Doventolk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Doventolk is de Nederlandse populaire term voor tolken die communicatie tussen doven en horenden vertalen. Er is kritiek tegen gebruik van deze - formeel onjuiste - term.[1]

Naast de Tolk Gebarentaal bestaat er ook nog de zogenaamde "Schrijftolk", die het gesproken woord met een speciaal toetsenbord (Veyboard) zichtbaar maakt als geschreven tekst.

  • In Nederland gebruikt men als officiële term "Tolk Nederlandse Gebarentaal", kortweg "Tolk Gebarentaal"
  • In Vlaanderen gebruikt men officieel "Tolk Vlaamse Gebarentaal", of "Tolk VGT"

Tolk Gebarentaal[bewerken]

De tolk vertaalt tussen gesproken taal en gebarentaal. De dove cliënt kan daarbij aangeven of hij zijn eigen stem wil gebruiken, of dat de tolk de gebaren van de cliënt moet vertalen naar gesproken Nederlands. Het laatste wordt ook wel stemtolken genoemd.

Een Nederlandse Tolk Gebarentaal kan afhankelijk van zijn/haar vaardigheden de volgende tolkmethoden aanbieden: Nederlandse Gebarentaal, Nederlands met Gebaren, of vierhandengebaren (voor doofblinden). Maar ook tolken door middel van een duidelijk mondbeeld, zonder gebaren, is een vaardigheid van de tolk Gebarentaal. Sommige tolken specialiseren zich in specifieke onderwerpen (GGZ, justitie, religie, kinderen, onderwijs, theater/muziek, etcetera). Er is een klein maar groeiend aantal tolken die zowel de vaardigheden van tolk gebarentaal als van schrijftolk beheersen.

In Nederland kan aan de Hogeschool Utrecht, bij het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies een vierjarige opleiding voor tolk/docent Nederlandse Gebarentaal gevolgd worden. Sinds april 2006 is deze opleiding door het Ministerie van Justitie toegevoegd aan de lijst van erkende tolkopleidingen.

In Vlaanderen heb je twee CVO instellingen die tolken Vlaamse Gebarentaal opleiden: VSPW in Gent en Crescendo in Mechelen.

Ontwikkeling van het beroep tolk Nederlandse Gebarentaal in Nederland[bewerken]

Oorspronkelijk werden vooral CODA's en andere familieleden van doven op vrijwillige basis ingezet als doventolken.

Gezien de grote vraag naar tolk gebarentaal, met name doordat meer doven door verbeterd dovenonderwijs naar MBO en hoger doorstroomden, werd de eerste parttime opleiding tolk Gebarentaal in 1984 op MBO-niveau te Bunnik opgezet.

Later bleek dat de mbo-tolk onvoldoende in staat was de enorme variëteit van opdrachten en taalniveaus te beheersen. De opleiding werd daarom in 1996 opgeheven om plaats te maken voor de hbo-opleiding Tolk/Docent Nederlandse Gebarentaal (NGT) aan de Hogeschool Utrecht in 1997. Deze hbo-opleiding is opgezet mede door de inzet van Sam Pattipeiluhu.

Een onderzoek voorafgaand aan de opleiding gaf aan dat er behoefte was aan ca. 800 tolken gebarentaal in Nederland, terwijl er toen ca. 70 tolken werkzaam waren. Door de grote toestroom naar de hbo-opleiding is inmiddelsanno 2009 in bijna een derde van deze behoefte voorzien.

In 1988 werd de Nederlandse Vereniging van Tolken voor Doven (NVTD) opgericht. Dit was de eerste beroepsorganisatie van tolken voor doven in Nederland. In 2000 wijzigde de naam in Nederlandse Beroepsvereniging Tolken Gebarentaal (NBTG). De NBTG behartigt de belangen van studenten en tolken Nederlandse Gebarentaal in Nederland. Schrijftolken hebben zich in 2007 en 2008 als proeflid kunnen aanmelden bij de NBTG; dit is echter per 2009 niet gecontinueerd.

De NBTG heeft een beroepscode waar de tolk gebarentaal zich aan dient te houden. Een van de zaken waar een tolk zich volgens deze code aan moet houden is bijvoorbeeld de zwijgplicht. Daarbij heeft de tolk echter geen zwijgrecht; dat wil zeggen dat de tolk door een rechter gedwongen kan worden om informatie vrij te geven.

Tolken Gebarentaal die een diploma behaald hebben kunnen zich als erkende tolk registreren in het Register Tolken Gebarentaal. Alleen de geregistreerde tolken komen in aanmerking voor vergoeding van tolkopdrachten die uitgevoerd zijn binnen de tolkvoorziening voor doven. Medio 2007 waren er ruim 230 geregistreerde tolken gebarentaal en schrijftolken, medio 2009 ruim 450. Om in het register ingeschreven te blijven dienen de tolken per jaar een minimumaantal zogenaamde registerpunten te halen.

De (uiteenlopende) kwaliteit van een tolk gebarentaal is onderwerp van discussie en diverse onderzoeken. In 2008 is een klachtencommissie opgericht door Dovenschap in samenspraak met betrokken organisaties. Klachten kunnen hier ingediend worden.

Niet-erkende tolken gebarentaal[bewerken]

Er zijn tolken die de vereiste opleiding (nog) niet hebben gedaan. Ze zijn als zodanig geen erkende tolken en ook geen lid van een beroepsvereniging, behalve studenttolken. De studententolken mogen lid van een beroepsvereniging worden zolang ze aan de hogeschool studeren. Niet-erkende tolken, kunnen het minimumloon en reiskosten betaald krijgen voor het uitvoeren van tolkopdrachten. Zij worden door de tolkvoorziening als communicatieassistenten aangemerkt.

Er zijn in dit kader twee groepen te onderscheiden:

  • Studenttolk

Studenten moeten om te kunnen afstuderen in het derde en vierde studiejaar een bepaald aantal uren tolken. Derdejaarsstudenten moeten 'schaduwtolken' - het oefenen van het tolken in een echte setting, maar zonder een aanwezige klant. Deze stage, stage A, gebeurt veelal in tweetallen. Nadat zij stage A met succes hebben afgerond - hetgeen wordt beoordeeld met een tentamen - beginnen ze aan stage B. Hierbij lopen de vierdejaarsstudenten mee met de geregistreerde Tolken Gebarentaal en mogen af en toe zelf tolken, mits de cliënt dit goed vindt. Het uiteindelijke doel is om zelfstandig te kunnen tolken. Het afronden van stage B wordt beoordeeld door een praktijkobservatie op grip en een tentamen - een nagebootste tolksetting, waarin de tolk zelfstandig moet kunnen functioneren.

  • Communicatieassistent

In de tijd dat er een groot tekort was aan erkende tolken, waren mensen die enkele cursussen gebarentaal hadden gedaan of ouders van dove kinderen vaak bereid om tegen een vergoeding te tolken voor bevriende doven. Omdat ze niet zijn opgeleid als tolk vielen ze onder de noemer 'communicatieassistent'. Vermoedelijk wordt tegenwoordig alleen in regio's waar geen of weinig tolken beschikbaar zijn nog gebruikgemaakt van communicatie-assistenten. Soms werken zij als vrijwilliger voor stichtingen en organisaties, aangezien deze vaak niet over de financiële middelen beschikken om erkende tolken te kunnen inzetten. In 2009 worden de communicatieassistenten nog steeds ingezet in onderwijssituatie.

Een derde groep is in opkomst:

  • Dove tolken

In situaties waar de kwaliteit van opgeleide tolken ontoereikend is en een beheersing van gebarentaal op moedertaalniveau noodzakelijk is, bijvoorbeeld in gesprekken met doven met een verstandelijke beperking of een dove uit het buitenland die een andere gebarentaal beheerst. De dove tolken, ook wel vanuit het Engels 'relaytolken' genoemd, worden ook op onder andere congressen voor doven ingezet om een kwalitatief goede uitvoering van de vertaling te realiseren. De relaytolk vertelt dan in gebarentaal wat de horende tolk aan hem/haar doorgeeft. In Nederland worden deze mensen door de politie ingezet bij getuigenverhoren van doven maar ook voor spraakafzien/signaleren van specifieke non-verbale signalen bij horende verdachten. Een werkgroep 'dove tolken', aangesloten bij onder andere Dovenschap, streeft naar erkenning, opleiding, certifering en vergoeding voor deze beroepsgroep.

Schrijftolk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook schrijftolk

De schrijftolk, ook wel audiotolk genoemd, typt het gesprokene uit met een velotype of veyboard. De cliënt kan het getypte vervolgens nalezen op het beeldscherm van een aangesloten laptop. Op verzoek van de cliënt kan de schrijftolk een floppy of USB-stick van de cliënt met alle getypte teksten overhandigen, dit is echter geen verplichting. De schrijftolk is geschikt voor doven die de gebarentaal niet of slecht beheersen.

In Nederland kan aan Hogeschool Utrecht een opleiding van twee jaar (met ingang van het studiejaar 2007/2008) tot schrijftolk gevolgd worden.

Niet-erkende schrijftolken[bewerken]

Er zijn schrijftolken die de vereiste opleiding (nog) niet hebben gedaan. Ze zijn als zodanig geen erkende tolken en ook geen lid van een beroepsvereniging, behalve studenttolken. De studententolken mogen lid van een beroepsvereniging worden zolang ze aan de hogeschool studeren. Niet-erkende tolken kunnen het minimumloon en de reiskosten uitbetaald krijgen voor het uitvoeren van tolkopdrachten.

Er zijn in dit kader twee groepen te onderscheiden:

  • Student-schrijftolk

Studenten moeten om te kunnen afstuderen een bepaald aantal uren tolken. De dove of slechthorende cliënt kan bij het indienen van een tolkopdracht specifiek aangeven of de gewenste schrijftolk een student mag zijn.

  • Notitiemaker

Een notitiemaker (soms ook communicatie-assistent genoemd) heeft geen professioneel veyboard, er wordt hem een computer of laptop ter beschikking gesteld door de opdrachtgever waarop hij het gezegde kan typen. De enige eis die aan een notitiemaker wordt gesteld is dat hij een cursus blind typen heeft gevolgd.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Nederland[bewerken]

Vlaanderen[bewerken]

Bron[bewerken]

  1. Term Doventolk onjuist - NBTG april 2000
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Inzet tolk Gebarentaal.