Doodstraf in het Verenigd Koninkrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In 1964 werd de doodstraf in het Verenigd Koninkrijk voor het laatst uitgevoerd, door ophanging; in 1965 werd via een initiatief wetsontwerp vanuit het Lagerhuis deze straf opgeschort voor vijf jaar, in 1969 werd die opschorting omgezet in een definitieve afschaffing. In 1955 werd de laatste vrouw opgehangen, Ruth Ellis, wat nationaal en internationaal opzien baarde.

Opmerkelijk genoeg staat op vier misdrijven nog steeds de doodstraf, al is hiervoor sindsdien nooit een veroordeling uitgesproken:

  • verraad;
  • gewelddadige piraterij;
  • het veroorzaken van brand of explosies in marinehavens of in opslagplaatsen;
  • bepaalde militaire misdrijven.

Margaret Thatcher heeft zich, toen zij premier was, nog wel eens uitgesproken voor de doodstraf op moord met voorbedachten rade; na een bijzonder sensationeel misdrijf, zoals moord op een vrouwelijke politie-agent, gaan er nog wel eens stemmen op voor herinvoering, maar een serieuze politieke campagne is er tot nu toe (2012) niet meer geweest.