Doorsnede (meetkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Doorsnede van mondstuk van trompet

De doorsnede van twee geometrische figuren is de verzameling punten die ze gemeen hebben. De wiskunde behandelt de doorsnede (verzamelingenleer) in brede theoretische zin.

In praktische zin wordt een doorsnede van een driedimensionaal voorwerp gedefinieerd als de figuur die ontstaat door het voorwerp met een plat vlak te doorsnijden. In dit geval gebruiken we (vooral bij een langwerpig figuur) de term doorsnede ook voor de oppervlakte van die figuur bij een doorsnijding loodrecht op lengterichting. Ze wordt aangeduid met het symbool Ø.

Zo is de doorsnede van een rechte cirkelcilinder de oppervlakte van een cirkelschijf (het grondvlak). De doorsnede van een balk van 4 × 4 × 300 cm is 16 vierkante centimeter (cm2), het oppervlak van een vierkant van 4 × 4 cm.

Doorsneden worden veel gebruikt in technische tekeningen. De doorsnede is bepalend voor de sterkte van een voorwerp (touw, balk, spier)of voor het debiet van een pijp. Ook in de elektriciteitsleer wordt doorsnede veel gebruikt om de mate van stroomgeleiding van geleiders en de mate van isolatie van niet-geleidende stoffen te bepalen.

Het woord doorsnede wordt (meetkundig onjuist) ook gebruikt om de middellijn of diameter van een cirkel aan te duiden[1]. Dit is wiskundig geen correct woordgebruik, maar het is buiten de meetkunde algemeen ingeburgerd.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal, 's-Gravenhage 1970