Dobbelsteenslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dobbelsteenslang
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2010)
Natrix tessellata Rheinland-Pfalz 01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Serpentes (Slangen)
Superfamilie: Colubroidea
Familie: Natricidae (Waterslangen)
Geslacht: Natrix (Ringslangen)
Soort
Natrix tessellata
(Laurenti, 1768)
Afbeeldingen Dobbelsteenslang op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Dobbelsteenslang op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De dobbelsteenslang[2] of dambordslang (Natrix tessellata) is een slang uit de familie waterslangen (Natricidae). De soort werd lange tijd tot de familie gladde slangen (Colubridae) gerekend maar dit wordt beschouwd als verouderd. Het is naaste familie van de ringslang (Natrix natrix).[3]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De dobbelsteenslang heeft een olijfgroene tot donkerbruine of bijna zwarte kleur, in centraal Europa is de grijsgroene variant de meest voorkomende vorm. Op de bovenzijde zijn meestal 4 of meer regelmatige duidelijke vlekkenrijen aanwezig, die soms versmolten zijn tot dwarsbanden. De vlekken zijn meestal donkerder tot zwart en zijn vaak enigszins vierkant van vorm. De Nederlandse naam is te danken aan het patroon van vierkante zwarte vlekken op de buik, de wetenschappelijke soortnaam tessellata betekent 'geblokt'.

De dobbelsteenslang is aangepast op een leven in het water, dit is te zien aan de driehoekige, platte kop met een puntige snuit. De ogen steken wat uit en de pupil is rond van vorm. Hierdoor kan de slang beter zien onder water. Op de nek is vaak een V-vormige vlek aanwezig. De meeste mannelijke exemplaren blijven ongeveer 60 tot 80 centimeter, vrouwtjes worden gemiddeld langer en kunnen meer dan 1,3 meter bereiken. Van de ringslang is de dobbelsteenslang te onderscheiden door het ontbreken van de gele ring rond de hals. De adderringslang heeft een bredere kop en een meer zigzag-achtig strepenpatroon op de rug, waardoor enige gelijkenis ontstaat met de gevaarlijke gewone adder (Vipera berus). Net als de adderringslang en de ringslang is de dobbelsteenslang niet giftig.

Levenswijze[bewerken]

De dobbelsteenslang is een echte waterbewoner die uitstekend kan zwemmen, ook in stromend water en brakwater wordt de slang gevonden, en op het land doet de slang qua snelheid niet onder voor landbewonende soorten. De verwante en meer bekende ringslang is eveneens veel bij het water te vinden, maar de ringslang jaagt voornamelijk langs de oevers op kikkers. De dobbelsteenslang jaagt onder water op vissen en brengt een groot deel van zijn leven onder water door. Het nadeel van deze aquatische levenswijze is de relatief koelere omgevingstemperatuur van het water, waar de ringslang minder last van heeft. De ringslang komt hierdoor ook voor in meer noordelijke streken, zoals Nederland, waar de watertemperatuur te laag is voor de dobbelsteenslang.

Het land wordt af en toe betreden om te zonnen zodat de slang op kan warmen en zo efficiënter kan jagen. Bij verstoring wordt snel het water opgezocht en ondergedoken. De afzet van de eitjes vindt ook op het land plaats, evenals de winterslaap die gehouden wordt in een holletje bij de waterkant. De dobbelsteenslang staat bekend als een schuwe soort die niet bijt. Bij gevaar kan de slang zijn laatst gegeten maaltijd uitspugen en een smerig ruikende vloeistof afscheiden uit geurklieren. Ook kent de slang net als verwante soorten het trucje 'schijndood', waarbij het dier zich op de rug draait en doet of het al enige tijd dood is.

Algemeen[bewerken]

Een dobbelsteenslang met prooi, een grondel.

De dobbelsteenslang heeft een enorm verspreidingsgebied en komt niet voor in Nederland of België. De soort is wel te vinden in grote delen van Europa met uitzondering van het noorden en westen, en verder in noordelijk Afrika, het Midden-Oosten en delen van Azië tot in China.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit vis, maar ook amfibieën zoals kikkers en kikkervisjes worden gegeten. De dobbelsteenslang is in tegenstelling tot de meeste slangen een actieve jager, die vaak zijn prooi opzoekt onder ondergedoken objecten en in vegetatie. Soms wordt de prooi opgewacht in een hinderlaag: de slang kan ongeveer een kwartier onder water blijven

In de paartijd zoeken de dieren elkaar op en kunnen grote groepen vormen. Het aantal eitjes varieert van minder dan tien tot enige tientallen per legsel. Deze zijn net als de eitjes van de ringslang verbonden met een soort streng, in het najaar komen ze uit. De juvenielen zijn dan ongeveer 15 tot 25 cm in lengte en zijn na drie jaar volwassen.

Externe links[bewerken]

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. (en) Dobbelsteenslang op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 462 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Natrix tessellata

Bronnen

Soorten slangen in Europa
Wormslangen (Typhlopidae): Slanke wormslang (Typhlops vermicularis)
Boa-achtigen (Boidae): Kleine zandboa (Eryx jaculus)
Gladde slangen (Colubridae): Gladde slang (Coronella austriaca) · Girondische gladde slang (Coronella girondica) · Dolichophis caspius · Pijlslang (Dolichophis jugularis) · Eirenis modestus · Vierstreepslang (Elaphe quatuorlineata) · Elaphe sauromates · Algerijnse toornslang (Hemorrhois algirus) · Hemorrhois hippocrepis · Hemorrhois nummifer · Balkantoornslang (Hierophis gemonensis) · Geelgroene toornslang (Hierophis viridiflavus) · Macroprotodon brevis · Mutsslang (Macroprotodon cucullatus) · Adderringslang (Natrix maura) · Ringslang (Natrix natrix) · Dobbelsteenslang (Natrix tessellata) · Platyceps collaris · Platyceps najadum · Trapslang (Elaphe scalaris) · Katslang (Telescopus fallax) · Zamenis lineatus · Esculaapslang (Elaphe longissima) · Luipaardslang (Elaphe situla)
Adders (Viperidae): Pallas' groefkopadder (Gloydius halys) · Levantijnse adder (Macrovipera lebetina) · Macrovipera schweizeri · Hagedisslang (Malpolon monspessulanus) · Kleinaziatische adder (Vipera xanthina) · Zandadder (Vipera ammodytes) · Aspisadder (Vipera aspis) · Gewone adder (Vipera berus) · Wipneusadder (Vipera latastei) · Vipera renardi · Vipera seoanei · Spitssnuitadder (Vipera ursinii)