Dominick Argento

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dominick Argento (York (Pennsylvania), 27 oktober 1927) is een componist uit de Verenigde Staten. Hij is vooral bekend om zijn opera’s en koormuziek. Hij heeft een zwak voor Florence waar hij nog steeds ieder jaar verblijft.

Geschiedenis.[bewerken]

Als zoon van een Siciliaans echtpaar groeide Dominick op in zijn geboorteplaats. Vreemd genoeg vond hij met name muzieklessen op de lagere school verschrikkelijk saai. Na de highschool afgemaakt te hebben, moest hij het leger in als ontcijferaar van codes.Daarna begon hij een pianostudie aan het Peabody Conservatorium; deze studie ruilde hij al snel in voor compositie. Zijn leraren aldaar waren Nicholas Nabokov, Henry Cowell en Hugo Weisgall. Gedurende die studie was hij de muzikale voorzitter van het Weisgall’s Hilltop Music Company (een antwoord op het Aldeburgh-festival van Benjamin Britten in Engeland) om plaatselijke componisten in de gelegenheid te stellen om hun werk te laten uitvoeren. Op deze manier kwam Dominick steeds meer in aanraking met opera’s en andere muzieksoorten en –stijlen. Toneeldirecteur van het festival was John Olson-Scrymgeour, met wie Dominick later enkele opera’s zou schrijven. Hij verbleef ook een jaar in Florence vanwege een beurs en studeerde daar kort bij Luigi Dallipiccoli. Hij ging door met studeren, dit keer aan de Eastman School of Music, waar hij studeerde met Alan Hovhaness, Bernard Rogers en Howard Hanson. Na het behalen van zijn graad keerde hij voor een jaar terug naar Florence.

Minneapolis[bewerken]

In 1958 verhuist hij naar Minneapolis en begint samen met zijn vrouw Carolyn muziektheorie en compositie te onderwijzen aan de University of Minnesota. In eerste instantie had hij geen zin in deze verhuizing, maar al snel kreeg hij van allerlei ensembles opdracht voor werken, zodat hij zich snel thuisvoelde in de regio. Hij schreef ook stukken voor het toen pas geopende Guthrie Theater en stichtte in 1963 samen met Scrymgour het Center Opera Company, dat daar nog steeds zijn thuisbasis heeft. Zijn ster bleef stijgen, zeker toen in 1971 zijn opera Postcard from Morocco werd uitgevoerd. Hij ontving allerlei opdrachten uit de gehele VS , niet alleen van operastichtingen in Minnesota, Washington en New York, maar ook van orkesten (Baltimore Symphony en St. Louis Symphony) maar ook van musici zelf. In de jaren 70 begon hij hij ook eenvoudige koorwerken te componeren voor het koor van de Congregational Church in Minneapolis. Het begon eenvoudig, maar ook hier volgen snel opdrachten voor koorwerken van het hele land.
Dominick is (samen met zijn vrouw) met pensioen, maar behoudt zijn titel als Professor Emeritus aan de University of Minneapolis; hij blijft nog wel steeds componeren.

Oeuvre, voor zover bekend[bewerken]

Opera’s[bewerken]

  • (1954):Sicilian Limes;
  • (1957): The Boor;
  • (1958-1960):Colonel Jonathan the Saint;
  • (1964):The Masque of Angels (samen met Scrymgour);
  • (1962); Christopher Sly, gebaseerd op The Taming of the Screw (samen met Scrymgour);
  • (1967): The Shoemaker’s Holiday ,gebaseerd op een toneelstuk van Thomas Dekker (samen met Scrymgour);
  • (1971):Postcard form Morocco (libretto van Jon Donahue)
  • (1976-1976): The Voyage of Edgar Allen Poe (libretto Charles Nolte), een opdracht van Minnesota Opera en universiteit;
  • (1977): Miss Havisham’s Fire, libretto Scrymgour, opdracht van New York City opera, later omgewerkt tot Miss Havisham’s Wedding Night (1981) en in 1995 weer gereviseerd tot de oorspronkelijke titel.
  • (1984): Casanova’s Homecoming, libretto van de componist, voor de Minnesota Opera;
  • (1987); The Aspern Papers, libretto van hem zelf gebaseerd op een verhaal van Henry James;
  • (1993) The dream of Valentino (premierie in Kennedy Center)

Liederencycli en liederen[bewerken]

  • (1950-1955): Songs about spring, tekst door E.E. Cummings, (stem en piano)
  • (1956): Ode to the west wind, teksten van Shelley (voor sopraan en orkest)
  • (1958): Six Elizabeth Songs (cyclus);
  • (1968): Letters from composers, gebaseerd op brieven van onder andere Frederic Chopin en Puccini (cyclus)
  • (1972): To be sung opun the water, teksten van Wordsworth, voor stem, piano en klarinet;
  • (1974): From the diary of Virginia Wolff, geschreven voor Janet Baker en gewaardeerd met de Pullizer Prijs; (cyclus)
  • (1983): Casa Gaudí, gebaseerd op brieven van Elizabeth Barret Browning; cyclus
  • (1996): Few words about Tsjechov. (cyclus)
  • (1997): A water bird talk, gebaseerd op een kort verhaal van Tsjechov (cyclus);
  • (1998): Miss manners on Music, gebaseerd om columns van Judith Martin.(cyclus)
  • (1998): The Bremen Town Musicians, teksten van de componist, een kindervoorstelling met verteller en orkest.

Koorwerken[bewerken]

  • (1968): The revelation of St. John the Divine (mannenkoor, koper en percussie);
  • (1968): A nation of cowslips, teksten Keats,
  • (1970): tria Carmina Pasachalia, Paascantatie voor vrouwenkoor;
  • (1973): Jonah and the whale, oratorium op middeleeuwse Engelse teksten;
  • (????): Peter Quince at the clavier (gedicht van Wallace Stevens)
  • (1982): I hate and love, teksten Catullus
  • (1987): Te Deum
  • (1989): A Toccata of Galuppi’s, teksten Robert Browning
  • (1994): Spirituals and swedisch chorales;
  • (1996): Walden Pond, teksten Thoreau,
  • (2003): Dover Beach;
  • (2007): Apollo in Cambridge

Orkestwerken[bewerken]

  • (1954): Divertimento voor strijkers;
  • (1965): Variations for orcehstra (The mask of night);
  • (1969): Bravo Mozart; een muzikale biografie;
  • (1972): A ring of time, voor orkest en klokkenspel;
  • (1977): In praise of music, liederen voor orkest;
  • (1982): Fire Variations
  • (1985): Capriccio Rossini in Paris, eigenlijk een klarinetconcert.
  • (1985): Le tombeau d’Edgar Poe (suite uit opera Voyage of E.A.Poe);
  • (1994): Valentine dances (suite uit opera The dream of Valentino)

Overig[bewerken]

  • (????): Strijkkwartet.
  • (1956): The ressurection of Don Juan (ballet en suite);
  • (1964): Royal invitation (homage to the queen of Tonga)(ballet)