Doornroosje (ballet)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Doornroosje (Russisch: Спящая красавица, Spiashchaja krasavitsa) is een ballet geschreven door Pjotr Tsjaikovski. De eerste uitvoering vond plaats in het Mariinskitheater in Sint-Petersburg in 1890. Het werk wordt over het algemeen gezien als het meest geraffineerde balletstuk van Tsjaikovski en is een van de bekendste balletten geworden.

Doornroosje was de tweede van de drie balletten gecomponeerd door Tsjaikovski. Het oorspronkelijke scenario was afkomstig van Ivan Vsevolozhsky en was gebaseerd op Charles Perraults La Belle au bois Dormant. De choreograaf van de originele productie was Marius Petipa.

Geschiedenis[bewerken]

Tsjaikovski was benaderd door de directeur van de Imperial Theatres in Sint-Petersburg, Ivan Vsevolozhsky, op 25 mei 1888 over een mogelijk aanpassing op het onderwerp van het verhaal Undine. Later was besloten dat Charles Perraults La Belle au bois Dormant het verhaal zou zijn waarvoor Tsjaikovski het muziek zou componeren.

Het scenario waaraan Tsjaikovski werkte was gebaseerd op de Gebroeders Grimms versie van Perraults werk getiteld Dornröschen. In die versie hadden de ouders van de prinses, de koning en de koningin, die honderd jaar slaap overleefd om het huwelijk van de prins en prinses te vieren. Vsevolozhsky had sommige karakters van Perraults andere verhalen overgenomen in het ballet.

De choreograaf was Marius Petipa, balletmeester van het Mariinskiballet. De aandacht van het ballet was gelegd op de twee tegenstrijdige krachten: goed en kwaad. Beide hebben een leidmotief die belangrijk zijn voor het onderliggende plot. Echter, akte III wijkt af van de twee motieven en zet de aandacht op de individuele karakters.

Uitvoerende geschiedenis[bewerken]

St. Petersburg première (wereldpremière)

Moskou première

Verhaal[bewerken]

Behalve de boze fee Carabosse zijn alle feeën uitgenodigd op het doopfeest van prinses Aurora. De wraak van Carabosse is zoet: op haar zestiende zal Aurora zich prikken aan een spinnewiel en sterven. Gelukkig kan de Lila Fee die vloek verzachten: Aurora zal niet sterven maar honderd jaar slapen en door de kus van een prins ontwaken. Om al dit gedoe te voorkomen laat de vader van de prinses alle spinnewielen in het land verbranden. Als Aurora zestien wordt komen vier prinsen om haar hand vragen.

Maar dan ziet Aurora een onbekende vrouw met een spinnewiel in de torenkamer. Voor iemand haar kan tegenhouden heeft de prinses zich al geprikt. Iedereen valt in slaap en in de loop der jaren wordt heel het koninkrijk kasteel overwoekerd door rozenstruiken. Honderd jaar later leidt een der goede feeën een jagende prins naar het kasteel van de slapende Aurora. Hij verslaat daar de boze fee en wekt het prinsesje met een kus.

Op de bruiloft vieren andere sprookjesfiguren zoals Roodkapje en de Gelaarsde kat het feest mee.

Personages[bewerken]

Het koninklijk huis:

  • Koning Florestan XIV
  • Koningin
  • Prinses Aurora, hun dochter
  • Catalabutte, de ceremoniemeester
  • Hovelingen, bruidsmeisjes, lakeien

De feeën:

  • Candide (vrijmoedigheid)
  • Coulante, Fleur de farine
  • Miettes qui tombent (vallende broodkruimels)
  • Canari qui chante (Zingende kanarie)
  • Violente (Kracht)
  • De Lila Fee
  • Carabosse
  • De Gouden, Zilveren, Safieren en Diamanten Feeën

De 4 prinsen:

  • Prins Chéri
  • Prins Charmant
  • Prins Fortuné
  • Prins Fleur de Pois

Jachtgezelschap van de prins:

  • Prins Désiré (Florimund)
  • Gallifron, Prins Désirés tutor
  • Vrienden van Prins, hertoginnen en baronnessen

Andere sprookjesfiguren:

  • Gelaarsde kat
  • Witte kat
  • Prinses Florine
  • Blauwvogel
  • Roodkapje
  • Grijze wolf
  • Assepoester

Symboliek[bewerken]

Doornroosje is de ziel, die op aarde komt om haar weg door deze moeilijke verwarrende wereld te vinden. Zij wordt bij de aanvang gezegend met elke Goddelijke zegen die de ziel nodig heeft om het leven op aarde te kunnen doorstaan en ten slotte het innerlijke doel te kunnen bereiken. Alleen de dertiende fee, de boze, brengt weer moeilijkheden, als Doornroosje 16 jaar zal worden en geen kind meer zal zijn. Dan zal zij sterven, met andere woorden: dan zal ze vallen in de macht van het valse ego, die de ziel verhinderen zal haar doel te bereiken, als het werkelijke leven gaat beginnen en de kindertijd voorbij is.

Het spinnewiel, dat de draden van het leven spint, waarlangs de ziel haar weg door het leven gaat, is hier het symbool van. De mens komt steeds sterker in de macht van zijn ego, zodat langzamerhand zijn ziel, zijn werkelijk diepste wezen in slaap valt, onbewust van zichzelf en zijn eigen schoonheid en kracht.

Wanneer de mens innerlijk slaapt, innerlijk niet van schoonheid vervuld is, dan weerkaatst hij dat ook naar buiten, zodat ook zijn gehele omgeving als dood wordt en alle schoonheid en inspiratie mist. De mens, al is hij nog zo uitgeslapen en op zijn voordeel bedacht en al weet hij nog zoveel van het leven te verkrijgen, gaat toch in werkelijkheid onbewust en zonder innerlijke vreugde en realisatie door het leven. En de mens die innerlijk als dood is, wordt uiterlijk stekelig en onvriendelijk en steeds moeilijker toegankelijk voor hen, die toenadering tot hem zoeken. Vandaar de doornenheg, die steeds dikker wordt, zodat ieder die tot de ziel wil naderen er in blijft steken.

Dan komt weer het grote ogenblik der verlossing, wanneer de Meesterziel, de Messias weet door te dringen door alle uiterlijke hinderpalen en ten slotte het diepste wezen der ziel raakt. Deze ontwaakt en begint zich te verwonderen, het eerste teken van het bewust worden der ziel.

En dan ten slotte volgt het huwelijk, de bereiking van het hoogste doel dat de mens hier op aarde bereiken kan, het eenworden met de Meester.