Dode kamer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Absorberende punten in een dode kamer

Een dode kamer of anechoïsche kamer is een ruimte voor het verrichten van akoestische metingen. Een dode kamer heeft wanden, vloer en plafond die geluid maximaal absorberen en dus geen enkel geluid reflecteren. Meestal is een dode kamer voorzien van absorberend materiaal in de vorm van punten gevuld met schuim of steenwol. Hoe langer deze punten zijn, des te beter worden vooral de lage frequenties van het geluid geabsorbeerd. Dit is de reden dat grote, dus duurdere, dode kamers beter geschikt zijn voor metingen bij lage frequenties.

Om metingen te kunnen doen in een dode kamer is er een stalen net gespannen waarop gelopen kan worden. Een dode kamer is tevens uitstekend akoestisch geïsoleerd van de omgeving, vaak met een zware dubbele deur. Ook de muren van een dode kamer zullen zwaar moeten zijn uitgevoerd.

Een ideale dode kamer absorbeert alle geluidsfrequenties, zodat in de kamer alleen de lopende golven vanaf een eventuele geluidsbron kunnen blijven bestaan. Een spreker ervaart dit alsof hij of zij in de buitenlucht staat te praten, waar het bovendien volkomen stil is, hetgeen een vervreemdend effect geeft omdat men in een ruimte verwacht een echo van de eigen stem te horen, die in de dode kamer ontbreekt. Als een persoon zich stil houdt in een dode kamer gaat ook het ruisen van bloed in de oren opvallen.

Een dode kamer wordt veel gebruikt voor metingen aan microfoons en luidsprekers. Een dode kamer kan ook, in combinatie met een tweede dode kamer of een galmkamer, gebruikt worden om het transmissieverlies van een akoestische constructie te meten (bijvoorbeeld een raam of een muur). De te meten constructie wordt dan tussen de twee ruimtes in geplaatst.

De tegenhanger van een dode kamer is een galmkamer.

Zie ook[bewerken]