Doornspijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Doornspijk
Plaats in Nederland
Doornspijk
Doornspijk
Doornspijk
Situering
Provincie Gelderland
Gemeente Elburg
Coördinaten 52°25'N  5°48'E
Algemeen
Oppervlakte 21,08 km²
Inwoners (2007) 4090
Portaalicoon   Nederland

Doornspijk (Nedersaksisch: Doospiek) is een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland; het is nu onderdeel van de gemeente Elburg.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] De naam Doornspijk

De oudste vermelding van omstreeks het jaar 800 spreekt van de Villa Thornspiic. Daaronder wordt verstaan een nederzetting met een zekere kern, de plaats waar de eigenaar van het landgoed woonde. Zo'n villa bestond uit verscheidene boerderijen die soms zelfs op vrij grote afstand van het middelpunt lagen. In het jaar 1025 gaf koning Koenraad II drie boerderijen in Dorenspic aan zijn dienstman Werner. Met deze vermelding van Doornspijk wordt een gebied aangeduid waarvan de grenzen werden vastgesteld door de kerkelijke overheid. Zo'n kerkelijk gebied heette een ker(k)spel en omvatte tenminste 120 gelovigen. De grenzen van dat kerspel zijn op enkele kleine veranderingen na gehandhaafd als gemeentegrenzen van de gemeente Doornspijk. In 1332 gebruikten de schepenen van Elburg bij een handelsovereenkomst in het Duitse Lübeck het geheimzegel van Dorenspijt. Ze gaven als verklaring voor hun handelwijze: "Onze stad droeg oudtijds de naam Dorenspijt".

In de 16e eeuw kreeg het gebied aan het einde van de Kerkdijk de naam Doornspijk. Na het zelfstandig worden van Elburg vormde de kerk aan zee het nieuwe centrum van het kerspel Doornspijk. In 1825 stortte de kerk aan zee in en verhuisde de naam Doornspijk naar het gebied tegenover het erf Klarenbeek. Tenslotte werd bij de gemeentelijke indeling van Nederland in de twintigste eeuw vastgesteld dat Doornspijk ook de gemeentenaam zou zijn.

[bewerken] Oudste geschiedenis

Het oudste gedeelte van Doornspijk vinden we langs de Bovenweg bij Wessingen en Aperloo. In het moerassige kustland van het Almere leefden zo weinig mensen dat Wessingen en Aperloo al voor het jaar 800 kerkelijk bij Epe werden ingedeeld. De namen worden door deze kerkelijke indeling als volgt verklaard: West Enge is de Enk ten westen van Epe en Aperloo zou dan Eperloo moeten zijn met de betekenis Bos van Epe. Deze kerkelijke indeling vinden we terug in een eeuwenoud gebruik. Elk jaar kwam de pastoor van Epe met ham en bier naar Wessingen. In ruil daarvoor ontving hij zijn aandeel in de graanoogst. De kerk van Epe kende de Wessinger banken en het kerkhof had een speciale hoek voor de bewoners van Wessingen.

Deze oude Wessinger traditie van het "Papenzaad" voert terug naar de tijd van Liudger, apostel der Friezen. Er was een jongeman uit de omgeving van Doornspijk onder zijn gehoor. Deze raakte zo geboeid door die vreemde woorden van liefde en genade dat hij zich liet dopen. In navolging van de eerste christenen gaf hij al zijn Doornspijkse bezittingen weg; niet aan de armen maar aan Liudger. In de akte van overdracht wordt voor de allereerste keer de naam Doornspijk genoemd of zoals het toen beschreven werd: "in villa que nuncupatur Thornspiic". Deze akte van overdracht teruggevonden in het klooster van Werden aan de Roer in Duitsland. Dit klooster werd in 796 door Liudger gesticht. Om van dit klooster een centrum van beschaving en geleerdheid te maken, gaf ook hij op zijn beurt zijn bezittingen weg, waaronder die in Doornspijk.

[bewerken] Horigen en vrije boeren

Jaarlijks kwam de abt van het klooster te Werden naar Horst om zijn bezittingen te inspecteren. De jaargelden werden geïnd en het beheer voor het volgend jaar vastgesteld. Als het zakelijk gedeelte met zijn horigen naar tevredenheid was afgehandeld, volgde een dankdienst voor de gelovigen uit de wijde omgeving. Deze bijeenkomst werd gehouden in het kerkje aan de zee, dat ook bezit was van het klooster in Duitsland.

De bisschop van Aartsbisdom Utrecht was een andere grootgrondbezitter met eigendommen onder Horst. Deze voerde niet zelf het beheer over zijn bezittingen, maar leende zijn rechten aan Herbert, Heer van Putten. Ook Herbert vond het voordeliger om dit geleende goed niet zelf te beheren. Op zijn beurt leende hij het uit aan zijn broers Helpricus en Henricus, aan Bertoldus van Elburg en Johannes Spaan. Al deze leningen brachten geld op dat uiteindelijk door de boeren -horigen- moest worden verdiend. Een andere voorname grondbezitter met vele goederen onder Horst was de Graaf van Gelre.

Boeren die op zijn land werkten, waren horigen. Zij hoorden als het ware bij de inventaris van het bedrijf. Als een vrij man op zo'n boerderij wilde werken, moest hij zich eerst aan de horigheid onderwerpen. Weinigen voelden voor een levenslange loopbaan als horige en vroegen om een tijdelijk dienstverband van bijvoorbeeld zes jaar. Als de graaf hiermee instemde, verleende hij voor die periode "opruckinge". Deze rechtsverhouding is tot het jaar 1792 normaal geweest in alle buurtschappen onder Doornspijk.

Toch kregen de boeren vanaf de 14e eeuw ook de mogelijkheid om eigen grond in bezit te krijgen. Maar dat waren wel woeste gronden, die eerst ontgonnen moesten worden. "De eerste boer werkt zich dood, de tweede heeft een weinig brood en pas de derde voelt zich groot" volgens een oude zegswijze. Het ontginningswerk was zwaar handwerk. Vooral lager gelegen gronden als de Waterlandse Polder zijn een voortdurende zorg geweest. Regelmatig tobde men met de afvoer van hemelwater. Niet voor niets is De Soppenhof op een terp gebouwd en spreekt de naam boekdelen.

Als resultaat van gemeenschappelijke inspanning hadden de boeren een sluisje in de Papenbeek laten bouwen. Jarenlang lukte het de twee sluismeesters voldoende geld voor onderhoud bij elkaar te brengen. Totdat in 1862 in een klap alles vernield werd door overstroming. Voor een nieuwe sluis hadden de boeren geen geld. Dit was de aanleiding om van dit gebied een polder te maken. Uiterlijk veranderde er niets maar een dergelijke status gaf wel het recht de gehele bevolking aan te slaan. Op deze wijze kwam er spoedig geld voor een nieuw Vossensluisje. De naam Papenbeek herinnert aan de tijd, waarin de pastoor van Doornspijk tot aan de beek landerijen had. Hij had deze nodig voor zijn kudde. De parochie kon niet volledig in zijn onderhoud voorzien, daarom hield hij schapen. Toch moeten er ook rijke boeren geweest zijn in vroeger dagen, want in 1951 werd een geldschat gevonden in de buurt van de Klompenburg. Deze boerderij is een van de weinige die in Horst overbleef na de stormvloed van 1825.

[bewerken] Bijssel

Herbertus van Putten en zijn familie hadden in 1313 13 foliobladen nodig om al hun bezittingen vast te leggen. Er werd nauwkeurig boek gehouden. Er valt bijvoorbeeld uit op te maken dat Gerardus van Bijssel jaarlijks op St. Maarten 35 geldstukken en vier kapoenen moest leveren als vergoeding voor één weiland. De buren van Bijssel hebben een Mheen gehad. Net als in Elburg bestond daarop het recht van voor- en naweide. De voorweide was voor "40 hameIen en een ram van Midden Meert tot Mayavont". De Graaf van Gelre had in Bijssel 18 boerderijen, waarop horigen werkten en de bisschop van Utrecht had ook belangen in dit gebied. "Het goet tot Bijssell," een versterkt adellijk huis, was in de loop der jaren in bezit van verschillende geslachten waaronder die van Zwaluwenburg bij Elburg. Achter het huis waren een hof, plantages en vijf landerijen. Volgens overlevering is het huis driemaal verplaatst vanwege voortdurende afkalving van de kust. Het bestaat al lang niet meer.

[bewerken] De Werfhorst

De bekendste van de zeven herengoederen van de graaf van Gelre is hier ongetwijfeld de Mesenberch, waar een weg naar genoemd is. De boeren van de Werfhorst hadden overal in de wijde omgeving woeste gronden gekocht om door ontginning een eigen bestaan op te bouwen. Dit had wel tot gevolg dat hun akkertjes vaak flink verspreid lagen. Wegen waren er nauwelijks in die dagen, zodat al vroeg in de herfst het leven zich op de boerderij terugtrok. Door plotselinge sterfgevallen, overstromingen, oorlogen en andere rampen kwam het regelmatig voor dat de erfgenamen niet alle familielanden opeisten. Pas bij de instelling van het kadaster in de Franse tijd bleek hoe groot de chaos was. Veel kadasterambtenaren hebben zichzelf in die tijd bevoordeeld door gronden die geen eigenaar hadden op eigen naam te zetten.

De Werfhorst ligt op één van de zandruggen, die evenwijdig met de kust lopen. Zo'n zandrug bemoeilijkte de afwatering naar zee. Nadat in 1825 de kerk aan zee was weggespoeld, is de buurtschap Werfhorst uitgegroeid tot de kern die nu Doornspijk heet. De aanleg van de Zuiderzeestraatweg werkte stimulerend op de groei van het dorp. Op de oude Werfhorst kwam een tolgaarderswoning. Een nieuw huis vlak voor de bocht in de weg heeft die oude naam overgenomen.

De plaats van het tolhuis geeft het vroegere centrum van de Werfhorst aan. Het tegenwoordige centrum van Doornspijk ligt tegenover Landgoed Klarenbeek. Tussen de beide kerken door loopt een weg naar het gemeenschapscentrum "De Deel". Het hart van Doornspijk wordt gevormd door een medisch centrum en een grote kei. Zo'n kei vertelt iets over het ontstaan van het Doornspijkse landschap. Zulke stenen zijn in de ijstijd met het ijs mee naar Nederland gekomen. Ook de grintgroeven langs de kust en op de Haere zouden overblijfselen uit die tijd zijn. Door de uitbreidingen van het schietterrein zijn de groeven niet meer in gebruik, maar voorheen kwam het merendeel van de keitjes voor de stoepen in Elburg uit deze omgeving.

[bewerken] Wessinge

Zie Wessinge voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

[bewerken] Zudendorp

Onder de naam Zudendorp was vroeger de Hoge Enk bekend. Een van de heerlijke rechten was het recht van molenwind in het gebied Doornspijk en aanvankelijk ook in Elburg. Deze stad erkende dit recht niet en weigerde te betalen. In 1363 deed de Hertog van Gelre uitspraak in dit geschil. Elburg werd van belasting vrijgesproken, maar Doornspijk moest blijven betalen voor de molen op de Enk. Tot 1847 stond de molen op de kaart afgebeeld op het kruispunt tegenover de huidige Mattanjaschool. Op het kruispunt van de Gerichtenweg met de Diepe Steeg stond vroeger de galg van het gericht. Even verder leidt een zijweg naar de Stoopschaar, een oude buurtschap bestaande uit slechts enkele boerderijen.

[bewerken] Aperloo

Aperloo is een cirkelvormig gebied met een doorsnede van ca anderhalve kilometer. Het centrum wordt gevormd door de boerderij. Aan de ronde vorm is te zien dat dit gebied al zeer vroeg in cultuur gebracht was. Rechte lijnen in het landschap duiden op de ontginningen waar op de Noordwest-Veluwe vermoedelijk al in de 12e eeuw een begin mee is gemaakt.

In 1837 ontdekte H.R. Sneller in Aperloo op ongeveer een meter onder de grond een stuk weg geplaveid met keistenen. Deze stenen kon hij goed gebruiken voor zijn eigen woning. Tijdens het verslepen viel zijn oog op een merkwaardige steen met twee gaten erin. Men vermoedde dat het om een Voor-Romeinse molensteen ging. In hetzelfde gebied werd ook een middeleeuwse wijnkan gevonden.

In Aperloo is in het jaar 1521 een veldslag uitgevochten. Een Overijssels legertje was bij het Katerveer overgestoken. Het stroopte de Veluwe af tot aan de Hierdense Beek bij Harderwijk. Met rijke buit werd de terugtocht ingezet. De feestvreugde over deze geslaagde operatie werd wreed verstoord door een Gelders leger bestaande uit 300 ruiters en 1800 man voetvolk. De nederlaag in de velden van Aperloo was verpletterend. Twee koperen kanonnen werden naar Elburg gesleept. Ter nagedachtenis aan deze gedenkwaardige veldslag stonden ze tweehonderd jaar in het stadhuis opgesteld. Daarna zijn ze verkocht voor oud metaal.

[bewerken] Noordelijke gebieden

Het gebied van de voormalige gemeente Doornspijk ten noorden van Elburg strekte zich uit van de Wijkwetering tot aan Noordeinde. Dit gebied heet Polder Oosterwolde. Alleen een enkele bomengroep van de minstens vierhonderd jaar oude eendenkooi verstoort het beeld van de eindeloze groene vlakte. In 1359 werd de Zomerdijk aangelegd. Eigenlijk kon men nauwelijks spreken van een dijk, het was meer een kade, net hoog genoeg om in de zomermaanden het zeewater uit de polder te houden. Tijdens de winter overstroomde het gebied een of twee keer. De weinige boeren die er woonden, waren hierop voorbereid en hadden hun huizen op terpen gebouwd. Langs de Zomerdijk vormde zich op deze wijze zelfs nog een buurtschap die Dijkhuizen werd genoemd. Tijdens de hevige storm van 1776 werden elf huizen hiervan verwoest, zeven mensen verloren het leven.

Halverwege de dijk staat de oude polderschuur. Hierin werd het gereedschap opgeslagen dat nodig was voor het onderhoud van de dijk en de polder. Dit was een voortdurende zorg. Soms kon een boer zijn dijkverplichtingen niet meer nakomen. Tijdens de jaarlijkse dijkschouw ging hij dan in zijn hemd staan om de dijkgraaf te laten weten dat hij afstand deed van zijn land. Later werd deze vernederende manier van doen afgeschaft en hoefde hij enkel maar een schop in de grond te steken.

Tot 1955 stonden de huizen op Noordeinde allemaal achter de dijk. Door afgraving is er nu een fraai vrij uitzicht naar het noorden. Halverwege Noordeinde staat een grappig boerderijtje met de naam Hagedoorn. De stenen die ervoor liggen zijn van de Noordermerksluis geweest. De polder Oosterwolde had vier merken met een eigen afwateringssysteem. De drie merken naar Elburg toe loosden het overtollige water rechtstreeks op de Zuiderzee. Het Noordermerk lag hiervoor te laag. Vandaar dat er een windmolen op Noordeinde heeft gestaan. Langs de Grote Woldweg ligt de Oosterwoldsche Molenvliet als herinnering aan die tijd.

Aan de vroegere hoofdweg naar Kampen ligt het schooltje van Noordeinde. Sinds 1887 is er een eigen gebouwtje geweest. Daarvoor werd er les gegeven in een boerderijtje dat in de Franse tijd ook nog douanestation voor de Fransen is geweest. De eerste steen van het bijzondere kerkje van Noordeinde is gelegd op 2 oktober 1845. De bouw hiervan is te danken aan koning Willem III. Hij bepaalde dat, toen de kerk van het Kerkdorp werd verplaatst naar de Zandweg, er op het Noordeinde een nieuw Godshuis moest worden gebouwd. In de nacht na de intredepreek van de oefenaar G. de Leeuw stroomde de kerk vol water tot twee meter hoog. Ook 1916 was door de overstroming een rampjaar.

Verder langs de Grote Woldweg komen we langs een strook natuurgebied waar hoog opgaand riet de polder doorsnijdt. In het voorjaar liggen hier grote rietbundels langs de weg. Dit land was vroeger in het bezit van de bekende familie Daendels uit Hattem. Na de roerige patriottentijd rond 1790 hebben zij zich hier bezig gehouden met het afgraven van veen voor turf. Volgens Haasloop Werner heeft generaal Daendels hiervan maar weinig plezier gehad. Het kostte meer dan het opleverde.

Het is moeilijk voor te stellen dat het Kerkdorp ooit het centrum van Oosterwolde is geweest met een kerk in het midden. Nu grazen er alleen nog maar schapen en konijnen op het kerkhof. Het steeds weerkerende water heeft de mensen doen besluiten naar de Zandweg te verhuizen en daar een nieuwe kerk te bouwen. Slechts weinigen zijn achtergebleven.

Even voorbij het Kerkdorp is een afslag naar rechts, de Winterdijk op, naar Hof ter Eekt. De Winterdijk ziet er niet als zodanig uit, maar aan de kolk, de Wakolk, rechts van de weg is te zien dat hier een dijkdoorbraak is geweest.

Aan het einde van de Grote Woldweg ligt sinds 1845 het nieuwe dorp Oosterwolde op de plaats waar het voorheen Zandweg heette. Tot 1976 werd het dorpsbeeld bepaald door de hervormde kerk en de korenmolen "De Zon". In dat jaar brandde de 19e eeuwse beltmolen af. Even voorbij de plaats waar de molen stond is de afslag naar de Eekterweg. Daar heeft in 1343 het klooster van Oosterwolde gelegen. De plaats wordt in de 17e eeuw nog aangeduid als "gelegen bij d' windemolen aen Saentwegh". De Eekterweg loopt dwars door de buurschap Eekt. De vele prachtige boerderijen doen vermoeden "dat ossen en koeyen hier welig groeyen". Dit opschrift stond op een glazen bokaal in de oude kerk van Oosterwolde.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • geplaatst met toestemming van 'Heemkundekring Arent thoe Boecop' (041214)
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken