Dorothea van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
| Dorothea van Sleeswijk-Holstein | ||
| 1636-1689 | ||
| Hertogin van Pruisen | ||
| Periode | 1668-1688 | |
| Voorganger | Louise Henriëtte van Nassau | |
| Opvolger | Sophie Charlotte van Hannover | |
| Vader | Filips van Sleeswijk-Holstein | |
| Moeder | Sophie Hedwig van Saksen-Lauenburg | |
Dorothea Sophie van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg (Glücksburg, 28 september 1636 - Karlsbad, 6 augustus 1689) was een dochter van Filips van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg en Sophie Hedwig van Saksen-Lauenburg. Zij was dus een achterkleindochter van de Deense koning Christiaan III.
Zij was in 1653 gehuwd met Christiaan Lodewijk van Brunswijk-Lüneburg, de zwager van de Deense koning Frederik III. Dit huwelijkbleef kinderloos. In 1665 overleed haar echtgenoot en zij trok zich als weduwe terug in het kasteel van Herzberg am Harz. Zij hertrouwde in 1668 met keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg en werd de moeder van:
- Filips Willem (1669-1711), markgraaf van Brandenburg-Schwedt,
- Maria Amalia (1670-1739), gehuwd met Karel, zoon van Gustaaf Adolf van Mecklenburg-Güstrow (-1688) en met Maurits Willem van Saksen-Zeitz (1654-1718)
- Albrecht (1672-1731), markgraaf van Brandenburg-Schwedt, gehuwd met prinses Maria Dorothea (1684-1743), dochter van hertog Frederik II Casimir Kettler van Koerland,
- Karel (1673-1695), gehuwd met Catharina van Balbiano (-1719),
- Elisabeth Sophia (1674-1748), gehuwd met Christiaan Ernst van Brandenburg-Bayreuth (1644-1712) en met Ernst Lodewijk I van Saksen-Meiningen (1674-1724),
- Lodewijk Christiaan (1677-1734).
Om financiële toekomst van haar zoons te verzekeren, verwierf zij onder meer in 1670 de heerlijkheid Brandenburg-Schwedt.
Het Berlijnse historische stadsdeel Dorotheenstadt is naar haar genoemd.