Doelisten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vergadering der patriotten op de groote burgerzaal in de Cloveniers Doelen te Amsteld: in Aug: A° 1748.

De Doelisten waren prinsgezinde, gematigde en radicale democraten, waarschijnlijk merendeels gereformeerde en ontevreden kooplieden, die zich in de jaren 1747 tot en met 1750 verzetten tegen de macht van de burgemeesters, die onder elkaar goed betaalde baantjes verdeelden en in Amsterdam 32.000 baantjes weggaven of verkochten. Daniël Raap, een porseleinverkoper op de Vijgendam wierp zich eind 1747 op als woordvoerder van de hervormingsbeweging na het Pachtersoproer.

Raap behorende tot de gematigden in de beweging en stelde een rekest op met vier eisen: erfelijkheid van stadhouderschap in vrouwelijke lijn; verkoop van stadsambten aan meestbiedende (gereformeerde); verkiezing van de officieren door de schutterij (in plaats van door de burgemeesters) en tot slot herstel van de gilden in hun oude rechten; de straathandel, uitgeoefend door de joodse bevolking was in strijd met de oude keuren. Isaac de Pinto zou nog proberen openstelling van de gilden voor de joden te verkrijgen.

Om ’s lands financiën te verbeteren werd gesproken over nationalisering van de posterijen, maar Amsterdam weigerde de posterijen op te geven. De burgemeesters verklaarden dat de inkomsten ten bate kwamen van de kerken, gasthuizen en armenzorg, maar het was duidelijk dat dat soort lucratieve baantjes aan hun jongere familieleden werden uitbesteed. Het postmeesterschap deed namelijk dienst als een soort studiebeurs voor hun kleinkinderen (en opvolgers). De onbezoldigde burgemeesters antwoordden de inzage te zullen missen in de (financiële) adviezen van buitenlandse correspondenten.

Op 14 juli werden de posterijen een programmapunt voor de Doelisten. Er verscheen een pamflet met elf artikelen, dat, naast afschaffing van de pacht, een inkomstenbelasting, de accijnzen en verkiezingen van de burgemeesters door de burgerij omvatte. Prinses Anna gaf haar goedkeuring aan drie licht aangepaste artikelen van Raap, betreffende de posterijen, de stedelijke ambten en de benoeming van officieren in de schutterij. De radicalen onder de Doelisten hielden vast aan de elf artikelen.

Op 7 en 9 augustus vonden de beruchte, openbare vergaderingen plaats in de Kloveniersdoelen. Men eiste de overdraging van de posterij aan de provincie, beëindiging van de vriendjespolitiek, dat wil zeggen het vergeven van stadsposten en reorganisatie van de schutterij. Raap reisde op en neer naar Den Haag voor een onderhoud met de prins en prinses. De volgende dagen was er opnieuw overleg met de burgemeesters en overleg aan het hof door Raap, n.a.v. het rekest van 17 augustus. Omdat de prins de drie artikelen had goedgekeurd, zou hij naar Amsterdam moeten komen om de rust te herstellen.

Op 27 augustus gingen de burgemeesters akkoord. Er mocht niets meer op straat verkocht worden. De boekhandelaren en vele joodse straathandelaren werden daarvan de dupe. In de Doelen waren op die dag zoveel mensen, dat de vloer moest worden gestut. De volgende dag ging ook de raad akkoord. De Doelisten wensten een nieuwe regering, maar Raap bleek tegen. Weer ging er een deputatie naar Den Haag. Ondertussen dienden de burgemeesters hun ontslag in om erger te voorkomen. Op 29 augustus kwam Willem Bentinck naar Amsterdam om het stadhouderlijk bezoek voor te bereiden. Er was inmiddels sprake van acht artikelen, die aan de prins zouden worden aangeboden.

Op 31 augustus was er een grote solidariteitsdemonstratie in Amsterdam. Op 2 september kwam stadhouder Willem IV op bezoek in Amsterdam, een dag na zijn verjaardag; hij at op het stadhuis. Burgemeester Corver zag de hele avond lijkbleek. De Doelisten waren verbolgen, dat er overleg plaats vond met de burgemeesters en er geen schoenmaker was uitgenodigd. De prins overnachtte in het O.Z. Heerenlogement en organiseerde de meeste dagen een groot diner. Volgens Bicker Raye was er geen kip of kapoen meer te krijgen.

Onduidelijke gang van zaken[bewerken]

Op 4 september tekenden de vroedschapsleden hun ontslag. Op 6 september kregen de vier burgemeesters van Amsterdam Willem Sautijn, Jan Six, Gerrit Corver en H.H. van de Poll te horen dat ze niet opnieuw zouden worden benoemd. Ze werden opgevolgd door Cornelis Trip, Ferdinand van Collen, Gerard Aarnout Hasselaar en Willem Gideon Deutz. Op 7 september werd burgemeester Corver persoonlijk door de prins ontvangen. Beide huilden bij het afscheid. De prins ging op bezoek bij Hasselaar op de Keizersgracht, die net terug kwam van de vredesbesprekingen in Aken. Op zondag ging de prins naar de Nieuwe Kerk. Op de Dam stonden zoveel mensen, dat de prins een half uur nodig had om binnen te komen.

De kwestie met de schutterij was nog steeds niet goed geregeld. Het gerucht ging dat de prins twee kolonels door de regering wilde laten aanstellen en drie door de burgerij. De Doelisten wilden een krijgsraad volstrekt onafhankelijk van de stadsregering. Ze waren ontevreden en wilden de onderhandelaars uit het raam of in het water werpen. ’s Nachts stond een verbolgen menigte voor het O.Z. Heerenlogement en eiste de prins te spreken. Een achttal werd toegelaten. De volgende middag verscheen de prins voor een overleg op het stadhuis. De prins verklaarde dat de schutterijen een tiental mocht voorleggen, waaruit de prins dan een keuze zou kunnen maken. Er ontstond onrust in de wijken omtrent de keuze van de kapiteins. Sommige kapiteins hadden banden met de nieuwe regering of woonden buiten de wijk. Toen hakte de prins de knoop door en besliste dat de keuze van de kapiteins opnieuw bij de stadsregering lag.

Een week later werden - op advies van Mattheus Lestevenon - zeventien vroedschapsleden vervangen, negentien konden hun zetel behouden. Het werd een voorlopige regering tot 1 februari. Onder de nieuwelingen zaten twaalf kooplieden, die de handel moesten bevorderen. Op 14 september bood de nieuwe regering de prins een diner aan op het stadhuis. Er zijn toen nog vier nieuwe schepenen benoemd. Op zondag 15 september vertrok de prins – na de kerkdienst - naar ’s-Gravenhage.

Het vervolg[bewerken]

Omdat er niet schoon schip was gemaakt en een aantal eisen niet waren gehonoreerd, was er veel ontevredenheid. De aanvankelijk bewondering voor de stadhouder, sloeg langzaam om in verachting. Bij de burgemeestersverkiezing in 1752 leden de prinsgezinden een nederlaag. Tegelijkertijd verenigden de oude en de nieuwe elite zich in een anti-orangistisch blok. De burgemeesters berichtten de regentes haar geen voordracht meer te zullen zenden voor het benoemen van twee burgemeesters en schepenen. Op 6 maart 1752 ondertekende een groot aantal Amsterdamse regenten de zogeheten Correspondentie of Pointen van Ordre. In dit nieuwe stelsel werd machtsmisbruik van de kant van burgemeesters of de stadhouder tegengegaan door anciënniteit: van de leden van de Correspondentie zouden allereerst de oudsten aan bod komen.

Bronnen[bewerken]

  • Het dagboek van J. Bicker Raye, bewerkt door F.M. Bijerinck & M.G. de Boer, (1935).
  • Brugmans, H. (1972) Geschiedenis van Amsterdam, deel IV. Afgaand getij.
  • Fuks, L. (1960) De Zeven Provinciën in beroering. Hoofdstukken uit een jiddische kroniek 1740-1752 van Abraham Chaim Braatbard.
  • Gompes, L. (2006) Bankiershuis Clifford 1750-1800. In: De Gouden Bocht van Amsterdam, p. 266. Redactie en samenstelling Milko den Leeuw en Martin Pruijs.
  • Voogd, N.J.J. (1914) De Doelistenbeweging te Amsterdam in 1748.