Discours sur les sciences et les arts

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Discours sur les sciences et les arts

Discours sur les sciences et les arts is een werk uit 1750, geschreven door Jean-Jacques Rousseau, waarin hij beargumenteerde dat de kunst en wetenschap de menselijke moraal corrumpeerden. Het was zijn eerste succesvolle filosofische werk dat gepubliceerd werd en de eerste weergave van zijn gedachten over de natuur versus de menselijke samenleving; hij zou de rest van zijn intellectuele leven hieraan besteden. Dit boek wordt beschouwd als een van zijn belangrijkste werken.

Beschrijving[bewerken]

Rousseau schreef het Discours in antwoord op een advertentie die verscheen in een editie (1750) van de Mercure de France, waarin de Académie des Sciences, Arts et Belles-Lettres de Dijon een prijs uitloofde voor een opstel dat antwoord zou geven op de vraag: Heeft het herstel van de wetenschappen en kunsten bijgedragen tot een hogere moraal? Volgens Rousseau: Een moment nadat ik deze advertentie had gelezen zag ik een geheel ander universum voor mij en voelde mij een andere man. Hij ontwikkelde de gedachtegang die hij de rest van zijn leven zou blijven uitdragen, namelijk dat de ontwikkeling in beschaving een vernietigende invloed op menselijke individuen had. Hij won de eerste prijs in genoemde wedstrijd; dit was het begin van een loopbaan, die anders die van schrijver van onbekende muziek- en toneelstukken zou zijn geweest, als beroemd filosoof.

De theorie van Rousseau was controversieel en er kwamen veel reacties op. Jules Lemaître noemde later de theorie van Rousseau een van de sterkste bewijzen van de stompzinnigheid van de mensheid. De schrijver zelf beantwoordde vijf critici in de twee jaar nadat hij de prijs had gewonnen. Onder deze vijf antwoorden waren brieven gericht aan Stanislaus Leszczyński, koning van Polen, Guillaume Thomas François Raynal en M. Charles Bordes. De reacties op zijn theorie gaven hem helderheid met betrekking tot de zuiverheid van zijn theorie en hij begon een thema te ontwikkelen, dat hij verder uitwerkte in zijn geschrift Discours sur l'origine et les fondements de l'inégalité parmi les hommes. Misbruik van de kunst en wetenschappen zou volgens hem de mensheid, die van nature goed was, leiden tot verderf. Met name een overdadige levenswijze en de politiek werden door Rousseau gezien als bijzonder schadelijk. Hij had later enigszins ambivalente gevoelens over zijn eerste geschrift; in een brief beschreef hij het als zijn belangrijkste geschrift en slechts een van de drie, waarin hij zijn filosofische theorie had ontwikkeld (de anderen waren Discours sur l'origine et les fondements de l'inégalité parmi les hommes en Émile, ou De l’éducation). Bij een andere gelegenheid kwalificeerde hij zijn eersteling echter als op zijn best gemiddeld.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
  • Blair Campbell. "Montaigne and Rousseau's First Discourse." The Western Political Quarterly, Vol. 28, No. 1. (Mar., 1975), pp. 7-31.
  • Jean-Jacques Rousseau. The Social Contract and Discourses. Trans. G.D.H. Cole. London: Everyman, 1993. Introduction referenced for general background.