Dissonantie (muziek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Muzikale samenklanken kunnen behalve consonant of welluidend ook dissonant zijn: de samenklank wringt, is niet welluidend. Vaak wordt dissonant door minder geoefende luisteraars verward met vals.

De opvattingen over consonantie en dissonantie verschuiven enigszins gedurende de westerse muziekgeschiedenis. Maar in heel grote lijnen valt een emancipatie van de dissonant waar te nemen.

Muzikale intervallen die van oudsher als consonant worden beschouwd zijn het octaaf, de kwint en ook de kwart. Heel vroeger (Middeleeuwen) werden alle andere intervallen als dissonant beschouwd, hoewel in doedelzakmuziek bijvoorbeeld de grote secunde eerder een consonant was dan de terts. Op het Europese continent golden tertsen en sexten als sterk dissonant, maar in Engeland was dat niet zo. Daar zong men graag in parallelle tertsen of sexten. Aan het einde van de Honderdjarige Oorlog (rond 1450) (renaissance) beginnen tertsen en sexten ook op het continent als samenklank gewaardeerd te worden. Men begint te spreken over:

Later in de muziekgeschiedenis echter wordt de kwart vanwege harmonische redenen dissonant, (doorgangsdissonant tussen terts en kwint). Nog weer later worden ook septiemen niet meer als dissonant ervaren.

Muzikale dissonantie is gedeeltelijk te verklaren vanuit sensorische dissonantie. Zeker de consonantie van de kwart kan goed worden verklaard door modellen uit de psychoakoestiek.

In de religieuze cantate Meine Seufzer, meine Tränen (BWV 13) past Johann Sebastian Bach de dissonant, uitputtend en gericht toe. Deze cantate staat vol van schrijnende akkoorden met onopgeloste dissonanten op de gewichtigste momenten van elke maat.

Muziek uit de 20e eeuw[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Klassieke muziek uit de 20e eeuw voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als algemene overeenkomst van deze verschillende genre die ontstonden in de Klassieke muziek uit de 20e eeuw is het toenemende gebruik van dissonantie in de compositie. Om deze reden wordt de 20e eeuw soms ook wel de dissonante periode genoemd. De ontwikkeling van de experimentele en alternatieve muziek volgt diezelfde tendens.

Zie ook[bewerken]