Dove varaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dove varaan
IUCN-status: Niet geëvalueerd
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Platynota (Varaanachtigen)
Familie: Lanthanotidae (Dove varanen)
Geslacht: Lanthanotus
Soort
Lanthanotus borneensis
Steindachner, 18787
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De dove varaan[1] (Lanthanotus borneensis) is de enige soort uit de familie dove varanen (Lanthanotidae).[2]

Naamgeving[bewerken]

De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Franz Steindachner in 1878. Oorspronkelijk werd de naam Lanthonotus borneensis gebruikt. De geslachtsnaam betekent letterlijk vertaald verborgen (lanthano) oren (otos). De dove varaan wordt wel beschouwd als levend fossiel, net zoals de coelacanth en de brughagedis.

Verspreiding en habitat[bewerken]

De dove varaan is zo zeldzaam dat er waarschijnlijk meer opgezette dan wilde exemplaren zijn en er is slechts een enkele populatie. De dove varaan komt alleen voor in Sarawak, een provincie van Maleisië op het eiland Borneo, waar hij in meertjes, beken en rivierarmen in bossen leeft, stromend water wordt vermeden. De dove varaan wordt vrijwel nooit waargenomen en het dier staat hoog op de lijst van uitstervende diersoorten.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De maximale lengte is ongeveer 50 centimeter, maar de meeste aangetroffen exemplaren blijven daar ver onder, en de kleur is meestal bruin tot bruingrijs; de varaan verandert niet van kleur in de paartijd. Het lichaam doet denken aan een zeer dunne kruising tussen een varaan en een korsthagedis, maar wetenschappelijk gezien ligt dat anders; ze hebben alleen eenzelfde voorouder. Dit vreemde dier ligt ingegraven of verstopt zich onder water tot het nacht wordt en hij gaat jagen. Om beter onder water te kunnen kijken, zijn de beweeglijke oogleden doorzichtig, zodat de varaan met gesloten ogen toch kan zien. De poten zijn kort maar krachtig en de schubben sterk gekield.

Het dier lijkt een beetje op uitgetrokken een krokodil, en heeft enkele zeer vreemde eigenschappen, zeker voor een varaanachtige. Zo ontbreken gehooropeningen; er zijn wel inwendige rudimentaire gehoororganen, maar de gehooropening is helemaal dichtgegroeid, en de dieren kunnen waarschijnlijk zeer slecht of niet horen. Waarschijnlijk kunnen ze wel goed trillingen voelen om prooien op te sporen. Het lichaam is zeer dun en heeft extreem kleine poten waarmee de varaan niet goed overweg kan op het land. De schubben zijn grof en met name op de flanken en rug vergroeid tot stekelachtige maar stompe bulten; over de rest van het lijf zijn ze duidelijk vergroot. De oogleden zijn doorzichtig en de ogen zijn erg klein, hoewel de plek waar het oog zit wel is te herkennen. De kop ziet er zeer primitief uit; zeer groot en stomp, zonder duidelijke ogen en de boven- en onderkaak zijn nauwelijks uit elkaar te houden, als bij een wormsalamander. De staart is zeer lang en heeft segment-achtige schubben op het einde; de staart is zeer beweeglijk en kan waarschijnlijk gebruikt worden als 'grijpvinger' voor houvast.

Leefwijze[bewerken]

Het voedsel bestaat waarschijnlijk uit wormen, weekdieren, vissen, amfibieën en kleine zoogdieren, en de dove varaan is voor een hagedis erg op het water aangepast. De dove varaan leeft uitsluitend ondergronds of onder water; alleen bij een overstroming of andere noodzaak wordt het land betreden.

Bronvermelding[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Referenties
  1. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 394, 395 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database – Lanthanotus borneensis
Bronnen
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Lanthanotus borneensis - Website Geconsulteerd 8 september 2014