Dominique Jacques de Eerens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dominique Jacques de Eerens
Eerens, DJ de. Luitenant generaal.jpg
Geboren 17 maart 1781
Alkmaar
Overleden 30 mei 1840
Buitenzorg
Land/partij Vlag van Nederland Nederland
Onderdeel Franse- en Nederlandse leger
Dienstjaren 40
Rang Minister van Oorlog, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië
Eenheid Infanterie
Slagen/oorlogen Onder meer Beleg van Dantzig, veldtochten in Duitsland, Portugal, Rusland en Frankrijk
Onderscheidingen onder meer Militaire Willems-Orde derde klasse, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Portaal  Portaalicoon   KNIL

Dominique Jacques de Eerens (Alkmaar, 17 maart 1781Buitenzorg, 30 mei 1840) was een Nederlands generaal-majoor, politicus en bestuurder, ridder in de Militaire Willems-Orde.

Loopbaan[bewerken]

De Eerens trad op 15 april 1798 als soldaat in Hollandse militaire dienst bij het derde bataljon, zesde halve brigade, en werd de 7de juni van dat jaar tot fourier, de 31ste augustus van het volgend jaar tot sergeant, en de 1ste april 1800 tot cadet benoemd. In de rang van sergeant woonde hij in 1799 de veldtocht in Noord-Holland bij en verkreeg bij die gelegenheid een bajonetsteek in de rechterdij.

Napoleontische oorlogen[bewerken]

In de jaren 1800 en 1801 nam hij deel aan de veldtochten in Duitsland en redde op de 27ste december 1800, bij gelegenheid van een uitval van de Oostenrijkers uit de citadel van Württemberg, kapitein Schmidt, van het tweede bataljon Jagers, uit de handen van de vijand. Voor deze moedige daad werd hij op het slagveld als luitenant benoemd door luitenant-generaal Dumonceau. Als officier woonde De Eerens binnen de tijd van 12 jaar (1803-1815) niet minder dan tien veldslagen bij, waaronder die in Pruisen, Spanje, Portugal, Rusland en Frankrijk. Gedurende de belegering van Dantzig werd hij herhaaldelijk gewond door geweerschoten. Toen de Kozakken de 25ste oktober 1812 de keizer bijna hadden overrompeld werd De Eerens, toen chef van de staf van de tweede divisie infanterie van de keizerlijke gardes, met zes compagnieën ter vervolging der Kozakken en Russische infanterie gedetacheerd en verdreef hen over de rivier de Longoa. Hij werd voor dit wapenfeit door luitenant-generaal Roquet tot kolonel voorgedragen en verkreeg op 12 november 1812 de rang van adjudant-commandant bij de staf van de Prins majoor-generaal. In augustus 1813 nam De Eerens, bij het beleg van Dantzig, bij een algemene uitval, aan het hoofd van een eskadron Franse jagers te paard, de vijand een redoute af en dreef de Kozakken in hun retranchementen terug. Van dit wapenfeit maakte generaal Rapp in zijn mémoires met lof melding, en ter beloning droeg Rapp De Eerens voor als officier van het Legioen van Eer, waarop echter geen schikking volgde (waarschijnlijk door toedoen van de daarop volgende staatkundige verwikkelingen).

In Nederlandse dienst[bewerken]

De Eerens woonde tien veldslagen bij gedurende de Napoleontische tijd.

Op 20 juni werd De Eerens benoemd tot adjudant-majoor bij de 6de halve brigade, de 28ste juli 1805 tot tweede-luitenant bij de garde van raadspensionaris Schimmelpenninck, de 23ste september van het daarop volgend jaar tot eerste luitenant van de garde van Koning Lodewijk, die hem in november van datzelfde jaar verhief tot luitenant-kolonel, opperschildknaap. De Eerens werd in juli 1810 met de afdeling Landmacht naar Parijs afgevaardigd. Na de inlijving ging hij in Franse dienst over (30 oktober 1810) als chef de bataljon, met rang van groot-majoor, bij het eerste regiment tirailleurs der Keizerlijke Garde, en verwierf zich weldra de gunst en het vertrouwen van de Keizer. Deze verhief hem de 5de maart 1812 tot ridder der Keizerlijke Orde der Reünie van Frankrijk en twee maanden daarna, op 5 maart 1812, tot ridder van het Legioen van Eer en Ridder des Rijks; op 17 juli 1812 werd De Eerens benoemd tot chef van de staf van de tweede divisie infanterie van de Keizerlijke Garde. Op 16 januari 1813 verkreeg hij zijn aanstelling tot chef van de staf van de cavalerie van het tiende corps en verkreeg op 10 januari 1814 zijn eervol ontslag uit de Franse militaire dienst. De 29ste januari werd hij benoemd tot luitenant-kolonel van het 5de, later het 18de bataljon Jagers, in Nederlandse krijgsdienst. Enkele maanden daarna verkreeg hij de titulaire rang van kolonel en op 5 maart 1815 werd De Eerens effectief tot deze rang benoemd. Bij deze gelegenheid werd hem het commandement van de 2de brigade van de 1ste divisie infanterie opgedragen. Op 21 april 1815 werd hij benoemd tot generaal-majoor.

De Eerens kreeg in juni 1814 een commissie opgedragen naar Bremen en Hamburg, om het corps Hanzeatische troepen, dat zich aangeboden had in Nederlandse dienst te treden, te inspecteren. In februari 1815 kreeg hij een aanstelling tot lid der commissie voor de organisatie van het leger en de opstelling en invoering van de militaire reglementen. In 1818 werd De Eerens benoemd in een commissie bedoeld voor het opstellen van een conventie met het Deense bezettingscorps in Frankrijk, om door de Nederlanden naar hun vaderland terug te keren, waarna hij in januari 1819 belast werd met het provinciaal commandement van Noord-Brabant. Op 20 juni 1819 werd De Eerens benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde derde klasse. In 1820 vaardigde de koning De Eerens af tot commissaris om het regiment lichte infanterie Van Nassau uit de dienst van de Koning te ontslaan en aan zijn commissaris, de hertog van Nassau, over te geven. In 1825 werd De Eerens belast met de algemene inspectie van het tweede, en in 1826 met die van het vierde groot militair commando. Gedurende de maanden september en oktober van 1827 voerde hij het bevel over de in het kamp bij Ravels verzamelde Nederlandse legermacht. Ter beloning voor al zijn diensten verkreeg hij op 4 juli 1829 de Orde van de Nederlandse Leeuw en drie dagen daarna een aanstelling tot commandant van de derde divisie infanterie. Bij de organisatie van het militaire parlement werd De Eerens benoemd tot directeur-generaal van Oorlog (1829-1834). Door de koning werd hij op 29 mei 1831 benoemd tot commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Op 5 september 1834 werd De Eerens benoemd tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, met de bepaling dat hij, bij het vertrek van de toenmalige gouverneur-generaal ad interim Baud, in de waardigheid van gouverneur-generaal zou optreden. Op 29 januari 1836 aanvaardde De Eerens het hoogste gezag over Nederlands Indië. Hij overleed in functie te Java op 30 mei 1840.

Bronnen, noten en/of referenties
  • 1842. Bijdrage tot de kennis der loopbaan van wijlen Zijne Excellentie luitenant generaal D.J. de Eerens, overleden op Java, de 30ste mei 1840, als gouverneur-generaal over Nederlands Indië. Militaire Spectator. Bladzijde 111-122.
Voorganger:
Prins Frederik
Minister van Oorlog
1830-1834
Opvolger:
Hendrik Rudolph Trip
Voorganger:
Jean Chrétien Baud
Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië
1836-1840
Opvolger:
Carel Sirardus Willem van Hogendorp