Doofstom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Met behulp van nieuwe methoden wordt onderwijs gegeven aan vroegdove mensen in 1953

Beluister

(info)

Doofstom was een term voor mensen die doof zijn en daarnaast niet of slecht verstaanbaar kunnen spreken. Die slechte verstaanbaarheid wordt vaak veroorzaakt doordat een doof of slechthorend persoon al lange tijd of zelfs vanaf geboorte zichzelf niet hoort spreken en ook niet iemand anders heeft horen spreken. Hierdoor is het aanleren van spreken lastig. Dove mensen maken doorgaans gebruik van gebarentaal om zich begrijpbaar te maken.

Gebruik[bewerken]

In het verleden was "doofstom" een meer algemeen geaccepteerde term, maar tegenwoordig wordt het door sommigen gezien als inaccuraat, politiek incorrect of zelfs beledigend.[1] Al sinds de oudheid wordt de term vaak in verband gebracht met "achterlijk" of "verstandelijk beperkt".[2] Bij een rechtstreekse vertaling uit het Engels van "deaf" naar "doof" is de vertaling of benaming echter correct. Doofheid heeft namelijk geen oorzakelijk verband met problemen rond het verstandelijke vermogen ("dumb" = "stom") van een doof persoon. De vertaling van de toevoeging "mute" in engels "mute" naar "stom" in het Nederlands valt dan ook in twee opzichten als dubieus te kenmerken. Ten eerste impliceert "doofheid" niet dat er geen stemgeluid kan worden voortgebracht of dat een doof persoon niet tot spraak kan komen (mute, stom). Ten tweede kent het woord 'stom' in het Nederlands meerdere betekenissen of brede interpretatie (die geen van alle zonder meer gekoppeld mogen worden aan doofheid). Het betekent ook dat dove ook niet gebarentaal had geleerd. Daar waar doofheid als beperking bestaat in combinatie met andere beperkingen (bijvoorbeeld in syndromen), kunnen die beperkingen indien nodig specifiek worden benoemd. Vandaag de dag wordt bij voorkeur alleen de term "doof" gebruikt.[3]

Doofstom als scheldwoord[bewerken]

Door nieuwe spraakmethoden kunnen sommige vroegdoven hun spreekvaardigheid wel verbeteren. De vroegdoven hadden niet alleen moeite met spreken maar beheersen ook moeite met taalbeheersing. Toch kan niet iedereen spraakverstaan van dove volgen. Veel doven ervaren de term doofstom als een scheldwoord.

Geschiedenis[bewerken]

De term "doofstom" verscheen voor het eerst in de Codex Hammurabi, een oude set wetten uit ongeveer 1700 voor Christus.[4] De term komt ook voor in oude Griekse geschriften uit de zevende eeuw voor Christus.

Doofstomheid in kunst en literatuur[bewerken]

De term doofstom wordt gebruikt in The Catcher in the Rye om iemand te omschrijven die nooit zijn mening uit of meningen van anderen wil horen, en zo geïsoleerd raakt van de wereld.

Chief Bromden, uit One Flew Over the Cuckoo's Nest, wordt door velen gezien als doofstom, maar kan in werkelijkheid wel horen en spreken.

In de film Babel wordt het personage Chieko Wataya, gespeeld door Rinko Kikuchi, in de ondertiteling vaak omschreven als doofstom. Het is onbekend of de ondertiteling deze term letterlijk uit het Japans vertaalt, of dat sprake is van een verbastering van het Japanse woord voor doof.

Het personage Singer uit de roman The Heart Is a Lonely Hunter, geschreven in 1940, wordt een aantal keer omschreven als 'doofstom'.

Het personage Zorro wordt in veel werken vaak bijgestaan door een 'doofstom' hulpje genaamd Bernardo, maar daar is duidelijk dat hij wel doof is, maar zeker niet stom (in de zin van achterlijk).

Bronnen, noten en/of referenties
  1. What is Wrong with the Use of these Terms: "Deaf-mute", "Deaf and dumb", or "Hearing-impaired"? (uit web.archive) 6
  2. Legallaw terms (uit web.archive.org)
  3. Moore, Matthew S. & Levitan, Linda (2003). For Hearing People Only, Answers to Some of the Most Commonly Asked Questions About the Deaf Community, its Culture, and the "Deaf Reality", Rochester, New York: Deaf Life Press, ISBN 0-9634016-3-7
  4. http://www.diligio.com/pre-classical.htm.