Draadomroep
Draadomroep, voorheen radiodistributie geheten, was een faciliteit voor het doorgeven van radioprogramma's via een kabel (draad). Dit had als voordeel dat men niet zelf over een radiotoestel hoefde te beschikken en bovendien een veel betere ontvangst had met een betere geluidskwaliteit.
[bewerken] Nederland
De eerste aanzet tot de draadomroep in Nederland kwam in 1921 door de radio-amateur Janus Bauling uit Koog aan de Zaan, die tegen een bijdrage extra luidsprekers bij zijn buren installeerde waarmee deze zonder zelf een radio te hebben toch konden luisteren. In 1924 kwam de eerste echte uitzending van de draadomroep van Bauling via vijf aansluitingen.[1] In de directe jaren daarop zou de draadomroep op meerdere plaatsen in Nederland vele abonnees krijgen.[2]
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbood de Duitse bezetter het bezit van radio's zodat het moeilijker werd de geallieerde propaganda, in het bijzonder Radio Oranje en de BBC, te ontvangen. Via radiodistributie was er toen toch nog radio-ontvangst mogelijk, maar het hoeft geen betoog dat daar alleen programma's te beluisteren waren die door de bezetter waren goedgekeurd. De Duitse bezetter bepaalde in 1943 dat alle radiodistributienetten, waaronder particuliere, in Nederland onder werden gebracht bij de landelijke PTT. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd dit monopolie in stand gehouden.
Een abonnee van de draadomroep kreeg een schakelkastje aan de muur. Hierop bevonden zich een vierstandenschakelaar om een zender te kiezen en een regelaar voor de geluidssterkte. Op het kastje werd een luidspreker aangesloten. Netvoeding was niet nodig.
De abonnee kon kiezen uit Hilversum 1, Hilversum 2 en een selectie uit twee buitenlandse zenders. In de programmabladen werd aangekondigd welke buitenlandse programma's op elk moment ontvangen konden worden. In 1965 werd een van de buitenlandse zenders vervangen door Hilversum 3.
Het laatste radiodistributienet werd op 31 januari 1975 opgeheven. Overigens was al in 1964 besloten om het systeem niet langer uit te breiden, vooral vanwege het beperkte aantal mogelijke programma's. De draadomroep is nu vervangen door de kabeltelevisie.
De Nederlandse Eerste en Tweede Kamer hebben nog steeds een interne draadomroep, die in de diverse werkkamers in het gebouw gehoord kan worden. De draadomroep van de Tweede Kamer wordt doorgegeven op de meeste Nederlandse kabelnetten.
Noten
|