Douglas DC-3

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
DC-3
DC-3 Classic Air.JPG
Fabrikant Douglas Aircraft Company
Lengte 19,66 m
Spanwijdte 29,98 m
Hoogte (vanaf de grond) 5,16 m
Leeggewicht 7.700 kg
Max. reikwijdte 2.160 km
Aantal gebouwd 10.655 + 4.937 in licentie
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

De DC-3 is een vliegtuig van de Amerikaanse vliegtuigfabriek Douglas Aircraft Company. Vanaf 1935 zijn er 10.655 exemplaren van gebouwd, plus 4.937 stuks in licentie. Het toestel wordt zelfs in de 21e eeuw nog voor commerciële vluchten ingezet. Daarnaast bezitten diverse vliegclubs een luchtwaardige DC-3.

De RAF noemde het toestel Dakota; de Amerikanen spraken van Gooney Bird. Bij de Amerikaanse strijdkrachten waren diverse typen in gebruik: C-47 (Skytrain), C-49, C-50, C-52, C-53 (Skytrooper), C-68, C-84, C-117; bij de Amerikaanse marine werd het toestel als R4D aangeduid.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

De DC-3 werd ontwikkeld uit de DC-2. In de Verenigde Staten bestond vraag naar een toestel waarin passagiers konden slapen, zodat transcontinentale vluchten mogelijk werden. Aanvankelijk was het toestel dan ook met slaapbanken uitgerust. Het werd toen DST genoemd (Douglas Sleeper Transport). Latere versies hebben echter normale stoelen; aanvankelijk 28 stuks, en later 35 stuks. Zij kregen de typeaanduiding DC-3.

De DC-3 maakte op 17 december 1935 zijn eerste vlucht. Het robuuste en betrouwbare toestel werd tijdens en na de Tweede Wereldoorlog ook ingezet als passagiersvliegtuig, transportvliegtuig, sleepvliegtuig (onder meer voor de Horsa-zweefvliegtuigen die bij de Slag om Arnhem werden gebruikt) en voor troepentransport en gewondentransport.

Na de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de militaire DC-3's aan burgerluchtvaartmaatschappijen verkocht. Zo speelde het toestel een belangrijke rol in de ontwikkeling van de burgerluchtvaart. Een deel van de militaire vloot bleef echter actief. Militaire DC-3's werden ingezet tijdens de luchtbrug naar Berlijn in 1948 en 1949. Zelfs tijdens de Vietnamoorlog werden nog DC-3's gebruikt. Naast hun gebruikelijke taken kregen sommige DC-3's een rol als gunship. De bewapening werd daartoe opgevoerd. Deze toestellen kregen de typeaanduiding AC-47.

[bewerken] Li-2 en Showa L2D

Van 1938 tot 1952 werden DC-3's in de Sovjet-Unie in licentie gebouwd onder de typeaanduiding Li-2 (Ли-2). Dit type was uitgerust met М-62ИР-motoren, die 1000 pk leverden, en met verkorte vleugels (spanwijdte 28,81 meter, in plaats van 29,98 meter). De Li-2 had met maximaal 322 km/h een lagere topsnelheid, maar doordat de motoren zuiniger waren lag het maximum vliegbereik op 2.600 km, tegen 2.160 bij de DC-3. In totaal werden 4.937 stuks gebouwd, in allerlei varianten waaronder militaire versies. Tegenwoordig zijn er nog maar enkele Li-2's luchtwaardig.

In Japan en Mantsjoerije werd de DC-3 door Mitsui in licentie gebouwd onder de typeaanduiding Showa L2D. Het werd gebruikt voor troepentransport. De licentieovereenkomst met Douglas werd in februari 1938 getekend. Toen de oorlog tussen Amerika en Japan begon werden licenties onbelangrijk. Aan het einde van de oorlog waren er al bijna 500 van gebouwd.

[bewerken] Nederland

Dakota tijdens dropping op Ginkelse heide op 16 september 2006 ter herdenking van de Slag om Arnhem
Een DC-3, opgesteld nabij de Praagse luchthaven Ruzyně
DC-3 in Nieuw-Zuid-Wales, Australië

In Nederland werd de eerste DC-3 in 1936 afgeleverd. Het toestel werd door de KLM gebruikt onder de naam Ibis. In totaal kocht de KLM voor de oorlog 23 toestellen van dit type. De DC-3 maakte het mogelijk om de frequentie op de Indiëlijn van tweemaal naar driemaal per week op te voeren. Bovendien werd het mogelijk het luchtrecht (een toeslag) op luchtpost af te schaffen.

Na de Duitse inval in mei 1940 werden vijf DC-3's van de KLM door de Duitse Luftwaffe gevorderd. Daarnaast werd een aantal toestellen bij de bombardementen op Luchthaven Schiphol vernietigd. Enkele DC-3's verbleven tijdens de inval in het buitenland. Enkele daarvan werden naar Engeland gedirigeerd. Daar werden ze gecharterd door de BOAC die er gedurende de oorlog een geregelde lijndienst tussen Bristol en Lissabon mee uitvoerde. Daarbij werd de Ibis boven de Golf van Biskaje op drie verschillende keren aangevallen en werd de laatste keer neergeschoten door Duitse jachtvliegtuigen (BOAC vlucht 777).

Een aantal andere KLM DC-3's was in Napels gestationeerd. Sinds het uitbreken van de oorlog in 1939 was dit het beginpunt van de Indiëlijn. Deze toestellen werden overgedragen aan de KNILM en bleven tot en met februari 1942 tweemaal per week een dienst onderhouden tussen Lyda in Palestina en Batavia. Tijdens het oprukken van het Japanse leger in februari en maart 1942 voerden deze toestellen evacuatievluchten uit van Java naar Australië. Het deel van de vloot dat ontkwam werd gevorderd door het Amerikaanse leger. Een van deze toestellen, de voormalige PH-ALW Wielewaal, bestaat nog steeds. Dit toestel maakt tegenwoordig deel uit van de collectie van het Queensland Air Museum in Australië.

Na de Tweede Wereldoorlog werd bij de KLM en veel andere maatschappijen de rol op de intercontinentale lijnen overgenomen door onder meer de Douglas DC-4 en de Lockheed Constellation. De DC-3 bleef echter nog tot in de jaren '60 in gebruik op Europese routes.

In 1974 speelde een DC-3 een belangrijke rol in de door Wim Verstappen geregisseerde speelfilm Dakota.

De Dutch Dakota Association (DDA) houdt twee DC-3's luchtwaardig, en voert hiermee voor donateurs en anderen vluchten uit. Tijdens zo'n vlucht met het eerste toestel van de Association, de PH-DDA, vond op 25 september 1996 boven de Waddenzee een ernstig ongeluk plaats, waarbij alle 32 inzittenden omkwamen. Deze vliegramp, die bekend staat als de Dakotaramp, leidde tot het aanscherpen van de Nederlandse regels voor het vliegen met historische toestellen.

De Dutch Dakota Association beschikt vanaf 2004 weer over twee DC-3's en voert met beide toestellen regelmatig vluchten uit.

De C-47 (DC-3) DDA PH-PBA, Prinses Amalia

Op 27- en 28 mei 2006 hield het Aviodrome te Lelystad een fly-in voor DC-3's.

[bewerken] Technische gegevens

Lengte 19,66 m
Spanwijdte 29,98 m
Hoogte 5,16 m
Aandrijving Twee Pratt & Whitney R-1830 Twin Wasp 14 cilinder-dubbelestermotoren van 1200 pk of twee Wright Cyclone SGR-1820 9 cilinder-stermotoren van 1000 pk (deze laatste motoren werden o.a. in de vooroorlogse DC-3's van de KLM gebruikt)
Topsnelheid 368 km/h op 2680 m hoogte
Vliegbereik 2.160 km
Bemanning drie of vier koppen (o.a. KLM en BOAC: twee piloten, een BWK en een telegrafist)
Vliegplafond 7.350 m
Leeggewicht 7.700 kg
Startgewicht 13.190 kg

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen