Donald Maclean (spion)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Donald Maclean

Donald Duart Maclean (25 mei 1913 Marylebone, Londen – 6 maart 1983 Moskou) was een Brits diplomaat en één van de Cambridge Five, dus spion voor de Sovjet-Unie tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna. Hij werd gerekruteerd toen hij studeerde in Cambridge. Velen zijn van mening dat zijn acties hebben geleid tot de blokkade van Berlijn in 1948 en het begin van de Koreaanse oorlog. Hij was de zoon van de liberale politicus Sir Donald Maclean, die de partijleider was voor de oppositie in de jaren na de Eerste Wereldoorlog.

Ontmaskering[bewerken]

Toen Kim Philby op de Britse ambassade in Washington D.C. werkte, ontdekte hij dat de Britse en Amerikaanse geheime diensten - aan de hand van het materiaal uit Project Venona - zochten naar een mol met de codenaam "Homer" die had gewerkt op de ambassade. Hij ontdekte ook dat Maclean op de lijst verdachten stond. In eerste instantie richtte het onderzoek zich vooral op het lagere personeel; vooral de Britten konden zich niet voorstellen dat een diplomaat "King and country" zou verraden. Toen het net zich uiteindelijk toch rond Maclean begon te sluiten, liet Philby Guy Burgess (die ook op de ambassade werkte en bij Philby in huis woonde) Maclean waarschuwen toen Burgess werd teruggeroepen naar Engeland vanwege "slecht gedrag".

In de vroege zomer van 1951 haalden Burgess en Maclean wereldwijd de voorpagina's toen zij verdwenen; hoewel Burgess niet verdacht werd, verdween ook hij. Er zijn aanwijzingen dat Burgess dacht Maclean alleen te begeleiden (omdat deze op de rand van een zenuwinzinking stond) en verwachtte terug te keren naar Engeland, maar eenmaal in Moskou werd tegengehouden door de KGB. Hoewel werd vermoed dat ze naar de Sovjet-Unie waren gevlucht, werd dat pas bevestigd toen ze in 1956 in Moskou een persconferentie gaven. Als beloning voor zijn spionageactiviteiten werd hij benoemd tot kolonel van de KGB.

Externe links[bewerken]