Dode tijd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De dode tijd is in de meettechniek de tijd dat een meetsysteem zoals een detector niet kan reageren. Bij de berekening van de effectieve meettijd moet voor de dode tijd worden gecompenseerd.

Stralingsdetectie[bewerken]

Een Geiger-müllerteller heeft bij inval van een deeltje tijd nodig voor het volgende deeltje kan worden geteld.

Chromatografie[bewerken]

In een chromatografisch systeem is de dode tijd de tijd die een onvertraagde component (zoals het oplosmiddel) nodig heeft na injectie de detector te bereiken. De onvertraagde component vertoont geen interactie met de stationaire fase (de kolom) en zal geheel in de mobiele fase verblijven. Dit geeft een indicatie van de tijd dat het oplosmiddel er voor nodig heeft de kolom te passeren.

De dode tijd, ook wel time mortale (?) genoemd, wordt aangeduid met tm, of t0. Om de dode tijd te meten wordt het oplosmiddel in de kolom geïnjecteerd. Zeker moet zijn dat deze niet vertraagd wordt (geen retentie ondervindt) door de stationaire fase, en dat deze door de desbetreffende detector gedetecteerd kan worden.

Bij gaschromatografie is de dode tijd duidelijk terug te vinden in een chromatogram. Het oplosmiddel dat zich in de mobiele fase bevindt zal de eerste zijn die van de kolom af komt. Dit is duidelijk zichtbaar als de eerste piek en wordt ook wel de injectiepiek genoemd.

De dode tijd wordt gebruikt om de aangepaste retentietijd t_r^' van een component en de capaciteitsfactor k te bepalen.

t_r^' = t_r - t_m

k = \frac {t_r^'}{t_m}

Zie ook[bewerken]