Springer
  30. Liedebrand en Sykora (1996). Restoration of semi-natural, species-rich grasslands on river dikes after reconstruction, Journal: Ecological Enginering, volume 7, Elsevier
  31. Shang-Shu Shiha, Hong-Yuan Leeb en Cheng-Chang Chenb (2008). Model-based evaluations of spur dikes for fish habitat improvement: A case study of endemic species Varicorhinus barbatulus (Cyprinidae) and Hemimyzon formosanum (Homalopteridae) in Lanyang River Taiwan, Journal: Ecological Enginering, Elsivier
  32. De rijke dijk. Deltares. opgeroepen op 6 juni 2013
  33. Dupan Journaal, Stichting Duurzame Palingsector Nederland, december 2012, 2:4, opgeroepen op 28-05-2013
  34. Yongsik Sina Bongkil Hyuna, Byungkwan Jeonga en Ho Young Sohb (2013). Impacts of eutrophic freshwater inputs on water quality and phytoplankton size structure in a temperate estuary altered by a sea dike , Journal: Marine Environmental Research Volume 85, Elsevier
  35. Hood (2004). Indirect Environmental Effects of DikesChannels: Thinking Outside of the Dike and Monitoring on Estuarine Tidal for Habitat Restoration, yournal: Eustaries and coast, volume 27, Springerlink
  36. SARAH E. GERGEL, STEPHEN R. CARPENTER en STANLEY (2005). Do dams and levees impact nitrogen cycling? Simulating the effects of flood alterations on floodplain denitrification, journal: Global Change Biology, volume 11, Wiley
  37. HOJEONG KANG en EMILY H. STANLEY (2005). EFFECTS OF LEVEES ON SOIL MICROBIAL ACTIVITY IN A LARGE RIVER FLOODPLAIN, journal: River rechearch and application, Wily
  38. Lankhorst et al (2005). BelevingsGIS versie 2: Waardering van het Nederlandse landschap door de bevolking op kaart, Alterra rapportnummer 1138, Wageningen
  39. Stroopendaal en Blijleven (2011) De Klopvaart als ecologische verbindingszone Inrichtingsvoorstel voor het verbeteren van de natte ecologie en het functioneren van de vooroever (Afstudeeropdracht), Gemeente Utrecht
  40. Van der Meer (1995). Toelaatbaar hoeveelheid golfslag bij grasdijken, Waterloopkundig Laboratorium
  41. Dijkversterkingen en dijkbewaking, Rijkswaterstaat. opgeroepen op 12-5-2013
  42. Heijer & Calle (2010) Lange Termijn Visie Scheldeestuarium, delft hydraulics en Geodelft
  43. civieleveiligheid.be opgeroepen 16-05-2013
  44. Dike maintaince act chapter 95. opgeroepen op 18-05-2013
Algemeen: Ecotoop · Landvorm · Landschap · Landschapselement · Nederlandse landschappen
Vlakvormig: Abschnittsmotte · Achterkade · Beekdal · Beemd · Begraafplaats · Bolle akker · Bos · Brink · Brinkdorp · Broek · Del · Dorp · Droogmakerij · Duin · Eiland · Eng · Enk · Es · Esdorp · Fort · Geriefbos · Gors · Griend · Haven · Heuvel · Houtkade · Inlaag · Karreveld · Kerkhof · Kolk · Kraag · Kreek · Kreekrug · Kromakker · Kwelder · Landgoed · Legakker · Lintdorp · Luchthaven · Maat · Made · Mede · Marke · Meer · Meerstal · Meetje · Meet · Moeras · Mijnsteenheuvel · Oeverwal · Pestbosje · Petgat · Pingoruïne · Plas · Poel · Polder · Raatakkers · Rak · Redoute · Rivier · Rivierstrand · Rustbosje · Schans · Schol · Schor · Slik · Sluis · Stad · Stelle · Stinswier · Strand · Strandwal · Strang · Stroomrug · Struweel · Stuwmeer · Stuwwal · Terril · Terp · Uiterwaard · Veenkoepel · Veenlens · Veenkolonie · Veenpolder · Veenplas · Veenterp · Ven · Vesting · Viskenij · Visvijver · Vliedberg · Vliegveld · Vloeiveld · Vloeiweide · Waai · Wad · Weel · Weide · Weiland · Wiel · Wierde · Zee
Lijnvormig: Aarden dam · Aquaduct · Autosnelweg · Autoweg · Bandijk · Barrage · Beek · Berceau · Berm · Boezem · Brandsloot · Dam · Diep · Dijk · Doodweg · Dromerdijk · Enkwal · Fietspad · Fietsstrook · Gracht · Grubbe · Haag · Haha · Heg · Holle weg · Houtkant · Houtsingel · Houtwal · Jaagpad · Kaai · Kade · Kanaal · Kerkpad · Krib · Laan · Landscheiding · Landgraaf · Landweer · Lijkweg · Maar · Molengang · Muraltmuur · Opvaart · Ossengang · Pad · Reeweg · Ringdijk · Ringvaart · Rivier · Schipsloot · Schipvaart · Schurveling · Singel · Singelgracht · Slaperdijk · Sloot · Snelweg · Spoorweg · Steenberg · Strandhoofd · Strekdam · Stuwdam · Tiendweg · Trambaan · Trekpad · Trekvaart · Trottoir · Tunnel · Turfvaart · Tuunwal · Uiterdijk · Vaart · Veenkade · Veendijk · Vlechtheg · Voetpad · Wakerdijk · Wal · Wandelpad · Weg · Wetering · Wieke · Wijk · Wierdijk · Wildwal · Zeedijk · Zwetsloot
Puntvormig: Banpaal · Bermmonument · Boe · Boerderij · Boerenkuil · Boô · Borg · Brug · Buitenplaats · Burcht · Coupure · Daliegat · Dobbe · Duiker · Eendenkooi · Galg · Gemaal · Grafheuvel · Grenspaal · Hagelkruis · Havezate · Hoeve · Hollestelle · Hoogholtje · Hunebed · Inlaat · Inundatiesluis · Kasteel · Kerkgebouw · Kwakel · Molen · Mottekasteel · Overlaat · Overweg · Pijp · Pomp · Ringwalburcht · Rolpaal · Schaapvolt · Stuw · Til · Turfput · Veenput · Verlaat · Viaduct · Vijver · Voorde · Waterpomp · Waterput · Watertoren
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek